Maaibeheer

04-01-2026

In dit stuk over maaien in het (openbaar) groen wordt eerst opgesomd welke soorten van maaien kunnen worden uitgevoerd. Na deze algemene informatie volgen enkele voorbeelden wat er de laatste jaren aan maaien en maaibeleid is uitgevoerd in de Kadoelerscheg. Het ene voorbeeld gaat over de Wilmkebreekpolder, die in particulier bezit is en een agrarische bestemming heeft. Het andere voorbeeld gaat over de Landsmeerderdijk, die onder de verantwoordelijkheid valt van het hoogheemraadschap HHNK. 

 

Maaien in de zomer: hoe werkt dat?
Van juli tot en met september wordt er veel gemaaid. In deze periode krijgen we ook veel vragen over maaien. Hoe werkt maaien vanuit de natuur bekeken? En welke manieren van maaien zijn er?

Maaien en natuur
Maaien zorgt voor verandering in de natuur. Zonder mensen gebeurt maaien ook, maar dan op een andere manier. Grote grazers zoals herten eten planten, maar ook kleine insecten doen dat. Wind, water en plantenziektes zorgen er ook voor dat planten afsterven.

Deze vormen van maaien zorgen ervoor dat planten niet onbeperkt doorgroeien. Zonder deze rem zou een groot deel van Nederland langzaam veranderen in bos. Op plekken met veel dynamiek, zoals langs de kust, rivieren of in gebieden met grote kuddes dieren, blijft het landschap opener. Daar groeien juist planten die tegen die omstandigheden kunnen, zoals planten die tegen zout, betreding of verstoring kunnen.

Maaien door mensen
Maaien door mensen is ook een vorm van dynamiek. Er zijn verschillende manieren van maaien. Elke manier zorgt voor andere planten en dieren.

De belangrijkste vormen zijn:

  • intensief maaien
  • extensief maaien en afvoeren
  • sinusmaaien
  • klepelen 

Intensief maaien
Intensief maaien zorgt voor kort en strak gras. Dit gebeurt vooral op plekken die veel door mensen worden gebruikt, zoals:

  • speelvelden
  • sportvelden
  • bermen voor goed zicht
  • gazons

Er wordt vaak elke week gemaaid, van april tot oktober. Het gemaaide gras blijft liggen en wordt fijngehakt. Hierdoor wordt de bodem op den duur zuur. Dan komen er mossen.

Om het gras goed te houden, is veel onderhoud nodig, zoals:

  • bemesten of kalk strooien
  • beluchten van de bodem
  • opnieuw inzaaien

Daarom wordt dit ook wel duur en intensief gras genoemd. In dit soort grasvelden groeien vooral grassoorten. Daarnaast zie je soms kleine planten zoals madeliefjes en ereprijs. De biodiversiteit is laag. In de Kadoelerscheg zie je dit bij sportveldjes. Daar groeit snel jong gras, waar konijnen graag van eten.

 
Extensief maaien en afvoeren
Extensief maaien gebeurt vooral op hooilanden. Het gras en de kruiden krijgen hier veel tijd om te groeien. Meestal wordt er één of twee keer per jaar gemaaid.

Na het maaien blijft het gras even liggen om te drogen. Daarna wordt het afgevoerd als hooi. Omdat het maaisel wordt weggehaald, verdwijnen ook voedingsstoffen uit de bodem. De bodem wordt daardoor schraler. Hierdoor krijgen kruiden meer kans om te groeien. Zo ontstaan kruidenrijke graslanden. Welke planten er groeien, hangt af van de grond:

  • op klei: bijvoorbeeld margriet en berenklauw
  • op zand: bijvoorbeeld duizendblad en wilde peen

Deze graslanden zijn rijk aan planten en dieren.

Voor weidevogels zijn kruidenrijke graslanden erg belangrijk. Jonge vogels eten insecten van de planten. Later kunnen ze ook wormen uit de grond halen, als de bodem zacht genoeg is.

Op sommige gronden is minder maaien genoeg.

  • op zand: soms eens per twee jaar
  • op klei en veen: meestal één keer per jaar, vaak in augustus


Dat scheelt kosten en is beter voor de natuur.

 
Sinusmaaien
Om meer afwisseling te krijgen, wordt soms sinusmaaien gebruikt. Dit is een vorm van extensief maaien.
Daarbij wordt niet alles tegelijk gemaaid. Ongeveer een derde van het gebied blijft staan. Bij de volgende maaibeurt wordt dat stuk gemaaid en blijft een ander deel staan. Zo kunnen insecten blijven leven in het ongemaaide deel. Planten kunnen zaad vormen en zich verspreiden.
Dit lijkt op wat grazers doen: die eten ook niet alles op. In de Kadoelerscheg is dit goed te zien bij het Kadoelerduin.

 
Klepelen
Klepelen is een snelle en goedkope manier van maaien. Het gras en de planten worden fijn geslagen en blijven liggen. Soms worden ook struiken meegenomen. Doordat het materiaal zo fijn is, vergaat het snel. Daardoor komen veel voedingsstoffen in korte tijd vrij. Alleen sterke planten kunnen hier tegen.
Vaak groeien dan vooral:

  • brandnetel
  • bijvoet
  • bramen
  • riet

Dit heet ruigtevegetatie. Die is soms gewenst, maar meestal niet. Ruigte heeft weinig verschillende plantensoorten, dus de biodiversiteit is laag. Als er elk jaar wordt geklepeld, hoopt plantenmateriaal zich op. De bodem wordt dicht en water kan slecht weg. Er ontstaan plassen.
Langs wegen komt daar ook vervuiling bij, zoals fijnstof, olie, zout en plastic. Dat kan later tot dure herstelmaatregelen leiden.

 
Voorbeeld 1: Extensief maaien en afvoeren in de Wilmkebreekpolder
De Wilmkebreekpolder is een kleipolder en wordt gebruikt voor vee en hooi. De boer heeft afspraken om weidevogels te beschermen. Daarom gaat hij pas maaien na het broedseizoen, meestal na juni.

De weilanden worden eenmaal per jaar gemaaid.
De percelen bij de huizen en het stuk langs de dijk worden het hele jaar begraasd door schapen en koeien. De boer heeft een contract voor kruidenrijk grasland. Hij mag geen kunstmest gebruiken en krijgt een vergoeding voor minder opbrengst.

Positief resultaat voor de natuur:

  • De weilanden zijn bloemrijk en insectenrijk en er is veel bodemleven
  • Tijdens het broedseizoen is er geen activiteit in de hooilanden
  • Ideaal voor de weidevogels en hun jongen.

Problemen voor de boer

  • Grote groepen ganzen laten veel poep en veren achter in het gras
  • Na een nat voorjaar kunnen de maai- en hooimachines niet het land op. In 2024 kon er pas in augustus worden gemaaid.
     

Voorbeeld 2: Klepelen en begrazing op de Landsmeerderdijk
De dijk wordt beheerd door een hoogheemraadschap. Veiligheid is hier het belangrijkst. Daarom moet de dijk bedekt zijn met gras dat goed wortelt. De dijk heeft een steil talud, waardoor klepelen de enig mogelijke vorm van maaien lijkt. Op de Landsmeerderdijk groeien veel brandnetels en fluitekruid. Dat komt door het klepelen en door zwerfafval, tuinafval en hondenpoep. Na overleg met bewoners zet het Hoogheemraadschap naast het klepelen ook schapen in om de brandnetels weg te eten en schapen zijn goed voor het goed wortelen van het gras.  Omwonenden zijn gevraagd geen tuinafval meer op de dijk te gooien. Een bloemrijke grasdijk kan veilig zijn én goed voor insecten.

Positief resultaat voor de natuur

  • Schapen eten de brandnetels weg, dat geeft minder groenafval op de dijk 
  • Er is meer ruimte voor gras en bloemen

Problemen voor de natuur:

  • Het maaisel na het klepelen blijft nog op de dijk liggen
  • Er staan nog steeds teveel brandnetels op de dijk
  • Er ligt nog steeds zwerfafval, tuinafval en hondenpoep op de dijk

De habitat-benadering
HHNK werkt nu volgens de habitat-benadering. Dat betekent dat niet alles tegelijk wordt gemaaid.
Bij de eerste maaibeurt wordt slechts een deel gemaaid. In september volgt de rest. Over het afvoeren van het maaisel wordt nog nagedacht.