Onderzoek

In 2020 stelde stadsdeel Noord de Integrale Landschapskaart Noord vast. Hierin staan de belangrijkste landschappelijke structuren, zoals het IJ-oeverpark, de Waterlandse Zeedijk en het landschap van Landelijk Noord.

In 2021 is daar de Structuurkaart Ecologie aan toegevoegd. Het stadsdeel wil deze kaarten elke twee jaar bijwerken. 

In 2024 heeft Natuurlijke Zaken samen met de Adviesgroep Kadoelerscheg onderzocht hoe de Kadoelerscheg functioneert nu de druk op het gebied toeneemt. Het rapport 'Kadoelerscheg, een groene long in Amsterdam-Noord', levert belangrijke informatie voor het bijwerken van de Integrale Landschapskaart Noord en de Structuurkaart Ecologie. De resultaten kunnen worden gebruikt bij besluiten over beheer en nieuwe ontwikkelingen. Meer dan 60% van de Kadoelerscheg valt binnen de HoofdGroenStructuur van Amsterdam. De rest bestaat uit bebouwing en infrastructuur.

Lees hier over de Aanleiding en beschrijving van het onderzoek. We zijn eerst gestart met snelle analyses in verschillende deelgebieden (zie Quickscans 1-6 , 2-3 en 5-7 en Vlinders, libellen en andere insecten). Waar nodig heeft nog Vervolgonderzoek plaatsgevonden, waar met wildcamera's naar steenmarter en hermelijn gezocht is. Met e-DNA is naar de Noordse woelmuis gezocht.


 

Ecologische vervolgonderzoek; eerste resultaten

27 september 2024

Na de quickscans van alle deelgebieden van de Kadoelerscheg worden er in deze maanden drie vervolgonderzoeken uitgevoerd. Hieronder volgt een overzicht van de eerste resultaten.

Marterachtigen
In één van de onderzoeken wordt gekeken of er kleine marterachtigen in het gebied leven. Hiervoor worden wildcamera’s gebruikt.
Een paar weken geleden konden we al melden dat de wettelijk beschermde hermelijn is vastgelegd op camera. Dat was bijzonder nieuws.

Onlangs zijn ook mooie beelden gemaakt van een steenmarter. Steenmarters leven alleen in gebieden waar ze genoeg schuilplekken en dekking vinden. Dat laat zien hoe belangrijk goede ecologische verbindingen zijn in de Kadoelerscheg.

Vleermuizen
Het tweede onderzoek gaat over vleermuizen. Op verschillende plekken in de scheg zijn speciale apparaten geplaatst, zogenaamde batloggers. Deze apparaten nemen geluiden op.

Elke vleermuissoort maakt een eigen geluid. Daardoor kunnen soorten worden herkend aan de geluidsopnames. Tot nu toe zijn de volgende soorten gevonden:

  • gewone dwergvleermuis
  • ruige dwergvleermuis
  • rosse vleermuis
  • meervleermuis
  • watervleermuis


Dit is een mooi eerste resultaat. Het onderzoek en de analyse van de opnames gaan nog door.

Muizen
Het derde onderzoek maakt gebruik van een nieuwe methode: eDNA-onderzoek.
De letter ‘e’ staat voor environmental, wat omgeving betekent.

Met deze methode kan worden onderzocht welke dieren in het water leven. Dieren laten via uitwerpselen, huidcellen en urine DNA achter in het water. Dat DNA verspreidt zich in het water.
Door watermonsters te nemen en het DNA te onderzoeken, kan worden vastgesteld welke soorten aanwezig zijn, zonder dat de dieren gevangen hoeven te worden.

Dit onderzoek wordt gedaan om te kijken of de waterspitsmuis en de noordse woelmuis in de Kadoelerscheg voorkomen. Beide soorten zijn wettelijk beschermd. De Noordse woelmuis is zelfs zeer zeldzaam.

De watermonsters zijn inmiddels genomen. De analyse is bezig, maar we moeten nog een paar weken wachten op de uitslag.
We zijn erg benieuwd naar de resultaten!

Ecologische vervolgonderzoek; excursie eDNA-monsters

12 september 2024

Op woensdag 4 september kwamen Kim en Kevin van Natuurlijke Zaken met hun dienstboot vanuit het Ilperveld naar de Nieuwe Gouw. Ze gingen op verschillende eilandjes in de Kadoelerbreek eDNA-monsters nemen. Ook Tello van de Adviesgroep voer een stukje mee.

Deze keer waren het grondmonsters. Dat betekent dat op een bepaald stuk grond met handschoenen wat aarde wordt verzameld. Deze monsters worden bewaard in alcohol en later onderzocht op sporen van dieren, zoals de noordse woelmuis of waterspitsmuis.

 
Weekdieren, planten en kleine beestjes
We hebben ook gekeken of er geschikte plekken waren voor de platte schijfhoren, een streng beschermde slak. Helaas hebben we die niet gevonden. Er werden sowieso weinig slakken gezien. Wel werden een paar driehoeksmossels en smurfslakjes gevonden.

Het water heeft waarschijnlijk een wisselend zoutgehalte. Daar kunnen weinig zoetwaterslakken tegen. We vonden geen typische brakwatersoorten, behalve een klein schelpje van de brakwaterstrandschelp.

Ook ondergedoken waterplanten zagen we niet veel, alleen waterlelies en wat kroos langs de kant. Bij het oude gemaal zagen we mooie mossen en korstmossen op de muur. Ook een paar pissebedden en hooiwagens, maar die waren te snel voor een foto.

 
Vogels en bomen
Kevin leidde ons door een smalle sloot richting de Kadoelenweg. Het leek wel een klein oerwoud. Een ijsvogel vloog voorbij. Langs de oevers zagen we grote groepen staartmezen en andere soorten mezen. Een buizerd werd achternagezeten door zwarte kraaien. We zagen veel oeverplanten zoals:

  • kleine lisdodde
  • riet
  • kattestaart
  • wolfspoot
  • moerasandoorn
  • bramen


Aan de bomen stonden onder andere:

  • eenstijlige meidoorn
  • zwarte els
  • zachte berk
  • wilgen
  • zomereik
  • appelboom (met grote gele appels, ongeveer vijftien geplukt)


Het was een echt moerasbos-habitat, al vielen de appel- en zomereiken een beetje uit de toon. 


Het water
Het water in de Kadoelerbreek en Nieuwe Gouw was helder, maar de bodem bestaat uit een dikke laag modder waar weinig leven in zit. Bij het zeven van de modder werd het water meteen troebel.
Er zit genoeg vis in het water. Dat zagen we aan de aanwezigheid van fuut en kleine mantelmeeuw.

 
Een ‘onbewoond’ eiland
Kevin en Kim voeren verder naar een eiland bij de IJdoornlaan en het Vikingpad. Het eiland is makkelijk bereikbaar vanaf het water, maar niet vanaf de weg.

Op het eiland vonden we geen veenmossen, maar wel leuke soorten zoals:

  • melkeppe
  • watermuur
  • wimperzwammen
  • gekielde loofslak


Daarnaast zagen we koninginnenkruid en greppelrus, die wijzen op veel water. Het eiland is dus een moeraseilandje, midden in de stad!

We zochten ook naar muizen. Die laten zich zien door latrines of holletjes. Op het eiland kwamen we veel holen tegen. Daar en bij de oevers zijn bodemmonsters genomen. Nu moeten we wachten op de resultaten van het eDNA-onderzoek.

 
Nog een paar eilandjes
Na het eerste eiland hebben we andere eilandjes in de Kadoelerscheg bezocht. Veel waren ruig met bramen en brandnetel. Op sommige plekken was het rustig en sereen. En opeens vloog er weer een ijsvogel voorbij, als een blauwe schicht.

 
En sloten
Tot slot namen we eDNA-monsters bij verschillende bruggen en sloten. Onder andere bij De Bongerd en de blauwe verbindingen richting de Wilmkebreek.

We sloten de dag af op het eiland ten noorden van de Marssloot en A10. Ook dit eiland is rustig en kan een goed leefgebied zijn voor bijzondere soorten. Daarna voeren we rustig terug naar het Ilperveld.

 
Resultaat van deze ochtend
Het eDNA-onderzoek moet nog worden geanalyseerd. We moeten nog even wachten op de uitslag.

Tello Neckheim en Kevin Raatjes

Ecologische vervolgonderzoek; hermelijn

20 augustus 2024

Tijdens één van de vervolgonderzoeken heeft Natuurlijke Zaken met een wildcamera twee keer een hermelijn vastgelegd. Dat is bijzonder, want de hermelijn wordt niet vaak gezien. Op de foto hiernaast is het dier te zien.

Wat is een hermelijn?
De hermelijn (Mustela erminea) is één van de kleinste marterachtigen in Nederland. Hij leeft in verschillende soorten gebieden, zoals:

  • weilanden
  • kleinschalig landschap
  • duinen
  • gebieden langs beken en rivieren

Hermelijnen houden vooral van natte gebieden. Daar leven veel woelratten, hun favoriete prooi. Als die er niet zijn, eten ze ook muizen en konijnen.
Hoewel hij klein is, is de Hermelijn een snelle en sterke jager. Hij kan zelfs een volwassen konijn of een haas aanvallen.

In de winter krijgt de Hermelijn een witte vacht. In een sneeuwrijk landschap valt hij dan bijna niet op. Maar als het gras groen blijft, zoals deze winter, is hij overdag juist goed zichtbaar.

Waarom gaat het slecht met de hermelijn?
Het aantal hermelijnen neemt sterk af. Dat komt vooral doordat hun leefgebied verdwijnt. Het landschap wordt steeds grootschaliger door:

  • woningbouw
  • bedrijventerreinen
  • drukke wegen
  • intensieve landbouw

Daardoor is er minder dekking. De hermelijn heeft rommelige plekjes nodig, zoals houtstapels, takkenrillen en struiken. Zonder deze plekken is het gebied niet geschikt. Ook is hij dan kwetsbaar voor roofdieren zoals vossen en roofvogels.

Daarnaast spelen nog andere problemen een rol:

  • gebruik van muizen- en rattengif
  • minder woelratten en konijnen
  • versnippering en verarming van het landschap

Jaar van de hermelijn
De hermelijn hoort van oudsher thuis in het Waterlandse landschap. Toch wordt hij steeds zeldzamer.
Om aandacht te vragen voor dit dier is 2024 uitgeroepen tot het Jaar van de hermelijn. Actie is nodig om te voorkomen dat hij verdwijnt.

Gelukkig worden er in Waterland en in en rond de Kadoelerscheg nog steeds hermelijnen gezien. Met sierlijke sprongen zoekt hij daar naar voedsel, zoals veldmuizen en soms ook een bruine rat.

Wat kunnen wij doen?
De Kadoelerscheg is een geschikt leefgebied voor de hermelijn. Ook tuinen kunnen helpen.
In de natuur bestaat geen afval. Snoeihout, bladeren en plantenresten kun je op een rustig plekje in de tuin laten liggen. Dat trekt veel leven aan.

Zorg voor:

  • een gevarieerde tuin
  • een takkenril
  • een composthoop


Ook in het landschap zijn kansen. Denk aan rommelhoekjes bij maneges en takkenrillen op volkstuinparken, gecombineerd met ecologisch beheer.

Fred Haaijen

Quickscan: Vlinders, libellen en andere insecten

06 juni 2024

Een van de quickscans naar het voorkomen van specifieke diersoorten in de Kadoelerscheg was op 16 mei ingepland om dagvlinders, libellen en andere insecten in kaart te brengen in deelgebieden 1 (Buiten de ring) en 5 (Nieuwe Gouw/Banne II).

 

Samen met Henk, Harry, Siebe en Ton (ik) zijn we in de ochtend gestart in gebied 5, met veel enthousiasme en goede hoop op het vinden van veel insectensoorten. Het was die donderdag helaas grauw en het had gedurende de avond ervoor geregend. Hierdoor hielden de meeste insecten zich schuil tussen het groen, waar ze wachten op de warme zonnestralen die pas later op de dag tevoorschijn kwamen.

Nieuwe Gouw/Banne II

Maar wij lieten ons niet tegenhouden door het mindere weer en gingen gelijk van start bij de rietkraag langs de parkeerplaats van het Vikingpad. Een van de eerste soorten die we tegenkwamen was de gewone rietkever; zoals zijn naam doet vermoeden werd deze soort over de gehele rietkraag in grote getale waargenomen. Ook werden juffers in het riet langs de slootkant waargenomen waaronder het lantaarntje en de azuurwaterjuffer.

Aan de overzijde van de weg was een geheel ander habitat aanwezig waaronder dicht struweel onder bomen, een flinke haag van braam en ruigte met veel kruiden (foto Harry Henk en Siebe in kruiden). In een liguster was een weidehommel flink aan het werk ondanks dat deze nat was van de regen. Ook tussen de ruigte met kruiden werden veel andere soorten gevonden dan in de rietkraag. Zo zaten hier veel meer zweefvliegen zoals de moeraszweefvlieg met zijn dikke dijen en de rechte waterzweefvlieg met hockeysticks op zijn achterlijf. In het kruidenrijke graslandje ten zuiden van de hockeyvelden is de eerste en enige echte libel waargenomen, een vroege glazenmaker.

Buiten de ring

De tijd vloog voorbij en telefoons raakten leeg van het maken van alle foto’s, maar de gehele ochtend is geen enkele dagvlinder waargenomen. Het was tijd om naar deelgebied 1 (Buiten de ring) te gaan. Dit deelgebied bestaat uit een strook met langs het pad veel kruiden wat overgaat in rietkragen langs de waterkanten en over de gehele lengte een rij wilgen
Daar, tussen de kruiden, hebben we gelukkig de eerste dagvlinder mogen waarnemen, een klein geaderd witje welke zich niet liet vastleggen op de gevoelige plaat. Maar er waren voldoende andere soorten insecten die mooi gingen poseren, waaronder het zwartpootsoldaatje met mooie rode en zwarte kleuren. Een andere prachtige kever is de rozenkever die tevergeefs wou oversteken naar een blad buiten zijn bereik, wat wel een leuke foto opleverde.

Banne Noordwest

Ondertussen liep de zoektocht ten einde. Nadat Henk, Harry en Siebe waren vertrokken heb ik nog kort een gebiedje opgezocht om toch nog meer dagvlinders te vinden. Ik ben het verscholen paadje afgegaan ten westen van de woonblokkken van Banne Noordwest langs de straatjes Voordek en Voorsteven. Bij dit woonblok staan meerdere bomen en struiken, wat meer dekking geeft en ook schaduw werpt op de oeverbegroeiing. Wie weet was het geluk, maar de verwachte soort was aanwezig: twee bonte zandoogjes zaten tussen de overgang van schaduw en zon waar ze zich thuis voelen. Een leuke toevoeging was de trekvlinder atalanta die een korte pitstop maakte en een geelbandsprietmot die zijn naam eer aan doet (zie foto).  

Ondanks het matige weer was het een leuke en educatieve dag met veel verschillende soorten insecten.

Ton Kusters

Quickscan: deelgebied 2 en 3

25 april 2024

Op een natte donderdagmorgen om 6:30 begon bij de Lange Vonder de derde quickscan. Deelgebied 2, Twiske en Marssloot, was aan de beurt. Onder leiding van Martijn van NZ gingen we (Nynke, Siebe, Tello, Michiel, Henk, en Koen) op pad met als doel om zoveel mogelijk planten en diersoorten op waarneming.nl te zetten. We liepen eerst langs het Twiske (de rivier dus) om vervolgens ook nog de Marssloot af te lopen. Het weer was helaas wat minder goed dan voorspeld en het was ook goed koud, dat alles zorgde ervoor dat er niet heel veel insecten actief waren.

3e Quiickscan Akkerdisteldansvlieg
Akkerdisteldansvlieg

Toch zaten er wel wat leuke soorten bij, zoals een mannelijke grote dansvlieg en een mannelijke blauwe goudtip. De planten werden door Michiel uitgeplozen. Een paar leuke soorten waren de bijvoet en de glanzige ooievaarsbek. Ook een bijzondere vondst was een zak met verzamelde brakwater-schelpen. Aangezien deze niet in brak water zaten konden ze zich niet voortplanten en zijn ze indrukwekkend groot geworden.

3e Quiickscan snoekje
 Jong Snoekje

Qua vis zat er niks verrassends bij, het jonge snoekje was het leukst. Wat opviel, was dat het water er niet al te fris uit zag. Er lagen ook meerdere dode vissen in. Bij de Marssloot was er zelfs nauwelijks sprake van onderwaterleven. De oevers zelf waren ook verre van optimaal: vele bestonden uit rechte wanden van hout of metaal. 

Om 9:30 was de quickscan afgerond en verzamelde iedereen zich bij het clubhuis van tuinpark de Bongerd. Hier werd door NZ een presentatie gegeven over de bevindingen tot nu toe en daarna werd er nagedacht over wat voor vervolgonderzoek nuttig zou zijn.

Quickscan: deelgebied 1 en 6

18 april 2024

Als de wekker om 5.15 uur op donderdag 18 april gaat, wil ik mij het liefste weer omdraaien en verder slapen. Maar als ik dan op de fiets richting het Vikingpad zit en de vroege vogels hoor zingen is dat gevoel al snel weer verdwenen. Ik moet denken aan wat mijn vriend altijd zegt: ‘Early birds cathes the worms’. En zo voel ik mij ook zo op mijn fiets om 6.15 uur in een nog verder stil Amsterdam-Noord: deze vroege vogel krijgt toch maar mooi een privé-concert!

Op de ontmoetingsplaats staan Tello en Marga al te wachten. Al snel komen ook Ruud en ecoloog Ton aanrijden. Gezamenlijk fietsen we naar onze eerste onderzoekslocatie net buiten de ring. De eerste momenten genieten we van de omgeving, het uitzicht en het zonnetje dat begint te schijnen. Marga vraagt zich hardop af waarom het zo rustig is en er niet meer mensen zijn om hiervan te genieten. Het zal het vroege tijdstip wel zijn.

Landsmeerderpolder
Tijd om te starten! Elke steen wordt omgedraaid en elk blaadje opgetild, onder aanmoediging van een cetti’s zanger en rietzanger. We zien vooral algemene, maar daarom niet minder mooie en belangrijke, soorten planten als jakobskruiskruid (Jacobaea vulgaris (subsp. Vulgaris)), duizendblad (Achillea millefolium), koninginnekruid (Eupatorium cannabinum) en hier een daar een wikke (Vicia). De eerste insecten laten zich ook al zien; vooral zwarte vliegen en muggen. Als iemand met een kleine spinnenfobie is mijn eerste reactie altijd een schrikreactie, maar als je dan beter kijkt kan ook de schoonheid van zo’n klein spinnetje niet genegeerd worden. De natuur is prachtig!

Wolfsspin
Het zonnetje begint lekker te schijnen en al snel komen ook de hommels en zweefvliegen tevoorschijn. We spotten hier en daar een dikke aardhommel (Bombus terrestris), de kleinere tuinhommel (Bombus hortotum) en de akkerhommel (Bombus pascuorum) op de witte dovenetel (Lamium album L.). Een terrasjeskommavlieg (Eupeodes corollae) geniet heerlijk van het zonnetje. Als kers op de taart komt er ook nog een bont zandoogje (Pararge aegeria) voorbij gevlogen over een veld met gewone vogelmelk (Ornithogalum umbellatum) en verschillende soorten ereprijs (Veronica). De eerste van hopelijk vele generaties dit jaar. 

Akkerhommel
Onderweg krijgen we nog uitleg van Tello over de tuinslak waarvan zowel de witgerande (Cepaea hortensis) als de zwartegerande tuinslak (Cepaea nemoralis) voorkomt. Het verschil is voor een leek alleen te herkennen bij een volgroeid huisje. De witgerande tuinslak heeft dan een witte mondrand en de zwartgerande tuinslak een zwarte. De witgerande tuinslak komt een stuk minder vaak voor, dus grote kans dat de slakken in de tuin de zwartgerande tuinslakken zijn.

Na een ochtend speuren zit ik weer op de fiets naar huis. Door de quickscan kijk je op een hele andere manier naar de natuur. Je staat versteld hoeveel soorten planten er groeien in een berm of grasveld waar je normaal gesproken zo langsfiets. Soorten met elk hun eigen unieke en belangrijke functie in waardevolle ecosystemen!

Kortom: een geslaagde en inspirerende dag!

Tirsa Brunt

Quickscan: deelgebied 5 en 7

11 april 2024

In het kader van de inventarisatie door Natuurlijke Zaken (NZ) van Landschap Noord-Holland zijn we gestart op donderdag 11 april in de vorm van een quickscan.

Met zijn drieën (Harry, Henk en Tello) onder leiding van Kim Bobeldijk van NZ gingen we op zoek naar planten en dieren en hebben we zoveel mogelijk ingevoerd in Waarneming.nl. Kim heeft ook gekeken naar verbindingen tussen land en water. Bij de start werden we uitgezwaaid door Floor. We begonnen in het Buiksloterbreekpark en daarna via het Vikingpad naar de Kadoelerbreek en vandaaruit richting Nieuwe Gouw. Ondanks het wat gure weer met motregen, maar in de middag droog en windstil weer, konden er tientallen insecten genoteerd worden. De duitse schorpioenvlieg was bijzonder om te zien en ook het roodgatje, een wilde bijensoort. Een paar soorten microlepidoptera, snuitkevers en vliegen- en muggensoorten werden op de plaat gezet. Verschillende soorten ongewervelden werden onder hout en karton waargenomen en er werden bijzondere slakken gezien zoals de kleine kartuizerslak en moeras-tolslak. Veel plantensoorten werden ingevoerd maar veel waren nog vegetatief. Opvallend was dat er weinig pinksterbloemen werden waargenomen. In het Buiksloterbreekpark zijn tijdens de aanleg van het park veel planten aangeplant zoals kievitsbloem en daslook. Maar deze komen nu in verwilderde staat voor. Aan vogels werden ook bijzondere waarnemingen gedaan zoals boomkruiper en cetti's-zanger. Op het nest langs de Kadoelenweg stond een ooievaar parmantig. Maar de algemene kuifeend en fuut zijn ook prachtig om te zien en de zang van zwartkop en tjif-tjaf is altijd fijn om te horen. We konden helaas geen ijsvogel spotten. Bijzonder was ons bezoek aan het moerassige deel langs de Kadoelerbreek, dit deel kun je bijna een oerwoud noemen. Het idee werd gelanceerd om hier een vlonderpad doorheen te laten aanleggen zodat wandelaars dit gebiedje met droge voeten kunnen bewonderen zonder dat het kwetsbare veenweidebos beschadigd raakt. Hier werd onverwacht de grote keverorchis aangetroffen. Deze soort werd ook op het orchideeenveldje langs de Kerkersloot bijna in bloei aangetroffen. We hebben enthousiast en met veel plezier meegelopen met Kim en we zijn benieuwd naar de volgende quickscan.

Aanleiding & Beschrijving

09 april 2024

De Kadoelerscheg is een deel van de Waterlandsscheg. Het gebied ligt ten noorden van het IJ en binnen de ring A10. De scheg hoort bij de Hoofdgroenstructuur van Amsterdam. Ze is verbonden met andere groene scheggen in Noord en met de veenweidegebieden ten noorden van Amsterdam.

 

Sinds de jaren 90 zijn er vier nieuwe woongebieden gebouwd in de scheg: Twiske Oost, Buiksloterbreek, Twiske Zuid en Klein Kadoelen. Ook langs de oude lintbebouwing zijn woningen bijgekomen door nieuwbouw en uitbreiding.

In dezelfde periode kwamen er verschillende voorzieningen bij, zoals maneges met gebouwen, een botenloods voor een kanovereniging, een sportpark, een tenniscomplex en een skatepark. Ook werd de IJdoornlaan aangelegd, met een benzinestation en een McDonald’s. Daarnaast is Volkstuinpark De Bongerd verplaatst naar de scheg om ruimte te maken voor woningbouw op de oude plek.

Door al deze ontwikkelingen is er minder ruimte voor natuur. Ook neemt de druk op het gebied toe, omdat er steeds meer mensen wonen en gebruikmaken van de buitenruimte.

Doel

Door de grote druk op de Kadoelerscheg zijn er zorgen over de natuur in het gebied. De adviesgroep ziet de scheg als één geheel. In het verleden zijn er ontwikkelingen in deelgebieden van de scheg geweest die invloed hebben gehad op de natuur. De adviesgroep, bewoners uit Noord, wil daarom beter begrijpen hoe alles in de Kadoelerscheg samenhangt en hoe de natuur in het gebied beter beschermd en hersteld kan worden. Ook willen zij meer weten over de huidige natuur in het gebied, de biodiversiteit en het ecologisch beheer.

Dit rapport beschrijft het onderzoek dat in 2024 is uitgevoerd. Dit onderzoek is gestart door de Adviesgroep en samen met hen uitgevoerd. In het rapport wordt gekeken naar de samenhang in de hele Kadoelerscheg. Ook worden problemen en knelpunten in de natuur en de biodiversiteit per deelgebied besproken.

Het doel van het project is dat de Kadoelerscheg wordt erkend als één samenhangend natuurgebied. Het rapport is bewust duidelijk en begrijpelijk geschreven. Zo kunnen bewoners het gebruiken om mee te praten met de gemeente Amsterdam en om te kijken of de gemeente haar ecologische taken goed uitvoert.

 
Onderzoeksvragen

De Adviesgroep heeft een aantal vragen opgesteld. Deze vragen worden in het rapport beantwoord:

  • Hoe hangt het gebied samen? Welke ecologische problemen zijn er in de Kadoelerscheg en hoe kunnen die worden verbeterd?
  • Welke soorten natuur en landschappen komen voor in de Kadoelerscheg?
  • Hoe staat het met de biodiversiteit in het gebied en welke voorbeeldsoorten horen bij de verschillende deelgebieden?
  • Hoe kunnen bewoners en gebruikers meer betrokken worden bij de bescherming van het gebied?

Inhoud van het rapport

De Kadoelerscheg

De Kadoelerscheg is een deel van de Waterlandsscheg. Het gebied ligt ten noorden van het IJ en binnen de ring A10. Een deel van de Kadoelerscheg hoort bij de Hoofdgroenstructuur van Amsterdam. Het gebied is ecologisch verbonden met andere groene scheggen in de stad en met de veenweidegebieden ten noorden van Amsterdam.

De grens van de Kadoelerscheg die in dit onderzoek wordt gebruikt, staat op de kaart in dit rapport. Deze grens heeft geen officiële of juridische status. De Adviesgroep Kadoelerscheg heeft deze grens bepaald op basis van ecologische verbindingen en aanwezige, vaak historische, groengebieden. Voor dit onderzoek is het gebied verdeeld in zeven deelgebieden.

Tot halverwege de vorige eeuw was de Kadoelerscheg één open veenweidelandschap met alleen bebouwing langs wegen. In de loop van de tijd is veel natuur verdwenen. Grote delen van het gebied zijn bebouwd of intensief gebruikt.

 
Ligging en begrenzing

  • In het westen grenst de Kadoelerscheg aan het Twiske en de bijbehorende oevers. Dit is een oude waterloop die vroeger afwaterde op het IJ.
  • In het zuiden ligt Zijkanaal I. Hier grenst het gebied direct aan het IJ. Zo vormt de Kadoelerscheg een verbinding tussen het IJ en Waterland.
  • In het zuidoosten ligt de Buiksloterbreek. Dit gebied is later veranderd in een park en maakt nu deel uit van de scheg.
  • In het oosten loopt de grens langs een watergang bij woonwijk De Banne II. Deze grens volgt een duidelijke waterscheiding, die deels bestaat uit een dijk met bomen.

In het noorden is bewust gekozen om ook een gebied ten oosten van de Nieuwe Gouw mee te nemen. Dit ligt buiten de ring A10 en loopt tot aan de gemeentegrens bij de Ouwe Helling. Dit is gedaan om de verbinding te maken met andere scheggen, zoals de Noordhollandsche Kanaalscheg.

De noordelijke grens wordt gevormd door de ring A10. Bij de aanleg van deze weg is vastgelegd dat de brug over het Twiske ruimte moest bieden voor dieren en planten. Dit laat zien dat het belang van een ecologische verbinding tussen het IJ en Waterland al vroeg werd gezien.

Deelgebieden

De Kadoelerscheg is een groot gebied en door de stedelijke ontwikkelingen steeds meer in stukken verdeeld. Toch vormen de delen samen één belangrijk groen gebied in Amsterdam-Noord.

Het gebied is voor het onderzoek verdeeld in zeven deelgebieden:

  1. Buiten de Ring
  2. Twiske en Marssloot
  3. Kadoelenweg (oneven) en De Bongerd
  4. Kadoelenweg (even), Wilmkebreek en Zijkanaal I
  5. Nieuwe Gouw en De Banne II
  6. Nieuwe Gouw West
  7. Kadoelerbreek en Buiksloterbreekpark


Samen vormen deze deelgebieden de groene long van Amsterdam-Noord: de Kadoelerscheg.

 

Werkwijze van het onderzoek


Literatuuronderzoek
Om een eerste beeld te krijgen van de natuur in de zeven deelgebieden is eerst bureauonderzoek gedaan. Daarbij is gekeken naar bestaande informatie over planten en dieren. Hiervoor zijn digitale bronnen gebruikt, zoals NDFF.nl (gegevens van de laatste vijf jaar), de kaartviewer van de gemeente Amsterdam en eerdere onderzoeksrapporten.
Deze informatie is gebruikt om per deelgebied en voor de hele Kadoelerscheg een overzicht te maken van de biodiversiteit.

Gebiedsbezoeken flora en fauna
Elk deelgebied is twee keer bezocht. Tijdens deze bezoeken is gekeken welke planten, dieren en leefgebieden er voorkomen. Dit was een aanvulling op bestaande waarnemingen. Het doel was om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van de natuur in het gebied.

Het veldwerk vond plaats tussen april en juni 2024. Dit is uitgevoerd door ecologen van Natuurlijke Zaken (NZ), samen met geïnteresseerde bewoners en leden van de Adviesgroep Kadoelerscheg.

Tijdens de bezoeken zijn waarnemingen digitaal vastgelegd op Waarneming.nl. Ook zijn verschillende landschapselementen en leefgebieden beschreven. Waar mogelijk deden deskundige buurtbewoners mee. De resultaten zijn uitgewerkt in soortentabellen en beschrijvingen per deelgebied.

Gericht onderzoek naar soorten
Naast de gebiedsbezoeken is er extra onderzoek gedaan naar bepaalde soorten. Tijdens de bezoeken werden al veel planten en dieren gezien, zoals vogels, insecten, amfibieën en weekdieren. Dit zijn soorten die overdag goed te zien of te horen zijn.

Sommige dieren zijn moeilijker te onderzoeken. Nachtactieve zoogdieren leven verborgen en zijn schuw. Vleermuizen zijn zonder speciale apparatuur moeilijk uit elkaar te houden. Toch is het belangrijk om te weten of deze soorten in de Kadoelerscheg voorkomen. Ze stellen vaak hoge eisen aan hun leefgebied en zeggen veel over de kwaliteit van de natuur. Sommige van deze soorten zijn ook zeldzaam.

Soorten zoals marterachtigen, zeldzame muizen en vleermuizen zijn streng beschermd. Enkele van deze dieren staan op de Rode Lijst van bedreigde soorten. Als zij in de Kadoelerscheg leven, is dat een belangrijke reden om het gebied goed te beschermen.

Voor dit onderzoek zijn speciale methoden gebruikt:

  • Marterachtigen zijn onderzocht met camera’s die reageren op beweging en warmte.
  • Zeldzame muizen zijn opgespoord via DNA-sporen langs de waterkant.
  • Vleermuizen zijn vastgesteld met een vleermuisdetector die hun geluiden opvangt.
  • In overleg met de Adviesgroep Kadoelerscheg is besloten om extra onderzoek te doen naar marterachtigen, de noordse woelmuis, de waterspitsmuis en vleermuizen. Ook is aanvullend onderzoek gedaan naar vlinders en libellen, omdat deze soorten veel zeggen over de kwaliteit van de natuur in het gebied.