Verbindingen en knelpunten
De Kadoelerscheg is een natuurgebied dat verbonden is met andere natuurgebieden, zoals de Landsmeerderpolder en het Twiske. Deze verbindingen zijn belangrijk voor dieren en planten. Ze helpen dieren om van het ene naar het andere gebied te gaan, water goed te verdelen en soorten te beschermen. Zo kunnen dieren zich voortplanten en voedsel zoeken.
Ga naar het rapport voor een uitgebreid verslag (pag. 54 t/m 63)
De A10 en de IJdoornlaan als barrières
De A10 en de IJdoornlaan zijn grote wegen die het gebied doorsnijden. Onder de weg door lopen watergangen, waar vissen en waterdieren goed gebruik van kunnen maken. Voor andere dieren, landdieren zoals kikkers, egels, muizen en marters, is het moeilijker om vanuit Waterland Noord in te gaan of andersom. Er zijn wel enkele onderdoorgangen met stenen of tunnels, maar veel onderdoorgangen zijn te licht of te druk. Daardoor durven veel dieren er niet langs te gaan.
Natuur binnen de Kadoelerscheg
Binnen de Kadoelerscheg zijn er parken, bosjes en bomenrijen. Deze helpen vogels en vleermuizen om te vliegen, te schuilen en voedsel te zoeken. Maar er zijn ook problemen: sommige wegen en dijken breken de groene verbindingen. Ook zijn er plekken waar de oevers van het water niet natuurlijk zijn, wat slecht is voor dieren die in en uit het water willen.
Licht en dieren
Te veel licht ’s nachts is slecht voor dieren en planten. Het verstoort hun leefritme. Daarom is het beter om zo min mogelijk licht te gebruiken, vooral in natuurgebieden. Als er wel licht nodig is, kan dat beter warm (oranje) licht zijn en gericht op de weg, niet in de natuur. Ook kan licht op sensoren werken, zodat het alleen aan gaat als er iemand langskomt.
Wat kan beter?
Er zijn nog veel plekken waar de verbindingen tussen natuurgebieden beter kunnen. Bijvoorbeeld door meer natuurlijke oevers, minder licht en betere tunnels onder wegen. Ook kunnen er meer bomen en struiken geplant worden, zodat dieren zich beter kunnen verplaatsen en verstoppen.