Wandelingen

‘Op weg door de scheg’ is een wandelroute die u vertelt over de natuur (ecologie) en de geschiedenis (cultuurhistorie) van de Kadoelerscheg; het groene gebied tussen westelijk Waterland en het IJ.

 

De wandelroute ‘Op weg door de scheg’ neemt u mee langs de rand van de Kadoelerscheg. Klik hier om de routekaart te downloaden.

Dit is wandeling A van 10 km. Klik hier voor routebeschrijving A in pdf-formaat. Geschikt op scherm en om uit te printen. U kunt de wandeling in tweeën delen door een afslag te nemen via de Kadoelenweg. Het westelijke deel is dan wandeling B van 6 km (routebeschrijving B) en het oostelijke deel wandeling C van 7 km (routebeschrijving C).

Tijdens het wandelen komt u langs paaltjes met QR-codes. Als u die op uw telefoon scant of op een van de informatieblokjes hieronder klikt, dan krijgt u meer informatie over de betreffende plant, dier of andere natuur op die plek. 


 

Gewone dwergvleermuis

15 januari 2026

Vleermuizen zijn zoogdieren. Hun voorpoten zijn vergroeid tot vleugels. De vleugels bestaan uit een dunne huid tussen hun ‘vingers’.

De gewone dwergvleermuis is de meest voorkomende vleermuis in Nederland. Je ziet hem in heel Amsterdam-Noord. Het is een van de kleinste vleermuizen: hij weegt maar 6 gram en is 4 tot 5 centimeter lang. Zijn vleugels zijn ongeveer 21 centimeter breed. Het is een nachtdier dat op insecten jaagt.

Echo

Vleermuizen kunnen in het donker ‘zien’ met geluid. Ze maken hele hoge geluiden (ultrasoon). Door de echo horen ze waar insecten of obstakels zijn. Daarom hebben ze grote oren. Mensen kunnen deze geluiden niet horen, maar met een vleermuisdetector (batdetector) wel. Die zet het hoge geluid om in lage klikjes. Deze klikjes verschillen per soort vleermuis. Zo kun je horen welke vleermuis het is.

Boomtoppen

Je kunt de gewone dwergvleermuis ook bij schemering zien. Een half uur na zonsondergang gaan ze op jacht, vooral op plekken waar veel insecten zijn, zoals rond boomtoppen. Ze vliegen zigzag tussen de boomtoppen. Van het voorjaar tot het najaar zie je ze hier vaak. Vleermuizen vliegen van slaapplek naar voedselplek langs lange lijnen in het landschap, zoals rijen bomen of zoals hier de rivier de Twiske.

Gewone pad

14 januari 2026

De gewone pad voelt zich bijna overal thuis: in tuinen, parken, bossen en ook in de Kadoelerscheg.

Overdag verstopt hij zich, bijvoorbeeld onder boomstammen of bloempotten. ’s Nachts komt hij tevoorschijn om te jagen op insecten, slakken en andere kleine diertjes. Padden hebben gifklieren, waardoor ze niet snel opgegeten worden. Toch moeten ze oppassen voor reigers en ratten.

Paddentrek

ln het voorjaar, van maart tot april, na de winterslaap trekken padden massaal naar hun voortplantingsplekken. Als ze daarvoor een weg moeten oversteken, kan dat gevaarlijk zijn. Gelukkig helpen veel vrijwilligers de padden veilig over te steken. Jij kunt ook helpen: zie je een pad op de weg? Zet hem dan in de kant waar hij naartoe kijkt.

Voortplanting

Als de padden bij het water zijn, klimmen de mannetjes op de rug van de vrouwtjes. Dit noem je ‘amplexus’ (omstrengeling). Daarna legt het vrouwtje lange snoeren met eieren in het water. Ook de larven (dikkopjes of donderkopjes) zijn giftig, waardoor ze niet snel door vissen worden opgegeten. Dat maakt padden de meest vistolerante amfibieën van Nederland.

Help de pad!

Wil je padden helpen? Maak dan in je tuin een hoekje met takken, stenen of een boomstam, zodat ze zich kunnen verstoppen. Een vijvertje is nog beter, ook voor andere dieren die bij of in het water leven.

Groot hoefblad

13 januari 2026

Groot hoefblad is een plant die langs het water groeit. In het voorjaar bloeit de plant met grote bloemtrossen, terwijl er nog geen bladeren zijn. Pas na de bloei verschijnen de grote bladeren. De bloemen zijn lichtpaars van kleur.

Een verwante soort is klein hoefblad. Die heeft gele bloemen en veel kleinere bladeren. Groot hoefblad is belangrijk voor insecten in het voorjaar, omdat de bloemen veel voedsel geven. De grote bladeren zorgen voor schaduw en houden de bodem vochtig. Zo ontstaat een fijne leefplek voor kleine dieren, insecten en andere bodemdieren.

De planten groeien altijd in grote groepen. In de herfst sterven de bladeren af. Dan zie je vaak gaatjes en rafelranden in de bladeren. Dat laat zien dat er dieren van de plant hebben gegeten. De bladeren kunnen wel 50 centimeter breed worden.

Gemaal

We kijken hier naar de kom bij de Kadoelerbreek, aan de andere kant dan bij het QR-paaltje IJsvogel. De kom ligt tussen Zijkanaal I en de Kadoelerbreek. Als het waterpeil in Waterland te hoog wordt, gaat het gemaal aan en stroomt het water hier snel.

In het water leven verschillende vissen, zoals baars, paling en driedoornige stekelbaars. Op de bodem leeft de Amerikaanse brakwaterstrandschelp. Ook is hier de Amerikaanse zoetwaterkreeft gevonden, een plaag voor de andere waterdiertjes en een gevaar voor de oevers. Naast het gemaal is een vissluis. Die laat vissen door zoals paling en stekelbaars om naar het zoete water van Waterland te zwemmen.

Harder

12 januari 2026

Harders: vissen in het Zijkanaal I

Zie je hier een groep vissen vlak onder het wateroppervlak zwemmen? Dan zijn het misschien harders. Deze vis houdt van het brakke water in het Zijkanaal I. Harders leven zowel in zoet als in zout water. In de zomer zwemmen ze vanuit de Noordzee door de sluizen van IJmuiden naar het Nederlandse binnenwater, zoals het Zijkanaal I. Daar schrapen ze met hun lippen algen van de bodem. Dat zorgt soms voor mooie patronen in het water.

Ontwikkeling

Tussen januari en april leggen harders hun eieren in de open zee. De stroming brengt de eieren naar de kust. Daar groeien de jonge harders op in gebieden waar zoet en zout water mengen, zoals het Noordzeekanaal en dus ook Zijkanaal I. Hier zijn al kleine hardertjes van maar 3 centimeter gezien! Jonge harders zwemmen in grote groepen, soms wel 50 vissen bij elkaar. Als ze ouder worden, worden de groepen kleiner en zwemmen ze in dieper water. Volwassen harders zie je soms in kleine groepjes bij de oever, waar ze algen eten.

Drie soorten

Er zijn eigenlijk drie soorten harders: de dunlipharder, de diklipharder en de goudharder. Ze lijken zo op elkaar dat we vaak gewoon ‘harder’ zeggen. In het Zijkanaal I komen waarschijnlijk alleen de dunlipharder en de diklipharder voor. De goudharder, die een gouden vlek op zijn wang heeft, zwemt minder vaak zoet water in. Het verschil tussen de dunlip- en diklipharder? Kijk naar de lippen! Bij de diklipharder is de lip twee keer zo dik als zijn oog. Bij de dunlipharder is dat niet zo.

 

IJsvogel

11 januari 2026

De ijsvogel: een kleurrijke jager

De ijsvogel is een opvallende vogel met glanzend blauwe en rode veren. Hij is bekend omdat hij vanaf een uitkijkpost in het water duikt om visjes en waterinsecten te vangen.

In Amsterdam-Noord broeden steeds meer ijsvogels. Ze maken hun nest in zachte, steile oevers. Hier in de buurt zijn speciale ijsvogelwanden aangelegd. Vanaf eind maart tot eind augustus kun je soms een felblauwe flits boven het water of het riet zien vliegen. Vaak hoor je eerst zijn schelle, korte roepjes.

Kadoelerbreek

Als we over de Kadoelerbreek kijken, zien we een oude dijkdoorbraak waar een plas is ontstaan. Rondom de plas groeien verschillende soorten bomen, zoals zwarte els en berk. Ook groeien er oeverplanten die passen bij dit vroegere veengebied. De Kadoelerbreek is een plas tussen de Nieuwe Gouw en Zijkanaal I.

Het water is aan de oppervlakte zoet, maar op de bodem is het brak. Het zoutgehalte verandert steeds. In het brakke water leven bijzondere dieren, zoals de Amerikaanse brakwaterstrandschelp op de bodem en de brakwaterpok die zich vastzet op harde voorwerpen. Als er veel regen valt en het water zoeter wordt, kan de brakwaterpok doodgaan. Omdat deze soort jonge dieren heeft die vrij kunnen zwemmen, komt hij snel weer terug vanuit het Noordzeekanaal. Daarna zet hij zich opnieuw vast, bijvoorbeeld op een fiets die in het water ligt.

Zelden gemaaid

Langs het pad wordt het gras kort gehouden, maar op de eilandjes wordt bijna nooit gemaaid. Zo blijft de natuur zo veel mogelijk intact. In de plas rusten vaak kleine mantelmeeuwen. In het voorjaar hoor je veel vogels zingen of roepen, zoals de zwartkop, cetti’s zanger, winterkoning en de koekoek.

In de sloot aan de kant van de huizen groeit gele plomp. Tussen de planten kun je vogels zien zoals de meerkoet, waterhoen, krakeend en fuut. Het water in deze sloot is zoet. Daar groeit ook een soort kranswier, dat het voedsel is van krooneenden. Elk jaar worden in het voorjaar en de zomer meerdere krooneenden in deze sloot gezien.

Kievit

10 januari 2026

De kievit is een bekende weidevogel. Vroeger kwam hij veel voor in Nederland, maar nu zijn er minder nesten. Gelukkig broeden hier in de Wilmkebreekpolder nog elk jaar wel 50 kieviten. In het voorjaar kun je ze vanaf de dijk zien vliegen en hun luide roep “Kieoewiet” horen.

Ook andere vogels maken hier hun nest, zoals de grutto, tureluur, scholekster en watervogels zoals grauwe gans, wilde eend, krakeend, meerkoet, waterhoen en slobeend.

Langs de dijk liggen hooilanden waar veel vogels broeden. Om te zorgen dat vossen en huiskatten daar niet komen, wordt elk jaar een speciaal hek geplaatst. Op de weilanden bij de huizen en langs de dijk loopt het hele jaar door vee. Na het broedseizoen wordt het gras gemaaid en komen koeien en schapen ook in de hooilanden.

Omdat het vee hier graast en er alleen ruige stalmest wordt gebruikt, groeien er veel bloemen. Daardoor zijn er ook veel insecten en leeft er veel in de bodem. Dat is goed voor de weidevogels.

Licht zoute grond

Door vroegere dijkdoorbraken en zoute kwel uit het Zijkanaal I is de grond in de polder een beetje zout. Ook de sloten zijn licht brak. In de greppels groeien planten die tegen zout kunnen, zoals strandzoutgras en goudknopje.

De polder is altijd agrarisch gebruikt vooral voor veeteelt. De grond is nooit omgeploegd en het oude patroon van sloten is nog steeds te zien. Daardoor leven er veel verschillende planten en dieren, zowel in de grond als erboven. In de bodem zitten bijvoorbeeld veel emelten, dat zijn de larven van langpootmuggen. Boven de grond leven veel soorten nachtvlinders en andere insecten.

Konijn

09 januari 2026

Veel mensen weten niet dat het konijn door de Romeinen naar West-Europa is gebracht. Vroeger leefde het konijn alleen in Spanje en Noord-Afrika. Inmiddels is het dier helemaal ingeburgerd en leeft het bijvoorbeeld in de Hollandse duinen.

Konijnen hebben veel last gehad van ziektes, maar ze blijven toch bestaan. Soms worden er tamme konijnen losgelaten. Die mengen zich met de wilde konijnen. Konijnen eten gras en planten en houden zo de begroeiing kort. Ze zijn een prooi voor roofdieren zoals marterachtigen. Ook worden ze vaak gedood door katten en honden, die ze daarna laten liggen en niet opeten.

Je ziet konijnen hier vaak grazen. Bij gevaar vluchten ze snel onder braamstruiken. Ze graven holen in de zandige grond en krijgen veel jongen. Een vrouwtje kan drie keer per jaar een nest krijgen met wel negen jongen. Konijnen leven in groepen en hebben een duidelijke rangorde.

Kadoelerduin

Het Kadoelerduin is een bijzonder gebied in de Kadoelerscheg. Langs het grasveld loopt een lange haag van bramen. Deze haag is een goede schuilplaats voor konijnen, vooral tegen de honden die hier worden uitgelaten.

De bodem bestaat uit kalkrijk zand. Daardoor groeien hier planten die ook in de duinen voorkomen, zoals duinkruiskruid en slangenkruid. Daarom heet dit gebied nu Kadoelerduin. Er groeien ook ingezaaide planten, zoals steenanjer en muskuskaasjeskruid.

Korstmos op gewone es 

08 januari 2026

Op de schors van oude essen groeien verschillende soorten korstmossen en mossen. Probeer eens te tellen hoeveel soorten je ziet! Let ook op het verschil tussen de zuid- en noordkant van de stam. Sommige mossen groeien hoog, andere juist laag bij de voet. Wij telden minstens 8 soorten.

 

Mossen zijn kleine plantjes zonder echte wortels of bloemen. Ze verspreiden zich met sporen. Soms zie je kleine sporenkapsels, daarin zitten de sporen. Mossen groeien vooral op vochtige plekken.

Wat is korstmos?

Korstmos lijkt op plak met een stevige korst of een gerimpeld oppervlak. Het is eigenlijk een samenwerking (symbiose) tussen een alg en een schimmel. De alg maakt suikers met zonlicht en CO₂. De schimmel haalt water en mineralen uit de omgeving en beschermt de alg tegen uitdroging. Zo helpen ze elkaar: de schimmel geeft bescherming en water, de alg maakt voedsel. Samen overleven ze op plekken waar ze alleen niet zouden kunnen leven.

Een bekend korstmos is het groot dooiermos. Dit korstmos is geel en komt veel voor.

De es

De es is een boom die goed past in oude veengebieden. Hij groeit vaak samen met de zwarte els. Beide bomen houden van natte grond. Vroeger plantten mensen essen omdat het hout sterk en taai is. Het werd bijvoorbeeld gebruikt voor stelen van hamers en bijlen.

 

Landkaartje

07 januari 2026

Het landkaartje is een vlinder die het hele jaar in Nederland blijft.

Er zijn twee generaties per jaar. De eerste generatie vliegt in het voorjaar: een oranje vlinder met zwarte vlekken, van half april tot begin juni. De tweede generatie vliegt in de zomer: een zwarte vlinder met oranjerode en witte strepen, van begin juli tot september. De lengte van het daglicht bepaalt hoe de vlinder uit de pop komt.

Waar leeft het landkaartje?

Deze vlinder houdt van vochtige plekken, zoals ruigte, rietland, bossen, heggen, houtwallen, tuinen en parken. Hij vliegt vooral in de vroege ochtend en aan het eind van de middag. Het landkaartje houdt niet van te veel warmte en zon! Overdag rusten de mannetjes in groepen in de schaduw. Als er een bij of andere vlinder in de buurt komt, jagen ze die weg. Als er een vrouwtje langs vliegt, vliegen alle mannetjes achter haar aan in een spiraal omhoog.

Eitjes en rupsen

De eitjes worden in rijtjes gelegd aan de onderkant van bladeren van grote brandnetels of berenklauw. Dit gebeurt op vochtige plekken langs het water of in donkere bosranden. De rups blijft bij de plant tot hij verpopt.

Voedsel

In het voorjaar drinkt de vlinder nectar van fluitenkruid. In de zomer eet hij nectar van akkerdistel, berenklauw en koninginnenkruid.

Tip om deze vlinder te helpen

Laat brandnetels in de schaduw staan, ook in de winter. Daar zitten de eitjes en poppen van het landkaartje op.

Lantaarntje

06 januari 2026

Het lantaarntje is een waterjuffer, een soort kleine libel. De larven leven in de sloot. In het voorjaar kruipen ze langs een stengel omhoog, boven het water. Als ze zijn opgedroogd, kruipt de volwassen waterjuffer uit het oude huidje.

Net als andere libellen zijn lantaarntjes goede jagers. Ze eten kleine insecten die ze tijdens het vliegen vangen. Het mannetje is goed te herkennen aan het blauwe uiteinde van zijn lijf, dat lijkt op een klein lampje. Het vrouwtje is meestal donker van kleur en heeft soms ook een lichtblauw uiteinde.

Lantaarntjes zijn te zien van begin april tot eind september. Ze vliegen laag tussen de planten of rusten op oeverplanten en op de bladeren van de gele plomp. In dit gebied leven ook andere waterjuffers, maar het mannetje van het lantaarntje is makkelijk te herkennen aan het blauwe uiteinde van zijn achterlijf.

Buiksloterbreekpark

We staan aan de rand van het Buiksloterbreekpark. Deze ‘breek’ is ontstaan op de plek van een vroegere dijkdoorbraak. Later is hier een park met veel water aangelegd. Het park heeft een natuurlijke uitstraling. Er groeien veel verschillende planten, zowel inheemse als uitheemse soorten.

In het park leven veel vogels. De paden lopen slingerend door het gebied. Het gras wordt weinig gemaaid en de bomen krijgen de ruimte om te groeien. Hierdoor leven hier veel insecten. In het water zwemmen vissen zoals de baars en er zijn veel watervogels te zien.

Lindeboom

05 januari 2026

De lindeboom: een statige boom

Aan beide kanten van dit lange dijkje staan rijen lindebomen. Deze bomen zijn gekweekt en hier aangeplant. In het voorjaar bloeien ze en daarna krijgen ze typische zaden. De bladeren van de linde zijn hartvormig. Aan de onderkant van de bladeren, in de nerfoksels, zitten vaak kleine, lichte haartjes (acarodomatiën). Daarin leven mijten die de boom beschermen tegen luizen en rupsen.

Lindebomen kunnen heel oud worden en 20 tot 30 meter hoog. De Europese soorten groeien vaak in beekdalen.

De omgeving

We staan op een dijkje dat de sloten rond Banne Buiksloot scheidt van het water van de Nieuwe Gouw. Langs de dijk liggen grasstroken die niet vaak gemaaid worden. De grond is voedselrijk en vochtig, ideaal voor de noordse woelmuis en waterspitsmuis.

Muurvaren

04 januari 2026

Muurvaren is ook een plant die je kunt zien in Amsterdam, vooral op oude muurtjes langs het water.

Deze plant heeft kleine, gevorkte bladeren die donkergroen zijn. Muurvaren groeit het best op muurtjes die gemetseld zijn met kalkrijke cement. Als je vanaf de Oostzanerdijk het Zuideinde op loopt, zie je links op de muur een paar kleine muurvarens staan.

Rotsen

Onder het bruggetje en langs het water zijn muurtjes gebouwd van bakstenen. Deze muurtjes lijken een beetje op kunstmatige rotsen. Daarom groeien hier muurvaren, tongvaren en andere planten die van muren houden. Het water in het riviertje het Twiske stroomt bijna niet en is ondiep, maar langs de kant staan veel planten.

Rond het bruggetje groeien ook wilde planten die in ruig gebied thuishoren, zoals grote brandnetel, grote klis, smeerwortel en akkerdistel.

Riet

03 januari 2026

Riet is een plant die groeit langs het water en lijkt op hoog gras.

Oorspronkelijk komt riet uit Eurazië, maar nu groeit het ook in Noord-Amerika. Riet kan wel drie meter hoog worden. Je vindt het langs ondiepe oevers, in moerassen of op natte grond. De stengels zijn soepel en buigen mee zonder te breken. Ook de bladeren kunnen “knikken” zonder kapot te gaan. In de zomer bloeit riet met een grote pluim, die wel 40 centimeter lang kan worden.

Waterkant

Riet groeit vaak aan de waterkant. De wortels van riet helpen het water schoon te maken, omdat er bacteriën op leven die de ‘vervuiling’ opeten. Hier staan we langs Het Twiske, een oud veenriviertje dat stroomt vanaf de Zuidwestplas in recreatiegebied Het Twiske. De oevers staan vol met planten, maar het grasveld wordt kort gehouden. De grond is vochtig en in het voorjaar bloeit hier de pinksterbloem.

Rietorchis

02 januari 2026

De rietorchis is een van de meest voorkomende orchideeën in Nederland. Hij bloeit in juni met paarse bloemen. De bloem heeft een lange spoor en paarse streepjes op de onderlip. Deze tekening heet het honingmerk. Dit merk helpt bijen om de weg naar de nectar te vinden. Daardoor wordt de bloem beter bestoven.

 

De rietorchis is een echte Nederlandse soort. In andere Europese landen komt hij weinig of niet voor. De plant groeit op vochtige plekken in riet en grasland. Vaak staat hij samen met de grote ratelaar, die in dezelfde periode bloeit.

Twee vormen

Van de rietorchis bestaan twee vormen: de gewone rietorchis en de gevlekte rietorchis. De gevlekte rietorchis heeft ringvormige vlekken op de bladeren. De gewone rietorchis heeft deze vlekken niet.

Andere orchideeën in tuinpark De Bongerd

In tuinpark De Bongerd groeien ook andere orchideeën, zoals de brede orchis en de moeraswespenorchis.

De brede orchis lijkt veel op de rietorchis. Hij bloeit eerder, namelijk in mei, en heeft bredere bladeren die wat meer naar buiten staan.
De moeraswespenorchis ziet er heel anders uit. Deze soort heeft een losse aar met wit‑roze‑bruine bloemen. Hij bloeit iets later dan de rietorchis.

Ecologisch beheer

Tuinpark De Bongerd heeft een keurmerk voor natuurlijk tuinieren. Er wordt geen kunstmest gebruikt en er worden geen bestrijdingsmiddelen toegepast. De bermen worden gemaaid en het maaisel wordt afgevoerd. Hierdoor blijft de begroeiing open en raakt het gebied niet overwoekerd. Zo krijgen de orchideeën genoeg ruimte om te groeien.

Rietzanger

01 januari 2026

De rietzanger: een vogel van het rietland

De rietzanger is een vogel die leeft in rietlanden. In rietlanden leven veel insecten. De rietzanger zoekt zijn voedsel vooral dicht boven de grond. Daar is het vochtig, daar vindt hij zijn voedsel. Hij bouwt zijn nest tussen de rietstengels. De mannetjes zingen vaak hoog in het riet om hun territorium aan te geven. Rietzangers eten insecten, spinnen en kleine slakjes. Het zijn zomervogels: na het broedseizoen vertrekken ze al snel naar Zuid-Europa of zelfs Afrika.

Hoe ziet de rietzanger eruit?

De rietzanger is geelbruin van kleur, met een donker gestreepte kop en een lichtere streep boven het oog. Je ziet en hoort hem vooral op zonnige dagen in mei.

Rietlanden: belangrijk voor vogels

Grote rietlanden bieden nestgelegenheid voor verschillende vogels, zoals de kleine karekiet en de bruine kiekendief. Ook de rietgors (met een zwart kapje) en het baardmannetje foerageren graag in het riet.

Hoewel rietlanden er voor ons saai uit kunnen zien, zijn ze voor vogels en insecten juist heel belangrijk!