Ransuilen in Kadoelen
Dat de scheg een bijzonder en fijn thuis is niet alleen voor mensen maar ook voor veel dieren, wisten we al, en blijkbaar vindt een aantal Ransuilen dat ook.
Twee jaar geleden hoorde ik ‘s avonds vanuit de tuin voor het eerst een geluid dat ik niet thuis kon brengen. Toen in de buurtapp later stond ‘wat waren de Ransuilen weer bezig gisteravond’ ben ik meteen gaan googelen en kon ik het geluid wel thuisbrengen. Het geluid komt van jonge Ransuilen, takkelingen genaamd, die het nest uit zijn maar nog gevoerd worden door de ouders en op takken in de bomen zitten, hard gillend om de ouders en vooral: eten. Een soort gefaseerd uit huis gaan zeg maar.
Ik heb toen een nachtcamera aangeschaft omdat ik ze natuurlijk heel graag ook wilde zien, maar helaas had ik toen geen succes.
Sinds afgelopen week is het geluid er weer, luid en duidelijk: de hoge gilletjes van de jonge Ransuilen en het ‘geblaf’ van de ouder(s).
Toen ik op dinsdagavond rond 11 uur naar de schuur liep, schrok ik me kapot van een grote schim in de appelboom naast mijn tuintafel, op slechts een paar meter naast me! In de schemer zag ik aan de contouren en grootte meteen dat dit een uil moest zijn. Snel de nachtcamera gepakt en zittend op het bankje voor de schuur, staarden we een tijdje naar elkaar totdat hij/zij vlak over me heen vloog. Mijn hartslag flink verhoogd van enthousiasme, wat ongelofelijk bijzonder om zo dicht bij zo’n prachtig wild dier te zijn. Als klein meisje was de Oehoe mijn lievelingsdier nadat ik die ooit had gezien, en nu zat er gewoon een mini-variant in de tuin.
De avond erna ben ik voor het donker werd, gaan turen in de bomen zodra ik het gegil weer hoorde, want het geluid was zo dichtbij, ik zou de jongen nu toch ook moeten kunnen zien. En ja hoor, eerst een en toen de tweede: fluffy frummels wiebelend op takken hoog in de boom. Voorzichtig kleine stukjes vliegend van tak naar tak. Vliegles boven mijn hoofd.
De avond erna begonnen de gilletjes en het geblaf nog vroeger, al rond half negen, en zagen we twee jongen bij elkaar, een ouder die prachtig in de zon vlakbij zat, en een vierde die leek op een soort puber. Klein en nog een paar donsveren maar ook al een prachtig verenkleed. Ook hoorden we uit een andere boom nog een jong! Alleen die was niet te spotten.
Hoe ongelofelijk bijzonder, een hele familie zo dicht bij je huis. En wat een prachtige dieren met de kenmerkende pluimpjes en draaiende kop.
Ik woon nu vier jaar in Kadoelen en leer door de buurtapps en enthousiaste natuurbeschermers zoveel over de natuur en de dieren hier. Ik google me suf om nog meer te leren over al dat bijzonders. En het is sowieso niet te missen; toen ik twee jaar geleden de gordijnen boven opendeed, liep er ineens een fazant in de tuin, op 1 april, geen grap. Ik kom uit het oosten en toen ik de foto’s en filmpjes postte op mijn Instagram zeiden vrienden die daar nog wonen: “Jij woont in Amsterdam en er loopt gewoon een fazant in je tuin, dat hebben wij hier niet eens.”
Ook nu deel ik enthousiast mijn foto’s en filmpjes van de ransuilen, en het is zo ontzettend leuk dat iedereen die ik tegenkom er meteen over begint. Echt bijzonder dat zoveel mensen meeleven en er net zoveel plezier aan beleven als wij, bewoners.
En voor iedereen in de buurt die de uilen wel hoort maar niet kan zien, een vriend van mij kwam met de volgende wijsheid: “De kans dat een uil jou gezien heeft is 100x groter dan dat jij een uil gezien hebt.”
Een bewoonster