Konijn
Veel mensen weten niet dat het konijn door de Romeinen naar West-Europa is gebracht. Vroeger leefde het konijn alleen in Spanje en Noord-Afrika. Inmiddels is het dier helemaal ingeburgerd en leeft het bijvoorbeeld in de Hollandse duinen.
Konijnen hebben veel last gehad van ziektes, maar ze blijven toch bestaan. Soms worden er tamme konijnen losgelaten. Die mengen zich met de wilde konijnen. Konijnen eten gras en planten en houden zo de begroeiing kort. Ze zijn een prooi voor roofdieren zoals marterachtigen. Ook worden ze vaak gedood door katten en honden, die ze daarna laten liggen en niet opeten.
Je ziet konijnen hier vaak grazen. Bij gevaar vluchten ze snel onder braamstruiken. Ze graven holen in de zandige grond en krijgen veel jongen. Een vrouwtje kan drie keer per jaar een nest krijgen met wel negen jongen. Konijnen leven in groepen en hebben een duidelijke rangorde.
Kadoelerduin
Het Kadoelerduin is een bijzonder gebied in de Kadoelerscheg. Langs het grasveld loopt een lange haag van bramen. Deze haag is een goede schuilplaats voor konijnen, vooral tegen de honden die hier worden uitgelaten.
De bodem bestaat uit kalkrijk zand. Daardoor groeien hier planten die ook in de duinen voorkomen, zoals duinkruiskruid en slangenkruid. Daarom heet dit gebied nu Kadoelerduin. Er groeien ook ingezaaide planten, zoals steenanjer en muskuskaasjeskruid.