Brakwatermollusken in Zijkanaal I

12-07-2024

Zijkanaal I is van oorsprong een lintvormige inham van de voormalige Zuiderzee. Dat was de oeroude verbinding van de Zuiderzee met het Twiske. De inham of zeearm was dus van oorsprong gevuld met brak water. In 1876 werd het gegraven Noordzeekanaal geopend en kwam er een verbinding met de Noordzee. De sluizen in IJmuiden laten elke keer als een schip door de sluis komt zout water binnen en dat (zware) zoute water loopt met een soort slurf helemaal tot de Oranjesluizen bij Schellingwoude. Maar toen de Afsluitdijk werd aangelegd en klaar was in 1933 werd het IJsselmeer geboren en werd de Zuiderzee met brak water een IJsselmeer met zoet water. Miljoenen brakwaterdieren gingen toen dood in het IJsselmeer en het IJ werd steeds zoeter, maar er bleef zout water in het IJ stromen. Nu niet via de Zuiderzee aan de oostkant maar via het Noordzeekanaal aan de westkant. Een aantal brakwatersoorten zoals het Zuiderzeekrabbetje overleefde daardoor het verzoeten van het IJsselmeer. Zout en zoet water mengt niet makkelijk, zout water is zwaarder dan zoet water (zout water bevat veel mineralen). Dat zoute water zit dus op de bodem van het Noordzeekanaal en waar het zoute water en het zoete water elkaar raken is brak water aanwezig. Dat noem je stratificatie (lagen van verschillende soorten water). Die brakwaterzone gaat onder water op en neer, waar we op het droge niets van merken, totdat je opeens een klep van de Brakwaterstrandschelp op de oever tegenkomt. Dan weet je dat het Zijkanaal brak water bevat. Het zoute en brakke water stroomt dus nog steeds het IJ en het Zijkanaal in. In het IJ en in het Zijkanaal leven naast zoetwatersoorten ook brakwatersoorten. Een aantal soorten zijn overgebleven ondanks het verzoeten van het IJsselmeer maar konden blijven leven vanwege de “nieuwe” verbinding met het Noordzeekanaal. Maar er leven ook een aantal exoten, zoals bepaalde weekdieren en krabben. Hoogstwaarschijnlijk zijn deze dieren als larve via ballastwater in Amsterdam terechtgekomen. Grote schepen nemen ballastwater in op een plek waar ze hun lading lossen, zoals in Noord-Amerika, maar lozen dat weer als het schip wordt geladen. En dat gebeurt vaak in de haven van Amsterdam. 

Brakwaterstrandschelp Rangia cuneata

Deze relatief grote mossel werd in Nederland voor het eerst aangetroffen in 2007 in het IJ. Hij leeft normaal in Noord-Amerika. Deze soort kan zich alleen voortplanten in brak water, maar kan wel in zoet water leven. In het zoete water kunnen ze zelfs een stuk groter worden. Waarschijnlijk doordat ze hier geen energie hoeven te steken in het zich voortplanten. Kleppen van deze mossel, die normaal in zanderige bodem ingegraven leeft, zijn regelmatig te vinden op de oevers van het Zijkanaal. Het zijkanaal zit er vol mee, op elke vierkante meter zitten er een handvol. De dieren worden waarschijnlijk gevangen en vervolgens gegeten door watervogels, meeuwen en de Bruine rat. Vrijwel overal (goed zoeken!) vind je losse kleppen in de Kadoelerscheg. 

Brakwatermossel Mytilops leucophaeata

Dit mosseltje is al veel langer in Nederland bekend en komt van oorsprong ook uit Noord-Amerika. Ze is in Nederland bekend sinds 1895. Het dier hecht zich vast op stenen of troep dat in het water is gegooid, zoals een fiets. Als een fiets maar lang genoeg in het kanaal ligt kan het een rif van mossels vormen. Tijdens het snorkelen heb ik (Koen) dit soort beginnende riffen waargenomen. Een waar kunstwerk. Het mosseltje lijkt op de Driehoeksmossel Dreissena polymorpha maar die soort kan een stuk minder goed tegen brak water. Losse klepjes zijn langs delen van het Zijkanaal te vinden. Waarschijnlijk worden deze, evenals de Brakwaterstrandschelp, gepredeerd door vogels. Zo worden er nu en dan Kuifeenden gezien in het Zijkanaal, die bekend staan om het eten van mossels. 

Gebogen traliemossel Ischadium recurvum

Dit mooie mosseltje is in 2018 voor het eerst waargenomen in het Noordzeekanaal maar leefde er waarschijnlijk al eerder. Wederom komt deze soort uit Noord-Amerika. Vorig jaar vonden we een vers doublet, vastgeplakt op een steen, die uit het kanaal was gevist. De kans is groot dat het Zijkanaal wemelt van de Gebogen traliemossel. Ook deze soort hecht zich vast met byssusdraden aan vaste ondergrond. Net als de andere mossels leven ze als jonkie als een soort larve in het plankton, dus vrij-zwemmend en meedrijvend met stromingen. 

Zuid-Amerikaans brakwaterhorentje Heleobia charruana 

Dit kleine “wadslakje” (ongeveer 6 mm hoog) is ook een exoot, maar dan uit Zuid-Amerika. Ze is pas in Nederland in 2014 herkend als deze soort. Diverse wetenschappers uit verschillende landen moesten hun best doen om erachter te komen welke soort het eigenlijk was. Omdat de soort erg veel lijkt op Jenkins waterhorentje Potamopyrgus antipodarum (van oorsprong uit Nieuw-Zeeland) werd de soort niet eerder in Nederland herkend. Het slakje is ook gevonden in Zijkanaal I, je maakt de beste kans ze te vinden door te zoeken op rommel die uit het Zijkanaal is gevist. Het is hoogstwaarschijnlijk een prima voedselbron voor vissen en watervogels. 

Maar er zijn ook inheemse brakwatermollusken te vinden in Nederland, de meeste soorten zijn zeldzaam tot zeer zeldzaam maar wel te verwachten in ons Zijkanaal. Er is tot nu toe nog amper onderzoek gedaan naar deze onbekende groep weekdieren. Een leuke soort is de Brakwaterkokkel Cerastoderma glaucum, die veel lijkt op de Kokkel van het strand, maar ook het Opgezwollen brakwaterhorentje Ecrobia ventrosa is te verwachten. Wie zoekt zal vinden. 

Tello & Koen