Waterbeheer
De Kadoelerscheg valt voor het grootste deel onder het waterbeheer van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Een kleiner deel valt onder Rijkswaterstaat. Dit is anders dan in de rest van Amsterdam, waar het water wordt beheerd door Waterschap Amstel, Gooi en Vecht.
De grens tussen deze waterbeheerders loopt langs Zijkanaal I. De waterhoogte daar wordt geregeld door Rijkswaterstaat. In de Kadoelerscheg hebben we dus te maken met twee waterbeheerders: HHNK en Rijkswaterstaat.
Waterpeilen
Het waterpeil van Zijkanaal I is, net als het IJ en het Noordzeekanaal, -0,40 meter NAP. Dat lijkt misschien vreemd, omdat veel mensen denken dat het IJ op NAP ligt.
In de Kadoelerscheg zijn meerdere waterpeilen. Dit komt door de geschiedenis van het gebied. De waterstanden lopen uiteen van -0,40 meter tot -4,0 meter in het diepste deel van de Wilmkebreekpolder. Het grootste deel van het water in de scheg staat op -1,6 meter, net als het Noord-Hollands Kanaal, waarmee het water in open verbinding staat.
De verschillende waterpeilen zijn ontstaan door ontginning van het land en door de groei van de stad.
Verstedelijking
Als de stad uitbreidde en er nieuwe woongebieden kwamen, werd het grondwaterpeil aangepast. Dit heet drooglegging. Dit is nodig om kabels en leidingen goed te kunnen aanleggen en om te voorkomen dat straten en pleinen verzakken. Maar als het water te ver wordt verlaagd, zakt de bodem juist extra in. Dat kan weer schade veroorzaken.
Ontginning
Het grootste deel van de scheg is ontstaan door het ontginnen van veengebied. Het land werd ontwaterd om veeteelt mogelijk te maken. Het patroon van sloten en kavels is nog steeds te zien in het landschap. Dit heet het slagenlandschap.
De Nieuwe Gouw en het Twiske zijn watergangen waarlangs het water werd afgevoerd. Door de ontwatering zakte het veen steeds verder in. Daardoor moest het waterpeil telkens opnieuw worden verlaagd. Op sommige plekken staan peilpalen die laten zien hoeveel de bodem in de loop der eeuwen is gezakt.
Omdat het land lager kwam te liggen, kwamen overstromingen vanuit het IJ steeds vaker voor. Daarom is de Noorder IJ- en Zeedijk aangelegd. Achter deze dijk ontstond een polder, waar het waterpeil verder kon worden verlaagd.
Ontwikkelingen nu
Tegenwoordig wordt er anders gekeken naar waterbeheer. Het waterpeil wordt niet meer steeds verder verlaagd. Men zoekt nu naar een balans tussen een gezonde bodem en het gebruik van het land voor veeteelt. Dit heeft ook te maken met klimaatverandering en met kennis over schadelijke gassen die vrijkomen als veen uitdroogt en inklinkt.
Meer informatie is te vinden op de interactieve kaart Vastgestelde Peilgebieden van het HHNK.