Een zeevis in het Zijkanaal
Op 10 mei j.l. zag een buurtbewoonster een vis alsmaar rondjes draaien en dat bleek een Harder te zijn. Dit is een zeevis die aan de kust leeft en ook wel rivieren en kanalen op zwemt, zolang het water maar voldoende brak is. Ze hebben stevige lippen, waarmee ze vooral op algen grazen (gelezen bij RAVON). Maar een vis die van zee het binnenland in wil, komt vele obstakels tegen, zoals sluizen, dammen en gemalen. Daarmee zijn ze zeldzaam geworden in Nederland. Tussen de Noordzee en Zijkanaal I liggen als enig obstakel de sluizen bij IJmuiden.
Het relatief zoute water zorgt er niet alleen voor dat de Harder tot in Zijkanaal I kan voorkomen. Eerder dit jaar werd er al de Bot, een platvis, gevonden. Het is waarschijnlijk ook bekend dat er Haring in het IJ zwemt. Maar ook staan er planten met een zouttolerantie in de Wilmkebreekpolder; deze planten zorgen voor een bijzondere plantengemeenschap (hierover verschijnt binnenkort een item op de website).
Henk van Alst
Invloed van het zoute water uit de Flevopolders op de waterkwaliteit in het IJ
Voor de verzilting van het IJ en de zijkanalen wordt veel gekeken naar het water dat met schepen vanuit IJmuiden bij het schutten meekomt. Een andere bron van brakwater komt via de Oranjesluizen vanuit het IJmeer. Dit is het water dat is uitgeslagen uit de Flevopolders. Een onderzoek van TNO uit 2008 geeft de volgende indeling:
Verdeling zoet, brak en zout grondwater
Het IJsselmeer en het middendeel van Zuidelijk en Oostelijk Flevoland zijn grotendeels brak tot matig zout tot een diepte van ongeveer -40m N.A.P. Op een grotere diepte (-40 − -60m N.A.P.) is het grondwater van het IJsselmeer matig zout tot zout en er is vooral rond Almere een groot zout tot zeer zout gebied te vinden. (Deltares | 2008-U-R0546/A)
Het ontstaan van zoete grondwatervoorraden in de polders
De afsluiting van de Zuiderzee (1932) heeft ertoe geleid dat geleidelijk een overgang van zoute naar brakke tot zoete condities aan het plaatsvinden is. Uit de meetcampagne in het detailgebied rondom Espel, Noordoostpolder, komt echter naar voren dat er vooralsnog geen bewijs is dat het grondwater door de kwelstroom vanuit het IJsselmeer verzoet. Het lijkt er zelfs op dat dieper gelegen brak tot zout grondwater door de dijkkwelstroom door het grote peilverschil versneld naar het oppervlak wordt ‘gedrukt’. Uit recente meetgegevens (RWS mei 2024) is af te leiden dat het aandeel van verzilting vanuit de Flevopolders vrijwel geheel is teruggedrongen.
Zoutgehalte in het IJ ter hoogte van de NDSM-werf/Zijkanaal I
De waarde tussen de twee meetpunten op de kop van de aanlegpier verschillen nogal. Meting b 2.332 mg/l, meting o 3.324 mg/l. Dat wil zeggen dat het water daar brak (eerste meting) tot zout (tweede meting) is. Bij de Schellingwouderbrug wordt 138 mg/l gemeten. Daar is het water veel zoeter. Het is echter minder zoet dan op het midden van het Markermeer. Het zoutgehalte bij Schellingwoude komt overeen met het zoutgehalte van het Markermeer aan de Markerwaarddijk.
Hoewel in het recente verleden de verzilting van het IJ sterk werd beïnvloed door water dat uit de Flevopolders werd uitgeslagen en voor het tegengaan van verdere verzilting van het IJsselmeer onder meer de Markerwaarddijk werd aangelegd kan worden geconstateerd dat de verzilting van het IJ op dit moment met name vanuit het Noordzeekanaal binnenloopt.
Peter Wouterse