waarnemingen

Vogels in de winter

07 januari 2026

Terwijl zwaluwen naar warmere gebieden vliegen, blijven andere vogels, zoals sommige watersnippen in Nederland overwinteren. Als het heel koud wordt trekken veel vogels uit het noorden verder naar het zuiden.

 

Vogels kunnen goed tegen kou, omdat ze onder hun veren een laagje lucht vasthouden. Ook maken ze hun veren schoon en vet met olie uit een speciale klier bij hun stuit. Zo blijven ze droog en warm. Watervogels doen dit extra goed, want hun veren moeten altijd in topconditie zijn.

De poten van vogels bevriezen niet, omdat hun bloed slim circuleert: warm bloed uit het lichaam verwarmt het koude bloed dat terugkomt van de poten. Maar om warm te blijven en de winter te overleven hebben vogels veel energie nodig. Ze eten daarom veel, vooral op koude dagen. Of ze hebben in de herfst extra veel gegeten en een vetlaag gekregen.

Toch kunnen bij langdurige vorst of ijzel veel vogels sterven, vooral jonge en zwakke dieren. Ook de ijsvogel heeft het moeilijk als het lang vriest. Hij kan dan geen visjes vangen.

Zwartbekgrondel

15 november 2025

Wie een blik onder water werpt in de Kadoelerscheg, heeft een goede kans om de zwartbekgrondel te zien. Dit is echter niet altijd zo geweest. Het visje is pas vrij recent in Nederland verschenen. Dankzij het Main-Donaukanaal kon hij onze watersystemen bereiken vanuit oostelijk Europa. Eenmaal hier aangekomen heeft de zwartbekgrondel aardig huis gehouden. Het is een vis die op de bodem in het water leeft en 25 cm lang kan worden. Waar hij verscheen verdwenen inheemse bodemsoorten, soms zelfs volledig. Zo nam de populatie rivierdonderpadden in Amsterdam drastisch af na de komst van deze grondelsoort. In de scheg lijkt de donderpad helemaal verdwenen te zijn. Die afname komt door het sterk territoriale karakter van de zwartbekgrondel, die in zijn land van oorsprong met veel andere grondelsoorten moet concurreren.

Koen van Tilburg

Blauw weeskind

26 augustus 2025

De nachtvlinderkaravaan Noord waart ook door de Kadoelerscheg. Twee soorten nachtvlindervallen reizen dan van de ene naar de andere nachtbraker om te ontdekken wat er 's nachts allemaal rondfladdert aan vlinders. Elke periode in het jaar laat weer andere soorten zien, omdat de rupsen zich in hun eigen tempo ontwikkelen op hun eigen waardplant. Bij voorkeur wordt de val op een zo donker mogelijke plek en bij nieuwe maan gezet. Droog weer en geen of weinig wind helpen om een grotere variatie aan soorten te vinden. En als er dan veel inheemse planten en bomen in de buurt groeien kan het helemaal feest worden. Tijdens het nachtvlinderen in de nacht van 26 op 27 augustus werden er in de donkere tuin aan de Kadoelenweg tegen de Wilmkebreekpolder aan maar liefst 55 soorten uit 205 nachtvlinders gevonden.

Een bijzondere soort is het Blauw weeskind, een van de grootste vlinders in ons land. De ruspsen leven in populieren en vreten zich zo snel mogelijk vol. Als pop hangen ze dan aan een blad, waarin de metamorfose plaatsvindt naar het vlinder-stadium. De meeste kans om hem te spotten is dan in augustus-september. De soort was eerst heel weinig voor, maar lijkt zich de laatste jaren iets meer te handhaven, maar is nog steeds een zeldzame trekvlinder. Hij lijkt zich voort te planten in het Noordhollands Duinreservaat (informatie van de Vlinderstichting).

Henk van Alst

Ransuilen in Kadoelen

07 juli 2025

Dat de scheg een bijzonder en fijn thuis is niet alleen voor mensen maar ook voor veel dieren, wisten we al, en blijkbaar vindt een aantal Ransuilen dat ook.

Twee jaar geleden hoorde ik ‘s avonds vanuit de tuin voor het eerst een geluid dat ik niet thuis kon brengen. Toen in de buurtapp later stond ‘wat waren de Ransuilen weer bezig gisteravond’ ben ik meteen gaan googelen en kon ik het geluid wel thuisbrengen. Het geluid komt van jonge Ransuilen, takkelingen genaamd, die het nest uit zijn maar nog gevoerd worden door de ouders en op takken in de bomen zitten, hard gillend om de ouders en vooral: eten. Een soort gefaseerd uit huis gaan zeg maar.

Ik heb toen een nachtcamera aangeschaft omdat ik ze natuurlijk heel graag ook wilde zien, maar helaas had ik toen geen succes.

Sinds afgelopen week is het geluid er weer, luid en duidelijk: de hoge gilletjes van de jonge Ransuilen en het ‘geblaf’ van de ouder(s).

Toen ik op dinsdagavond rond 11 uur naar de schuur liep, schrok ik me kapot van een grote schim in de appelboom naast mijn tuintafel, op slechts een paar meter naast me! In de schemer zag ik aan de contouren en grootte meteen dat dit een uil moest zijn. Snel de nachtcamera gepakt en zittend op het bankje voor de schuur, staarden we een tijdje naar elkaar totdat hij/zij vlak over me heen vloog. Mijn hartslag flink verhoogd van enthousiasme, wat ongelofelijk bijzonder om zo dicht bij zo’n prachtig wild dier te zijn. Als klein meisje was de Oehoe mijn lievelingsdier nadat ik die ooit had gezien, en nu zat er gewoon een mini-variant in de tuin.

De avond erna ben ik voor het donker werd, gaan turen in de bomen zodra ik het gegil weer hoorde, want het geluid was zo dichtbij, ik zou de jongen nu toch ook moeten kunnen zien. En ja hoor, eerst een en toen de tweede: fluffy frummels wiebelend op takken hoog in de boom. Voorzichtig kleine stukjes vliegend van tak naar tak. Vliegles boven mijn hoofd.

De avond erna begonnen de gilletjes en het geblaf nog vroeger, al rond half negen, en zagen we twee jongen bij elkaar, een ouder die prachtig in de zon vlakbij zat, en een vierde die leek op een soort puber. Klein en nog een paar donsveren maar ook al een prachtig verenkleed. Ook hoorden we uit een andere boom nog een jong! Alleen die was niet te spotten.

Hoe ongelofelijk bijzonder, een hele familie zo dicht bij je huis. En wat een prachtige dieren met de kenmerkende pluimpjes en draaiende kop.

Ik woon nu vier jaar in Kadoelen en leer door de buurtapps en enthousiaste natuurbeschermers zoveel over de natuur en de dieren hier. Ik google me suf om nog meer te leren over al dat bijzonders. En het is sowieso niet te missen; toen ik twee jaar geleden de gordijnen boven opendeed, liep er ineens een fazant in de tuin, op 1 april, geen grap. Ik kom uit het oosten en toen ik de foto’s en filmpjes postte op mijn Instagram zeiden vrienden die daar nog wonen: “Jij woont in Amsterdam en er loopt gewoon een fazant in je tuin, dat hebben wij hier niet eens.”

Ook nu deel ik enthousiast mijn foto’s en filmpjes van de ransuilen, en het is zo ontzettend leuk dat iedereen die ik tegenkom er meteen over begint. Echt bijzonder dat zoveel mensen meeleven en er net zoveel plezier aan beleven als wij, bewoners.

En voor iedereen in de buurt die de uilen wel hoort maar niet kan zien, een vriend van mij kwam met de volgende wijsheid: “De kans dat een uil jou gezien heeft is 100x groter dan dat jij een uil gezien hebt.”

Een bewoonster

Slobeend met pulletjes, een primeur!

21 juni 2025

Tijdens de wekelijks telling van weidevogels op 21 juni in de Wilmkebreekpolder is een vrouwtje Slobeend gezien met 10 jongen.

 

 

Bebaarde mossnipvlieg

11 juni 2025

OP 21 mei vond ik een zeldzame Bebaarde mossnipvlieg in de tuin, een vrouwtje. Dat kun je zien omdat bij vliegenvrouwtjes de ogen vaak uit elkaar staan en dat geldt voor deze snipvlieg ook. Bij de mannetjes raken de ogen elkaar. Deze vliegen bezoeken geen bloemen. De larven leven in mos op boomstronken. 

Henk van Alst

Knobbelzwaan en Heermoes

27 mei 2025

De buurvrouw wenkte me om te kijken naar de Knobbelzwanen met hun vijf jongen in de sloot van de Kadoelenweg, want die zie je daar niet vaak. De oudervogels zijn waakzaam én zorgzaam. Van de kade werd het Heermoes getrokken, verspreid op het wateroppervlak en gulzig gegeten door de jongen. Blijkbaar zijn de vogels goed op de hoogte dat Heermoes voedzaam is. De plant haalt diep uit de bodem mineralen omhoog, waaronder calcium, ijzer, kalium, magnesium, natrium en zink en bevat de vitamines B1, B2, B3 en C. Nou, daar zullen die jonge zwaantjes goed op groeien.

Henk van Alst

Zeldzame regenworm

25 april 2025

Je staat er waarschijnlijk niet vaak bij stil, maar onder de grond leeft er ook van alles. Met name regenwormen. Deze sterk ondergewaardeerde diertjes spelen een cruciale rol in bijna elk ecosysteem. Zo ruimen ze oude plantenresten en ander organisch materiaal op. Daar komt dan nog als bonus bij dat ze met hun gangen de grond luchtig houden. Maar ook de regenworm zelf is voor veel diersoorten onmisbaar in hun dieet, denk aan grutto’s, egels, padden, loopkevers en duizendpoten. 

Verschillen
Genoeg reden dus om eens een kijkje te nemen naar hoe het ervoor staat met de regenwormen in de scheg. Dit kan vrij makkelijk, als je bloempotten of boomstronken optilt, heb je een goede kans dat daar een regenworm onder zit. Maar ook door een stukje grond van 20 bij 20 cm uit te steken en dat vervolgens uit te pluizen, kan je ze makkelijk vinden. Op het eerste gezicht lijken ze erg op elkaar, maar er zijn toch zeker verschillen. Zo wordt de Grote Blauwkopworm wel 30 cm lang terwijl de Bosstrooiselworm met 1,5 cm volgroeid kan zijn. Door wat goede foto's te maken van de boven- en onderkant van de kop van de worm kunnen de validatoren op waarneming.nl er vaak wel een soortnaam op plakken.

De zeldzame Beekworm
Tot nu toe heb ik 13 soorten regenwormen in de scheg gevonden. Geen slechte score, dat is meer dan de helft van de in Nederland voorkomende soorten. Tussen die 13 soorten zitten bijvoorbeeld de Groene Regenworm en de zeldzame Beekworm. De Groene Regenworm komt bijna overal wel voor, vooral in de bovenste 10 cm van de bodem. Deze soort is goed te herkennen aan zijn groene kleur. De Beekworm, een soort die zijn naam te danken heeft aan het feit dat deze altijd in de buurt van water is te vinden, is ook makkelijk te herkennen omdat hij heel slank is. 

Koen van Tilburg

Ooievaars zijn aan het broeden

13 april 2025

Al enkele jaren op een rij broedt aan het begin van de Kadoelenweg een koppel ooievaars. Ze kregen ook jongen, maar die gingen telkens vroeg dood. Vorig jaar bleek dat de jongen vol met elastiekjes zaten. De oudervogels zagen de elastiekjes aan voor sappige regenwormen, waar de jongen mee gevoed worden.

Ooievaars eten voornamelijk regenwormen. Daarnaast jagen ze gewoonlijk op prooien die niet zo moeilijk te pakken zijn, zoals kikkers, muizen, mollen en insecten. Het is een trage foerageerder. Dus ook slakken staan op zijn menu. Ze eten vrijwel geen weidevogels, omdat ze de ooievaar te snel af zijn.

Dit jaar heeft het vrouwtje een nieuw mannetje. Dus ze is nu niet samen met Ruud met ringnummer 5E980 maar met meneer 7E951 uit Maurik. Hij is nu 3 jaar oud. Vol goede moed heeft het stel het nest hersteld, hebben ze gepaard en zijn ze met broeden begonnen. We weten niet op hoeveel eieren ze zitten, maar we hopen natuurlijk dat het broedresultaat dit jaar beter zal zijn. We wachten met spanning af...

Foto's: Pieter Divendal, Tekst: Henk van Alst

De eerste nachtvlinders van het seizoen

25 maart 2025

Op 21 maart startte de lente met ideaal nachtvlinderweer: lekker bewolkt, weinig wind en een nachttemperatuur van ruim boven de 10 graden.

Meteen maar twee vallen gezet op een flinke afstand van elkaar op Volkstuinpark De Bongerd.

De vangst was overvloedig. In een van de vallen waren 61 exemplaren geland van 11 verschillende soorten. De tweestreepvoorjaarsuil was met 25 exemplaren topscoorder, maar ook de Nunvlinder was met 8 exemplaren goed vertegenwoordigd. Andere leuke soorten waren de variabele eikenuil, de zwartvlekwinteruil, de variabele voorjaarsuil en het elegante roesje.

Maar de mooiste vangst was natuurlijk de zeldzame populierenvoorjaarsuil. Volgens de statistieken van de Vlinderstichting is deze voorjaarsuil wel eerder in Amsterdam gezien, maar nog nooit in Amsterdam Noord. De Kadoelerscheg heeft de primeur!

Zoals altijd, zijn alle waarnemingen met foto ingevoerd op www.waarneming.nl. En zodra de fotosessie achter de rug was en de vlinders een beetje opgewarmd waren in de ochtendzon, vlogen ze hun vrijheid weer tegemoet.

Harry Moeskops

Voorbode voor de lente

04 maart 2025

Sneeuwklokje Galanthus nivalis

Wie kent het Sneeuwklokje niet, het is zo’n beetje het eerste bloemetje dat we kunnen zien in de winter als een soort voorbode voor de lente. 

In onze scheg kun je polletjes tegenkomen in bermen, in parken en natuurlijk in tuinen. 

Het Sneeuwklokje is niet inheems, van oorsprong komt het uit Zuid-Europa en Azië. Er zijn zes andere soorten bekend in Nederland, bijvoorbeeld het Kaukasisch sneeuwklokje. Ze lijken sterk op elkaar en kunnen ook met elkaar kruisen. 

Ik las dat het bloemetje eigenlijk niet wit maar kleurloos is. Als je het bloemetje fijn zou wrijven wordt het kleurloos. De witte kleur zou komen door luchtbelletjes, die tussen de cellen aanwezig zijn en zo die witte kleur geven. 

De Sneeuwklokjes vermeerderen zich ongeslachtelijk door de groei van ondergrondse bolletjes; het komt zelden voor dat de plant vruchten geeft. Als dat gebeurt bevat het vruchtje een mierenbroodje, een lekkernij voor mieren die het vruchtje dan meenemen en zo de plant verspreiden. 

Het is nu de tijd om het Sneeuwklokje te vinden, maak er een foto van en plaats hem op Waarneming.nl, dan kunnen we goed zien hoe dit mooie en leuke plantje verspreid is in de Kadoelerscheg. 

Tello Neckheim

Kiewiét-kiewiét-kiewiét

01 maart 2025

In de hooilanden van de Wilmkebreekpolder zijn de kieviten alweer gearriveerd. Als je even vanaf de Landsmeerderdijk over de polder kijkt, dan zie je ze door de lucht buitelen en hoor je waarschijnlijk hun kenmerkende roep: Kiewiét-kiewiét. Ook zijn er al scholeksters waargenomen. Het broedseizoen start binnenkort en dan zullen ook de grutto’s en tureluurs weer arriveren en hun territorium afbakenen. Er zijn al kieviten gezien die bezig lijken om een nest te maken; een eenvoudig kuiltje in de grond bekleed met wat strootjes. Het is nu dan ook vrij zacht weer. De eileg is van begin maart tot in juni met een piek eind maart tot begin mei. Als het nest verstoord wordt of de pullen, de jonkies, worden gegeten, dan maken ze vaak nog een tweede nest. Meestal leggen ze vier eieren per broedsel.

'Vossenraster'

Om al deze weidevogels te beschermen tegen vossen en katten wordt er elk jaar een schrikdraadraster om de hooilanden, hun favoriete broedgebied, aangelegd. Leden van de commissie natuur van de Vereniging tot Behoud van de Wilmkebreekpolder zijn daar momenteel mee bezig. Half maart moet het raster klaar zijn. In het verleden heeft een vos twee jaar achter elkaar flink huis gehouden op de polder en tijdens het broedseizoen bijna alle pullen gepredeerd. Maar ook katten jagen natuurlijk op jonge vogels, zeker als ze nog niet kunnen vliegen. Daarnaast moeten jonge vogels ook oppassen voor kraaien en meeuwen. Maar door de aanleg van het 'vossenraster' is er een veel grotere kans dat jonge weidevogels vliegvlug kunnen worden. Ook voor de Grutto, Tureluur, Scholekster, Wilde eend, Krakeend, Nijlgans, Grauwe gans, Waterhoen en Meerkoet is de polder belangrijk om er te broeden en jongen groot te brengen.

Je kunt dat allemaal goed overzien vanaf de Landsmeerderdijk. Deze ligt enkele meters hoger dan de polder. Met een verrekijker kun je zelfs het prille geluk van de pullen van dichtbij volgen. Een soort 'Beleef de lente'-life!

Na het broedseizoen en na het hooien wordt het raster weer verwijderd, zodat boer Harry weer alle ruimte heeft.

Henk van Alst

Wintervogels

24 januari 2025

Bewoners rond de Wilmkebreekpolder hebben een appgroep opgezet om elkaar te attenderen op bijzondere waarnemingen in en bij de polder. Vooral vogels worden graag gefotografeerd en rondgestuurd. Dat kan een Havik zijn die een vogel heeft geslagen of een Sperwer die geduldig op een maaltje wacht. Krakeenden zie je steeds meer en overwinteren in groepjes. In november zaten er wel 60 stuks. Ook in november zagen we ineens rond de 500 ganzen. Met een enorm kabaal kwamen ze de polder ingevlogen. Blijkbaar waren ze net buiten de ring bezig om sloten te schonen. Maar ook groepen Kieviten, Watersnippen, Smienten en Wintertalingen die rust in de polder vinden, komen hier graag opvetten. Kieviten broeden in de polder en de eerste baltsvlucht is al gehoord. Watersnippen, Wintertalingen en Smienten trekken in het voorjaar weer naar hun eigen broedgebieden in het noorden. Vanaf de Landsmeerderdijk – en zeker als de zon schijnt - kan iedereen deze vogels spotten en bewonderen. Dan zie je de Watersnip door de lichte strepen op zijn rug en herken je de Wintertaling aan de knalgele driehoek bij zijn staart.

Soms duikt er een Zilverreiger op. Hij breidt zijn leefgebied steeds meer naar het noorden uit. De afgelopen week vertoefde hij eindelijk eens langere tijd in de polder. Wat een prachtige vogel.

Henk van Alst

Orchideeën-complex

02 december 2024

Is de Brede orchis echt waargenomen in de Kadoelerscheg?

Hebben we ook de Brede orchis in de Kadoelerscheg? Dat was een vraag van Tello. Er zijn een aantal waarnemingen op de website van waarneming.nl ingevoerd. De orchideeën van het geslacht Handekenskruid  (Dactylorhiza) zijn niet altijd makkelijk te onderscheiden en voer voor veel discussie onder de botanici. Dit komt omdat er veel variaties binnen de soorten bestaan die in kenmerken vaak gedeeltelijk overlappen met andere soorten. Ook is er verschil in inzicht wanneer we het nu een aparte soort moeten beschouwen, of een ondersoort of zelfs een variatie binnen een (ondersoort). Dit is vooral het geval bij het verschil tussen Brede orchis en Rietorchis.

Ik durf haast niet de wetenschappelijke naam hier te noemen omdat er nog steeds verschil in inzicht bestaat. De geaccepteerde naam in Nederland is die uit de laatste editie van Heukels. Die noemt de brede orchis Dactylhoriza majalis en de rietorchis Dactylorhiza praetermissa. Maar ook dat is pas sinds de laatste editie.  

Het lastige is dat deze soorten polyploide genen hebben dus meer dan de normale set van twee genen, vaak vier of meer. Deze komen van verschillende voorouders en kunnen ook weer hybridiseren met de oudersoort of andere soorten. Dat maakt ook genetisch onderzoek moeilijk en nogal een warboel waar onderzoekers niet helemaal uit komen.

Terug naar de praktijk. Hoe kan je de Brede orchis onderscheiden? De Brede orchis wordt ook wel Mei-orchis genoemd en dat is meteen ook een goed houvast. De Brede orchis bloeit in mei, en de Rietorchis bloeit pas later in juni. De drie gevalideerde waarnemingen van 2024 in de Kadoelenscheg van de Brede orchis lijken vooral gevalideerd te zijn op bloeitijd want ander kenmerken staan niet goed op de foto en de waarnemingen zijn allen uit de maand mei. Wat zijn de andere kenmerken van de Brede orchis in vergelijking met de Rietorchis?

Heukels zegt voor de Brede orchis: Bladen schuin-afstaand, meestal in een hoek van meer dan 45° met de stengel, 3-4 x zo lang als breed (de onderste en bovenste niet meegerekend) meestal met weinig tot veel vlekken (deze zijn in het midden zelden lichter of groen). De Rietorchis heeft daarentegen meer verticale bladeren die meestal een hoek van minder dan 30° maken met de stengel en  4-6 x zo lang als breed zijn.

Biotoop voor de Rietorchis: voedselrijke, moerassige rietvegetaties. Voor de Brede orchis is dit:  vochtige, matig voedselrijke graslanden.

Trouwens, er bestaan van de Rietorchis 2 variëteiten: de Gewone rietorchis (Dactylorhiza praetermissa subsp. Praetermissa) zonder vlekken op de bladeren en de Gevlekte rietorchis (Dactylorhiza praetermissa subsp. Junialis), deze heeft ringvormige vlekken. Maar pas op, de Gevlekte rietorchis is niet hetzelfde als de Gevlekte orchis (Dactylorhiza maculata).

Hebben we nu echt de Brede orchis in Kadoelerscheg? Ik weet het niet zeker. De enige waarneming met duidelijk afstaande bladen en gevulde vlekken (van mij) is op 31 mei net op de grens met juni. De andere twee waarnemingen zijn van 16 en 21 mei, zonder duidelijke foto van het blad. Het zou een vroege Rietorchis kunnen zijn of een hybride met de Rietorchis. Op alle vindplaatsen staat namelijk ook de Rietorchis. Ik ga volgend jaar nog eens goed kijken in de maand mei.

Michiel de Goeje

Schildspeldenknopje

29 september 2024

Dit inheemse zwarte wapenvliegje is zeer zeldzaam. In de afgelopen vijf jaar is het 19 keer waargenomen in Nederland. Dit jaar slechts vijf keer en dan toevallig in de Kadoelerscheg ook nog eens in copula. Dit paartje Schildspeldenknopjes is gevonden en gefotografeerd tijdens het nachtvlinderen begin juli op licht. Omdat ze zo klein zijn (3-4,5 mm) en het geen bloembezoekers zijn is de kans groot dat je deze beestjes gewoon over het hoofd ziet. Ook de larven zijn niet makkelijk te vinden. Die leven van rottend hout van vooral loofbomen.

Henk van Alst

Prachtmot

09 september 2024

Dit jaar wordt er in de Kadoelerscheg opnieuw actief gezocht naar nachtvlinders. Zij vertellen veel over de omstandigheden direct in de buurt, want hun rupsen moet er goed kunnen opgroeien. Eén van de gevonden nachtvlinders is de Prachtmot (Oncocera semirubella), een zeldzaam voorkomend insect. Hij komt vooral voor op de kalkgronden in Zuid-Limburg of aan de kust in de duinen.

De rups van de prachtmot eet Gewone rolklaver, Witte klaver, Stalkruid, Paardenhoefklaver en Rupsklaver. Vooral Moerasrolklaver groeit uitbundig in de buurt, evenals Witte honingklaver.

Henk van Alst

Egels bij Harald

12 juli 2024

Harald: "Deze egels zijn altijd samen en zitten op deze foto bij de buren. Ze krijgen kattenbrokjes met vlees en schoon water. Nooit melk!, want daar worden ze ziek van.

Er is een voederplaats gemaakt met een afdakje tegen de regen en rechts een echte egelvilla. Hopelijk gaat het vrouwtje kleintjes krijgen. Daar is het nu de tijd voor."

Groot avondrood

01 juli 2024

Een spectaculaire en algemeen voorkomende vlinder. Deze pijlstaartvlinder is gefotografeerd tijdens de nachtvlinderinventarisatie bij het gemaal. Rupsen kun je vooral vinden in het Wilgenroosje. Deze vind ik soms in de tuin. Het zijn grote rupsen met schijnogen boven op de kop.

Henk van Alst

Moeraswespenorchis

27 juni 2024

De Moeraswespenorchis staat te bloeien in de buurt van het Kadoelenpad.

Michiel de Goeie

Rups van Helmkruidvlinder

26 juni 2024

In de voedseltuin van het Jacob Groenplantsoen zijn twee rupsen van de Helmkruidvlinder waargenomen. Deze opvallende rupsen hebben zwarte stippen en gele banden op een lichtgroene ondergrond. De rupsen waren zo’n 5 cm lang. Ze zaten bovenaan de bloemstelen van Knopig helmkruid (Scrophularia nodosa) waar ze van de knoppen aten.
De vlinder van deze rups is een nachtvlinder uit de familie van de nachtuiltjes. De vlinder is veel minder opvallend. Zoals de naam al zegt leeft de rups voornamelijk op helmkruid maar ook wel op toorts.

De vlinder is vrij zeldzaam en komt vooral voor op de zandgronden in het binnenland, maar wordt, zoals nu, ook daarbuiten af en toe gezien. De rups kan alleen verward worden met de rups van de Kuifvlinder, maar is te onderscheiden doordat de zwarte stippen op het derde borstsegment groter zijn en niet helemaal door geel omringd.

De rups overwintert als pop in een stevige cocon in de grond (soms meerdere jaren) en de vlinder vliegt half mei tot half juli.

Michiel de Goeie

Lepelaars

25 juni 2024

Lepelaars bezoeken de Wilmkebreekpolder regelmatig. In het voorjaar om zich op te vetten, dat wil zeggen dat ze veel eten. Vrouwtjes gaan energie opbouwen om na enkele weken eieren te kunnen leggen. Er zitten veel Tiendoornige stekelbaarsjes in de sloten. Je ziet zo'n Lepelaar dan zigzaggend met zijn gevoelige snavel het water 'afzoeken' en zodra hij iets voelt, wordt de prooi gevangen en met een snelle beweging behendig in de keel gegooid. 

Later bezoeken ze na het broedseizoen met hun jongen nog eens de polder. Dit is mogelijk een paartje met drie jongen. Blijkbaar is het er goed toeven!

Kijk op de website van de Vereniging tot Behoud van de Wilmkebreekpolder waar je het beste vogels kunt spotten.

Henk van Alst (Foto's: PieterDivendal)

vijf lepelaars

Tronkenbij

21 juni 2024

Ze zijn er weer: de Tronkenbijtjes. Op 18 juni zag ik het eerste mannetje op een Gewone margriet voedsel zoeken. Het zijn hele kleine wilde bijen, zo'n 5 mm groot, vrij donker en vooral op gele composieten te vinden. Het mannetje op de foto heeft een witte gezichtsbeharing en een beetje een krom achterlijf. Het is een algemene wilde bij en goed in je tuin te vinden, zeker als je een bijenhotel hebt. 

De foto's zijn gemaakt met een iPhone met een voorzetlens.

Henk van Alst

Hoornaarvlinders

06 juni 2024

Tijdens een inventarisatie is de Hoornaarvlinder waargenomen. In copula. Je zult ze niet snel op bloemen vinden, want hun tong is onontwikkeld. De rupsen leven 2 tot 3 jaar in wortels van wilg of populier. Ga naar onze samenwerkingspartner de Vlinderstichting voor meer informatie.

Tello Neckheim

Een zeevis in het Zijkanaal

22 mei 2024

Op 10 mei j.l. zag een buurtbewoonster een vis alsmaar rondjes draaien en dat bleek een Harder te zijn. Dit is een zeevis die aan de kust leeft en ook wel rivieren en kanalen op zwemt, zolang het water maar voldoende brak is. Ze hebben stevige lippen, waarmee ze vooral op algen grazen (gelezen bij RAVON). Maar een vis die van zee het binnenland in wil, komt vele obstakels tegen, zoals sluizen, dammen en gemalen. Daarmee zijn ze zeldzaam geworden in Nederland. Tussen de Noordzee en Zijkanaal I liggen als enig obstakel de sluizen bij IJmuiden.

Het relatief zoute water zorgt er niet alleen voor dat de Harder tot in Zijkanaal I kan voorkomen. Eerder dit jaar werd er al de Bot, een platvis, gevonden. Het is waarschijnlijk ook bekend dat er Haring in het IJ zwemt. Maar ook staan er planten met een zouttolerantie in de Wilmkebreekpolder; deze planten zorgen voor een bijzondere plantengemeenschap (hierover verschijnt binnenkort een item op de website).

Henk van Alst

Invloed van het zoute water uit de Flevopolders op de waterkwaliteit in het IJ

Voor de verzilting van het IJ en de zijkanalen wordt veel gekeken naar het water dat met schepen vanuit IJmuiden bij het schutten meekomt. Een andere bron van brakwater komt via de Oranjesluizen vanuit het IJmeer. Dit is het water dat is uitgeslagen uit de Flevopolders. Een onderzoek van TNO uit 2008 geeft de volgende indeling:

Verdeling zoet, brak en zout grondwater

Het IJsselmeer en het middendeel van Zuidelijk en Oostelijk Flevoland zijn grotendeels brak tot matig zout tot een diepte van ongeveer -40m N.A.P. Op een grotere diepte (-40 − -60m N.A.P.) is het grondwater van het IJsselmeer matig zout tot zout en er is vooral rond Almere een groot zout tot zeer zout gebied te vinden. (Deltares | 2008-U-R0546/A)

Het ontstaan van zoete grondwatervoorraden in de polders

De afsluiting van de Zuiderzee (1932) heeft ertoe geleid dat geleidelijk een overgang van zoute naar brakke tot zoete condities aan het plaatsvinden is. Uit de meetcampagne in het detailgebied rondom Espel, Noordoostpolder, komt echter naar voren dat er vooralsnog geen bewijs is dat het grondwater door de kwelstroom vanuit het IJsselmeer verzoet. Het lijkt er zelfs op dat dieper gelegen brak tot zout grondwater door de dijkkwelstroom door het grote peilverschil versneld naar het oppervlak wordt ‘gedrukt’. Uit recente meetgegevens (RWS mei 2024) is af te leiden dat het aandeel van verzilting vanuit de Flevopolders vrijwel geheel is teruggedrongen.

Zoutgehalte in het IJ ter hoogte van de NDSM-werf/Zijkanaal I

De waarde tussen de twee meetpunten op de kop van de aanlegpier verschillen nogal. Meting b 2.332 mg/l, meting o 3.324 mg/l. Dat wil zeggen dat het water daar brak (eerste meting) tot zout (tweede meting) is. Bij de Schellingwouderbrug wordt 138 mg/l gemeten. Daar is het water veel zoeter. Het is echter minder zoet dan op het midden van het Markermeer. Het zoutgehalte bij Schellingwoude komt overeen met het zoutgehalte van het Markermeer aan de Markerwaarddijk.

Hoewel in het recente verleden de verzilting van het IJ sterk werd beïnvloed door water dat uit de Flevopolders werd uitgeslagen en voor het tegengaan van verdere verzilting van het IJsselmeer onder meer de Markerwaarddijk werd aangelegd kan worden geconstateerd dat de verzilting van het IJ op dit moment met name vanuit het Noordzeekanaal binnenloopt.

Peter Wouterse

 

Nieuwe snuitkever

15 mei 2024

Invasieve exoot

Het is altijd leuk om een zeldzaam insect te spotten, maar het valt eigenlijk ook wel eens tegen. Dat was het geval met de snuitkever die rustig in de struiken zat aan de oever van een buitensloot van De Bongerd.

Het bleek te gaan om een snuitkever, met de Latijnse naam: Phyllobius pilicornis.

Het feit dat er geen Nederlandse naam bij stond, is niet voor niets: het blijkt een invasieve exoot te zijn, die in 2009 voor het eerst in Nederland is gesignaleerd. Hij of zij is waarschijnlijk meegekomen met plantgoed uit Zuidoost Europa.

De kever is parthenogenetisch. Dat wil zeggen dat zij zich ongeslachtelijk kan voortplanten, als dat zo uitkomt. De nakomelingen van ongeslachtelijke voortplanting zijn vrijwel uitsluitend vrouwelijke exemplaren.

De kever gebruikt een groot arsenaal van waardplanten en hij/zij kan ook nog eens vliegen. Daarom verspreidt hij zich veel sneller dan andere invasieve snuitkevers, die niet kunnen vliegen. Tot in de Kadoelerscheg.

Harry Moeskops

Wormnaaktslak

02 mei 2024

Zoals de naam al doet vermoeden is de Wormnaaktslak een naaktslak die veel weg heeft van een worm. Als de diertjes zich uitstrekken, zijn ze soms wel 15 keer zo lang als breed. Ook in hun leefwijze nemen ze veel over van de worm: je vindt ze dan ook het vaakst onder stukken hout of bloempotten. Dus als je ze zelf wilt vinden is dat wat je het beste kan doen.

Koen van Tilburg

Baby snoek

01 mei 2024

Begin april kroop dit baby snoekje al uit zijn ei. Meer dan een maand voordat de meeste andere vissen überhaupt aan de paai beginnen. Dit doen snoeken niet voor hun lol, nee, het heeft juist alles te maken met het feit dat ze de andere vissen hiermee voor zijn. Op deze manier kan het snoekje eerst een paar weken groeien zodat ze groot genoeg zijn om de pasgeboren voorntjes als prooi te gebruiken.

Koen van Tilburg

Blauwe goudtip

28 april 2024

We waren bezig met een ecologisch onderzoek langs het Twiske toen we, nog vroeg in de ochtend, deze langpootmug aan een rietstengel vonden. Het was een paar graden boven 0. Insecten zijn dan nog niet actief, maar wachten de warmte van de dag af. We vonden een mannetje, dat zie je aan het stompe uiteinde van zijn achterlijf. Vrouwtjes hebben een spitse punt, waarmee ze eitjes in de grond leggen. De volwassen muggen hebben geen mond en kunnen dus ook niet eten. Daarom leven ze maar één of twee weken. Eind april, begin mei heb je een kans zo’n langpootmug te vinden.

Maar de larven van de Blauwe goudtip, de zogenaamde emelten, leven in de bovenste grondlagen van vochtige, moerasachtige gebieden. De vochtige oevers van het Twiske bieden dus een goed leefgebied. Ze eten, vooral ’s nachts, de wortels, wortelharen en bladeren van planten tot ze groot, zacht en dik zijn. De larven hebben geen poten, maar zien er rupsachtige uit. Vogels zijn er dol op.

Henk van Alst

Zeldzaam Aardschijfje

20 april 2024

Aardschijfje gevonden aan de Landsmeerderdijk

Het aardschijfje is een zeer zeldzaam slakje dat zijn hele leven onder de grond doorbrengt. Daar leven ze in oude gangen van regenwormen waar ze eten van schimmels. Waarschijnlijk komt dit slakje hier niet oorspronkelijk voor, ze houden van een wat zanderige grond waarin ze beter kunnen graven, dus niet van de veengrond van de Kadoelerscheg. Dit aardschijfje is dus waarschijnlijk meegekomen met ophoogzand. Toch is het erg leuk dat ze de Kadoelerscheg nu thuis noemen.

Koen van Tilburg

Kievitsbloem

27 maart 2024

De Kievitsbloem is een bolgewas, een voorjaarsplant. De naam komt van de Kievit die in het voorjaar broedt en de bloem lijkt een beetje op een kievitsei. De plant houdt van natte voeten en is een echte Nederlandse soort maar deze planten zijn aangeplant en verwilderd. Zoek ze maar in het Buiksloterbreekpark langs de slootkanten.

Tello Neckheim

Wilde eend met jongen

18 maart 2024

Moeder eend met 11 jongen (pullen) zwemt op 18 maart rond met haar prachtige schare. Ze heeft ongeveer vier weken op haar eieren gebroed en nu breekt voor haar een zorgzame en onrustige tijd aan. De jonge eendjes zoeken driftig naar insecten en ander voedsel om snel te kunnen groeien, want er zijn heel wat kapers op de kust die ze wel lekker vinden. Kat, kraai, ooievaar, meeuw, rat en zelfs een snoek wachten dit moment af, zodat ze ook zelf voor hun nageslacht kunnen zorgen. Een paar dagen later zag ik haar nog met drie jongen. Ze zagen er vermoeid uit. Ma keek radeloos rond. Een dag later zwom ze in haar eentje door de sloot. Het was haar niet gelukt. Misschien gaat ze het later in het seizoen nog eens proberen.

Henk van Alst

Eerste nachtvlinders gevangen op De Bongerd

15 maart 2024

Het officiële tuinseizoen is nog niet begonnen, maar op 15 maart zijn de eerste nachtvlinders van het seizoen op De Bongerd gevangen met een lichtval. Je maakt goede kans om nachtvlinders te vangen als de nachttemperatuur boven de 5°C is en er niet te veel wind staan (windkracht 4 of minder). En hoe bewolkter, hoe meer kans. Half maart zaten 5 exemplaren van de nunvlinder en 1 exemplaar van de tweestreepvoorjaarsuil in de val (een zgn. Ledemmer).

Maar dan denk je: waarom heet zo’n vlinder eigenlijk nunvlinder. Dat zit zo. De zwarte tekening op de vleugel lijkt op de 14e letter van het Hebreeuwse alfabet: ב. In oude Oosterse talen heet die letter ‘nun’. De naam nunvlinder wordt al sinds eind 19e eeuw in Nederland gebruikt. Later in het jaar vliegt een nachtvlinder met een zwarte tekening die er uit ziet als een ‘c’. Maar die heeft de nogal voor de hand liggende naam: de zwarte-c-vlinder.

Harry Moeskops

Snoekbaars in zijkanaal I

14 maart 2024

De snoekbaars is een echte jager, gewapend met zijn scherpe tanden ligt hij op de bodem zijn prooi op te wachten. Die prooi bestaat voornamelijk uit vis, aangevuld door kreeft en krab. Zijkanaal I is de ideale leefomgeving voor de snoekbaars: troebel, diep water met weinig stroming en geen waterplanten. 

In het zijkanaal I is de snoekbaars de belangrijkste apex predator, het water is namelijk te troebel voor de snoek. Ze dunnen het visbestand uit waardoor de overlevers grote, sterke vissen kunnen worden die vervolgens weer een gezonde nieuwe generatie kunnen voortbrengen.

Koen van Tilburg