Vogels in de winter
Terwijl zwaluwen naar warmere gebieden vliegen, blijven andere vogels, zoals sommige watersnippen in Nederland overwinteren. Als het heel koud wordt trekken veel vogels uit het noorden verder naar het zuiden.
Vogels kunnen goed tegen kou, omdat ze onder hun veren een laagje lucht vasthouden. Ook maken ze hun veren schoon en vet met olie uit een speciale klier bij hun stuit. Zo blijven ze droog en warm. Watervogels doen dit extra goed, want hun veren moeten altijd in topconditie zijn.
De poten van vogels bevriezen niet, omdat hun bloed slim circuleert: warm bloed uit het lichaam verwarmt het koude bloed dat terugkomt van de poten. Maar om warm te blijven en de winter te overleven hebben vogels veel energie nodig. Ze eten daarom veel, vooral op koude dagen. Of ze hebben in de herfst extra veel gegeten en een vetlaag gekregen.
Toch kunnen bij langdurige vorst of ijzel veel vogels sterven, vooral jonge en zwakke dieren. Ook de ijsvogel heeft het moeilijk als het lang vriest. Hij kan dan geen visjes vangen.