Beleid
Verschillende soorten dieren lopen, zwemmen of vliegen door de scheg. Lees bij Verbingen en knelpunten op welke punten er knelpunten zijn gevonden in deze ecologische verbindingen. Onder Maaibeheer lees je waarom er soms wel of juist niet gemaaid moet worden. Bij Waterbeheer lees je over de waterpeilen in het gebied en waarom er nu door de klimaatverandering anders gekeken wordt naar de waterstand. Bij Aanbevelingen vind je een korte samenvatting hoe we de natuur in de Kadoelerscheg kunnen verbeteren. In het Kennisdocument Basiskwaliteit Natuur (BKN) staat beschreven wat algemene planten en dieren nodig hebben om te blijven bestaan of terug te komen.
07 januari 2026
Basiskwaliteit Natuur (BKN): de basis voor een gezonde omgeving
(Ga hier naar het volledige pdf-document)
Wat ging eraan vooraf?
Basiskwaliteit Natuur (BKN) wil dat er in heel Nederland – ook buiten speciale natuurgebieden – genoeg gezonde natuur is. Het doel? Een sterke natuur, zodat planten, dieren én mensen kunnen genieten van wat de natuur ons geeft.
Wat is BKN?
BKN zegt wat de minimale kwaliteit van de natuur in een gebied moet zijn. Het beschrijft de regels die nodig zijn, zodat gewone planten en dieren daar (kunnen) voorkomen. Maar BKN wil meer: een gezonde natuur heeft meer nodig dan alleen het beschermen van gewone soorten. Lees meer over de Basiskwaliteit Natuur. Hier kun je ook een YouTube-filmpje vinden met korte uitleg.
Hoe werkt BKN?
BKN werkt met drie belangrijke punten:
- De basis goed regelen: water, bodem en lucht moeten schoon en gezond zijn.
- De natuur goed inrichten: genoeg ruimte, verbindingen tussen natuurgebieden en ruimte voor planten die van nature in Nederland groeien.
- De natuur goed beheren: minder vervuiling, drukte, ecologisch maaibeleid, het garanderen van ruigte en rustgebieden.
Als deze punten goed zijn, ontstaan er gezonde plekken voor planten en dieren – zowel op het platteland als in de stad.
BKN in de stad
In steden betekent BKN dat er genoeg gezonde plekken moeten zijn voor dieren en planten die in de stad kunnen leven. Dit kan door:
- Ruimte te maken voor natuur (land en water)
- Verbindingen te maken tussen groene gebieden (zoals groene routes en kleine natuurplekken)
- Planten te gebruiken die van nature in ons gebied voorkomen
- Minder vervuiling (bodem, water en lucht)
- Ruimte maken voor ruigte en rustgebieden
- Ecologisch verantwoord onderhoud van groene gebieden
Waarom is dit belangrijk?
Gewone planten en dieren laten zien of de natuur gezond is. Als het goed gaat met deze basissoorten, dan is de basis gelegd voor soorten die meer eisen stellen aan hun omgeving (zeldzamer zijn). BKN zorgt ervoor dat de natuur zich kan ontwikkelen en biedt bescherming tegen klimaatverandering. De natuur zorgt voor zichzelf als de omstandigheden goed zijn en daar kunnen wij voor zorgen.
Kadoelerscheg
Stichting Kadoelerscheg werkt aan het behoud en versterken van de natuur in de Kadoelerscheg. Maar op dit moment voldoet de Kadoelerscheg niet aan de BasisKwaliteit Natuur. Dat kun je bekijken met de soortenkijker.nl. Dat heeft verschillende oorzaken, waar we als stichting hard aan werken. Om ervoor te zorgen dat we de goede gegevens hebben over welke soorten in de Kadoelerscheg voorkomen, is het belangrijk dat alle (basis)soorten op waarneming.nl of ObsIdentify gemeld worden. Daarom willen we samen met bewoners de soorten die gewoon voor zouden moeten komen, opsporen en op waarneming.nl plaatsen. Van deze data maakt de soortenkijker.nl gebruik.
06 januari 2026
De Kadoelerscheg is een groenblauw natuurgebied, een bijzonder gebied in Amsterdam-Noord. Het bestaat uit oude veenstromen, sloten, breken (zoals het Twiske, de Kadoelerbreek en de Wilmkebreekpolder) en groene zones. Deze natuur is niet alleen mooi, maar ook belangrijk voor dieren en planten. Er leven veel vogels, insecten en zoogdieren, en er groeien bijzondere planten zoals riet en orchideeën.
Problemen
Door de groei van de stad is veel groen verdwenen. Daardoor zijn de natuurgebieden binnen de Kadoelerscheg niet meer overal met elkaar verbonden. Ook is de natuur niet overal meer goed zichtbaar of voelbaar voor mensen. Terwijl groen juist belangrijk is voor onze gezondheid, het klimaat, dieren en planten.
Wat moet er gebeuren?
- Bescherm het groen: Er mag geen groen meer verdwijnen. Nieuwe bouw of verstorende activiteiten zijn niet toegestaan.
- Verbeter de verbindingen: De wateren, sloten en groene zones vormen het netwerk van de Kadoelerscheg. Deze moeten behouden blijven en waar mogelijk versterkt worden.
- Zorg voor betere routes voor dieren: Voor dieren die niet kunnen vliegen, zoals egels en kikkers, moeten er betere verbindingen komen tussen de deelgebieden.
- Maak meer groen toegankelijk: Open meer groene zones voor bewoners, bijvoorbeeld door wandelpaden aan te leggen rondom sportparken.
- Tegen hitte: Plant bomen en heggen bij parkeerplaatsen en sportvelden om hitte tegen te gaan.
- Goed beheer: Maai rietoevers en bermen op het juiste moment en met de juiste apparatuur, zodat zeldzame planten en dieren blijven bestaan.
- Herstel natuurlijke oevers: Maak de oevers van sloten en breken weer natuurlijk, zodat dieren er kunnen leven.
- Plant meer bomen: Maak een grote, groene verbinding tussen de Kadoelerbreek en het Buiksloterbreekpark, zodat er een echt ‘Buiksloterdijkpark’ ontstaat.
- Zorg voor de Noordse woelmuis: Maak een beheerplan voor de eilanden waar deze zeldzame muis leeft, zodat hij genoeg beschutting en voedsel heeft.
Waarom is dit belangrijk?
Groen is goed voor onze gezondheid, het klimaat en de natuur. Door de Kadoelerscheg te beschermen en te versterken, blijft Amsterdam-Noord een groene, gezonde en leefbare plek voor mens en dier.
05 januari 2026
De Kadoelerscheg valt voor het grootste deel onder het waterbeheer van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Een kleiner deel valt onder Rijkswaterstaat. Dit is anders dan in de rest van Amsterdam, waar het water wordt beheerd door Waterschap Amstel, Gooi en Vecht.
De grens tussen deze waterbeheerders loopt langs Zijkanaal I. De waterhoogte daar wordt geregeld door Rijkswaterstaat. In de Kadoelerscheg hebben we dus te maken met twee waterbeheerders: HHNK en Rijkswaterstaat.
Waterpeilen
Het waterpeil van Zijkanaal I is, net als het IJ en het Noordzeekanaal, -0,40 meter NAP. Dat lijkt misschien vreemd, omdat veel mensen denken dat het IJ op NAP ligt.
In de Kadoelerscheg zijn meerdere waterpeilen. Dit komt door de geschiedenis van het gebied. De waterstanden lopen uiteen van -0,40 meter tot -4,0 meter in het diepste deel van de Wilmkebreekpolder. Het grootste deel van het water in de scheg staat op -1,6 meter, net als het Noord-Hollands Kanaal, waarmee het water in open verbinding staat.
De verschillende waterpeilen zijn ontstaan door ontginning van het land en door de groei van de stad.
Verstedelijking
Als de stad uitbreidde en er nieuwe woongebieden kwamen, werd het grondwaterpeil aangepast. Dit heet drooglegging. Dit is nodig om kabels en leidingen goed te kunnen aanleggen en om te voorkomen dat straten en pleinen verzakken. Maar als het water te ver wordt verlaagd, zakt de bodem juist extra in. Dat kan weer schade veroorzaken.
Ontginning
Het grootste deel van de scheg is ontstaan door het ontginnen van veengebied. Het land werd ontwaterd om veeteelt mogelijk te maken. Het patroon van sloten en kavels is nog steeds te zien in het landschap. Dit heet het slagenlandschap.
De Nieuwe Gouw en het Twiske zijn watergangen waarlangs het water werd afgevoerd. Door de ontwatering zakte het veen steeds verder in. Daardoor moest het waterpeil telkens opnieuw worden verlaagd. Op sommige plekken staan peilpalen die laten zien hoeveel de bodem in de loop der eeuwen is gezakt.
Omdat het land lager kwam te liggen, kwamen overstromingen vanuit het IJ steeds vaker voor. Daarom is de Noorder IJ- en Zeedijk aangelegd. Achter deze dijk ontstond een polder, waar het waterpeil verder kon worden verlaagd.
Ontwikkelingen nu
Tegenwoordig wordt er anders gekeken naar waterbeheer. Het waterpeil wordt niet meer steeds verder verlaagd. Men zoekt nu naar een balans tussen een gezonde bodem en het gebruik van het land voor veeteelt. Dit heeft ook te maken met klimaatverandering en met kennis over schadelijke gassen die vrijkomen als veen uitdroogt en inklinkt.
Meer informatie is te vinden op de interactieve kaart Vastgestelde Peilgebieden van het HHNK.
04 januari 2026
In dit stuk over maaien in het (openbaar) groen wordt eerst opgesomd welke soorten van maaien kunnen worden uitgevoerd. Na deze algemene informatie volgen enkele voorbeelden wat er de laatste jaren aan maaien en maaibeleid is uitgevoerd in de Kadoelerscheg. Het ene voorbeeld gaat over de Wilmkebreekpolder, die in particulier bezit is en een agrarische bestemming heeft. Het andere voorbeeld gaat over de Landsmeerderdijk, die onder de verantwoordelijkheid valt van het hoogheemraadschap HHNK.
Maaien in de zomer: hoe werkt dat?
Van juli tot en met september wordt er veel gemaaid. In deze periode krijgen we ook veel vragen over maaien. Hoe werkt maaien vanuit de natuur bekeken? En welke manieren van maaien zijn er?
Maaien en natuur
Maaien zorgt voor verandering in de natuur. Zonder mensen gebeurt maaien ook, maar dan op een andere manier. Grote grazers zoals herten eten planten, maar ook kleine insecten doen dat. Wind, water en plantenziektes zorgen er ook voor dat planten afsterven.
Deze vormen van maaien zorgen ervoor dat planten niet onbeperkt doorgroeien. Zonder deze rem zou een groot deel van Nederland langzaam veranderen in bos. Op plekken met veel dynamiek, zoals langs de kust, rivieren of in gebieden met grote kuddes dieren, blijft het landschap opener. Daar groeien juist planten die tegen die omstandigheden kunnen, zoals planten die tegen zout, betreding of verstoring kunnen.
Maaien door mensen
Maaien door mensen is ook een vorm van dynamiek. Er zijn verschillende manieren van maaien. Elke manier zorgt voor andere planten en dieren.
De belangrijkste vormen zijn:
- intensief maaien
- extensief maaien en afvoeren
- sinusmaaien
- klepelen
Intensief maaien
Intensief maaien zorgt voor kort en strak gras. Dit gebeurt vooral op plekken die veel door mensen worden gebruikt, zoals:
- speelvelden
- sportvelden
- bermen voor goed zicht
- gazons
Er wordt vaak elke week gemaaid, van april tot oktober. Het gemaaide gras blijft liggen en wordt fijngehakt. Hierdoor wordt de bodem op den duur zuur. Dan komen er mossen.
Om het gras goed te houden, is veel onderhoud nodig, zoals:
- bemesten of kalk strooien
- beluchten van de bodem
- opnieuw inzaaien
Daarom wordt dit ook wel duur en intensief gras genoemd. In dit soort grasvelden groeien vooral grassoorten. Daarnaast zie je soms kleine planten zoals madeliefjes en ereprijs. De biodiversiteit is laag. In de Kadoelerscheg zie je dit bij sportveldjes. Daar groeit snel jong gras, waar konijnen graag van eten.
Extensief maaien en afvoeren
Extensief maaien gebeurt vooral op hooilanden. Het gras en de kruiden krijgen hier veel tijd om te groeien. Meestal wordt er één of twee keer per jaar gemaaid.
Na het maaien blijft het gras even liggen om te drogen. Daarna wordt het afgevoerd als hooi. Omdat het maaisel wordt weggehaald, verdwijnen ook voedingsstoffen uit de bodem. De bodem wordt daardoor schraler. Hierdoor krijgen kruiden meer kans om te groeien. Zo ontstaan kruidenrijke graslanden. Welke planten er groeien, hangt af van de grond:
- op klei: bijvoorbeeld margriet en berenklauw
- op zand: bijvoorbeeld duizendblad en wilde peen
Deze graslanden zijn rijk aan planten en dieren.
Voor weidevogels zijn kruidenrijke graslanden erg belangrijk. Jonge vogels eten insecten van de planten. Later kunnen ze ook wormen uit de grond halen, als de bodem zacht genoeg is.
Op sommige gronden is minder maaien genoeg.
- op zand: soms eens per twee jaar
- op klei en veen: meestal één keer per jaar, vaak in augustus
Dat scheelt kosten en is beter voor de natuur.
Sinusmaaien
Om meer afwisseling te krijgen, wordt soms sinusmaaien gebruikt. Dit is een vorm van extensief maaien.
Daarbij wordt niet alles tegelijk gemaaid. Ongeveer een derde van het gebied blijft staan. Bij de volgende maaibeurt wordt dat stuk gemaaid en blijft een ander deel staan. Zo kunnen insecten blijven leven in het ongemaaide deel. Planten kunnen zaad vormen en zich verspreiden.
Dit lijkt op wat grazers doen: die eten ook niet alles op. In de Kadoelerscheg is dit goed te zien bij het Kadoelerduin.
Klepelen
Klepelen is een snelle en goedkope manier van maaien. Het gras en de planten worden fijn geslagen en blijven liggen. Soms worden ook struiken meegenomen. Doordat het materiaal zo fijn is, vergaat het snel. Daardoor komen veel voedingsstoffen in korte tijd vrij. Alleen sterke planten kunnen hier tegen.
Vaak groeien dan vooral:
- brandnetel
- bijvoet
- bramen
- riet
Dit heet ruigtevegetatie. Die is soms gewenst, maar meestal niet. Ruigte heeft weinig verschillende plantensoorten, dus de biodiversiteit is laag. Als er elk jaar wordt geklepeld, hoopt plantenmateriaal zich op. De bodem wordt dicht en water kan slecht weg. Er ontstaan plassen.
Langs wegen komt daar ook vervuiling bij, zoals fijnstof, olie, zout en plastic. Dat kan later tot dure herstelmaatregelen leiden.
Voorbeeld 1: Extensief maaien en afvoeren in de Wilmkebreekpolder
De Wilmkebreekpolder is een kleipolder en wordt gebruikt voor vee en hooi. De boer heeft afspraken om weidevogels te beschermen. Daarom gaat hij pas maaien na het broedseizoen, meestal na juni.
De weilanden worden eenmaal per jaar gemaaid.
De percelen bij de huizen en het stuk langs de dijk worden het hele jaar begraasd door schapen en koeien. De boer heeft een contract voor kruidenrijk grasland. Hij mag geen kunstmest gebruiken en krijgt een vergoeding voor minder opbrengst.
Positief resultaat voor de natuur:
- De weilanden zijn bloemrijk en insectenrijk en er is veel bodemleven
- Tijdens het broedseizoen is er geen activiteit in de hooilanden
- Ideaal voor de weidevogels en hun jongen.
Problemen voor de boer:
- Grote groepen ganzen laten veel poep en veren achter in het gras
- Na een nat voorjaar kunnen de maai- en hooimachines niet het land op. In 2024 kon er pas in augustus worden gemaaid.
Voorbeeld 2: Klepelen en begrazing op de Landsmeerderdijk
De dijk wordt beheerd door een hoogheemraadschap. Veiligheid is hier het belangrijkst. Daarom moet de dijk bedekt zijn met gras dat goed wortelt. De dijk heeft een steil talud, waardoor klepelen de enig mogelijke vorm van maaien lijkt. Op de Landsmeerderdijk groeien veel brandnetels en fluitekruid. Dat komt door het klepelen en door zwerfafval, tuinafval en hondenpoep. Na overleg met bewoners zet het Hoogheemraadschap naast het klepelen ook schapen in om de brandnetels weg te eten en schapen zijn goed voor het goed wortelen van het gras. Omwonenden zijn gevraagd geen tuinafval meer op de dijk te gooien. Een bloemrijke grasdijk kan veilig zijn én goed voor insecten.
Positief resultaat voor de natuur:
- Schapen eten de brandnetels weg, dat geeft minder groenafval op de dijk
- Er is meer ruimte voor gras en bloemen
Problemen voor de natuur:
- Het maaisel na het klepelen blijft nog op de dijk liggen
- Er staan nog steeds teveel brandnetels op de dijk
- Er ligt nog steeds zwerfafval, tuinafval en hondenpoep op de dijk
De habitat-benadering
HHNK werkt nu volgens de habitat-benadering. Dat betekent dat niet alles tegelijk wordt gemaaid.
Bij de eerste maaibeurt wordt slechts een deel gemaaid. In september volgt de rest. Over het afvoeren van het maaisel wordt nog nagedacht.
03 januari 2026
De Kadoelerscheg is een natuurgebied dat verbonden is met andere natuurgebieden, zoals de Landsmeerderpolder en het Twiske. Deze verbindingen zijn belangrijk voor dieren en planten. Ze helpen dieren om van het ene naar het andere gebied te gaan, water goed te verdelen en soorten te beschermen. Zo kunnen dieren zich voortplanten en voedsel zoeken.
Ga naar het rapport voor een uitgebreid verslag (pag. 54 t/m 63)
De A10 en de IJdoornlaan als barrières
De A10 en de IJdoornlaan zijn grote wegen die het gebied doorsnijden. Onder de weg door lopen watergangen, waar vissen en waterdieren goed gebruik van kunnen maken. Voor andere dieren, landdieren zoals kikkers, egels, muizen en marters, is het moeilijker om vanuit Waterland Noord in te gaan of andersom. Er zijn wel enkele onderdoorgangen met stenen of tunnels, maar veel onderdoorgangen zijn te licht of te druk. Daardoor durven veel dieren er niet langs te gaan.
Natuur binnen de Kadoelerscheg
Binnen de Kadoelerscheg zijn er parken, bosjes en bomenrijen. Deze helpen vogels en vleermuizen om te vliegen, te schuilen en voedsel te zoeken. Maar er zijn ook problemen: sommige wegen en dijken breken de groene verbindingen. Ook zijn er plekken waar de oevers van het water niet natuurlijk zijn, wat slecht is voor dieren die in en uit het water willen.
Licht en dieren
Te veel licht ’s nachts is slecht voor dieren en planten. Het verstoort hun leefritme. Daarom is het beter om zo min mogelijk licht te gebruiken, vooral in natuurgebieden. Als er wel licht nodig is, kan dat beter warm (oranje) licht zijn en gericht op de weg, niet in de natuur. Ook kan licht op sensoren werken, zodat het alleen aan gaat als er iemand langskomt.
Wat kan beter?
Er zijn nog veel plekken waar de verbindingen tussen natuurgebieden beter kunnen. Bijvoorbeeld door meer natuurlijke oevers, minder licht en betere tunnels onder wegen. Ook kunnen er meer bomen en struiken geplant worden, zodat dieren zich beter kunnen verplaatsen en verstoppen.




