Wandelen met Kevin
Verslag van de Ecologische excursie met Kevin Raatjes van Natuurlijke Zaken in het Buiksloterbreekpark
11 augustus 2024
Kevin Raatjes van Natuurlijke Zaken heeft ons vanochtend meegenomen voor een ecologische excursie door het Buiksloterbreekpark. Er waren 13 wandelaars, de meeste uit de directe omgeving van het park, sommige kwamen van verder weg uit de buurt.
Korte historie Buiksloot
Kevin, aangevuld door enkele deelnemers aan de excursie, vertelde dat de Buiksloterdijk een oude zeewering is naar het IJ, maar dat het nu geen zogenaamde A-wering meer is. Vroeger was er voor de dorpen in Waterland weinig aandacht, maar na de grote watersnoodramp van 1916 bleek er veel armoede te heersen. Het dorp Buiksloot bestond uit weidelandschap met wat boerderijen. De toenmalige bewoners wilden wel bij Amsterdam horen en de gemeente Amsterdam nam het gebied op, zodat het gebied ontwikkeld kon gaan worden. Nadat het in 1921 bij Amsterdam getrokken was, werd Buiksloot steeds groter, van een klein lintdorp ontwikkelde het zich naar een wijk.
Successie
Het gebied werd na 1960 opgehoogd. Eerst werd het park als bos bestempeld. Amsterdam hoefde daarom geen onderhoud te doen, maar er werden nog wel planten uitgezet die er eigenlijk helemaal niet thuishoren. Er zaten patrijzen, fazanten, ijsvogeltjes, konijnen, hazen en zelfs een Roerdomp en ringslangen. Als de natuur zijn gang kan gaan dan ontstaat er 'successie'. Dat betekent dat er na de lage planten en kruiden langzaamaan struiken en daarna bomen groeien, totdat er uiteindelijk een bos ontstaat. Hou ouder een bos wordt, hoe meer diverser natuurlijke processen er zullen plaatsvinden en hoe meer soorten er kunnen leven. In 1993 werden de huizen gebouwd direct om het park. Waar nu de huizen staan, daar was het vroeger moeras. Dieren en planten die daar voorkomen, kunnen het wel een tijdje volhouden, maar als het volgebouwd wordt, verdwijnen de oorspronkelijke planten en dieren en maken plaats voor andere, soms meer algemenere, soorten.
Zen
Na dit verhaal stonden we eerst even stil om met gesloten ogen te luisteren naar het park, een klein Zen-momentje. We hoorden een Meerkoet, wat meesjes verderop, kabbelend water van een vijver en heel ver weg een brandweer met sirene. Maar toch, die stilte, die rust. En dat blijkt meteen ook kenmerkend voor het park. Buurtbewoners vinden het heerlijk om er rust te zoeken, er te wandelen, even de hond uit te laten of gewoon een bankje te zoeken om er te gaan lezen en naar de vogels te luisteren. Er waren ook deelnemers die het park nog helemaal niet kenden.
De wandeling
Na deze introductie en kennismaking met elkaar gingen we daadwerkelijk aan de wandel. De verrekijkers werden in gereedheid gebracht, het vlindernet uitgeklapt en hup richting park. Maar nog voordat we daar waren, zagen we al een prachtige zonnende Blauwe reiger en meerdere soorten zweefvliegen bij een bloeiend Koninginnekruid (Leverkruid). In de Grote brandnetel langs het pad zat een rups van de Gehakkelde aurelia te eten. Een Gewone zakdrager, de larve van een klein motje, vonden we op een braamblad. Meerdere Grote keizerlibellen scheerden over het water. We vonden een Houtpantserjuffer op een tak en een Lieveling in het gras. Bonte zandoogjes, Klein koolwitje en Atalanta vlogen voorbij. De deelnemers waren verbaasd wat we allemaal zagen. Eenmaal in het park vertelde Kevin over de sapstroom van een Spaanse aak. Direct onder de bast zit het levende deel van een boom, maar helemaal in het midden van een stam is er eigenlijk een dood deel. Dat zie je bij knotwilgen ook goed. De hele binnenkant is weg, maar toch leeft de boom nog. Nu begrijp ik hoe dat kan. Maar we zagen ook een Cosmea en een Korenbloem, allebei planten die er eigenlijk niet thuishoren, die zijn hoogstwaarschijnlijk ingezaaid.
De wandeling nadert zijn einde. Een jonge Gewone pad kruist onze weg en we horen het iele gefluit van een Boomkruiper. Er zit nog best leven in het park als je maar rustig om je heen kijkt. De beesten van vroeger zijn er waarschijnlijk niet meer. Maar we kunnen er wel voor zorgen dat de biodiversiteit niet verder achteruitgaat en misschien zelfs, met een beetje hulp, verbetert.
Henk van Alst