Naaktslakken

27-05-2024

De meeste mensen vinden naaktslakken maar niets, ze eten de jonge plantjes op in je moestuin en je glibbert er op uit als je er per ongeluk op stapt. Vastpakken is vies en lastig omdat hun slijm erg taai is. Maar ook hier geldt: onbekend maakt onbemind.

Naaktslakken heten zo omdat ze geen huisje hebben om zich terug te trekken, maar is dat wel zo? Er leven in Nederland ook halfnaaktslakken, slakken met een heel klein huisje of schildje. En tenslotte hebben naaktslakken ook een huisje maar dat is gekrompen tot een klein schildje en zit onder hun mantel. Dat noem je rudimentair. Net zoals de poten van een slang (als nageltje) of de poten van een walvis (als vinnen).

Er zijn 29 soorten naaktslakken bekend in Nederland. En in de laatste jaren is dat aantal gestegen doordat zuidelijke soorten steeds vaker in Nederland worden gezien.

In onze scheg zijn tot nu toe 12 soorten gezien en gefotografeerd. Ook een aantal zeldzame soorten werden aangetroffen. Hoe herken je al die verschillende soorten? 

Naaktslakken zijn niet allemaal groot en vies. Sommige soorten blijven klein en zien er mooi gekleurd uit; die zal je amper in je tuin vinden zoals de Kleine akkerslak, en een soort die leeft in kelders of in de kruipruimte van je oude huis, dat is de Lichte aardslak. Weer een andere soort leeft vooral ondergronds, de Wormnaaktslak.

De Rode wegslak en de Spaanse wegslak kunnen respectievelijk 10 en 8 cm lang worden en als ze honger hebben gaan ze ’s nachts flink eten van vooral verse blaadjes. Deze soorten zijn heel moeilijk van elkaar te onderscheiden en worden daarom als een duo benoemd: Rode/Spaanse wegslak. Het gekke is dat de Rode wegslak vaak niet rood is maar bruin, grijs of iets daar tussen in. De Spaanse wegslak komt wel van oorsprong uit Spanje. Waarschijnlijk kruisen beide soorten ook.

De Spaanse aardslak is een nieuwkomer en komt van oorsprong ook uit Spanje. Het middelgrote slakje (3-4 cm) is grijsgekleurd en soms gelig maar meestal met een wat paarse gloed, en is vooral herkenbaar aan twee wat donkere banden die langs het zadel lopen. Deze soort is vaak te vinden in tuinen. 

De Tijgerslak, of eigenlijk de Grote aardslak ziet er vaak indrukwekkend uit. Ze kunnen gestreept zijn als een tijger maar ook gevlekt als een panter. Ze kunnen wel 20 cm lang worden. De Tijgerslak vind je vaak alleen en ze eten naast planten ook dode diertjes. Het eigenaardige is dat ook Wegslakken aas eten en zelfs hun platgereden soortgenoten op een fietspad, die dan op hun beurt weer platgereden worden ...

De Tijgerslak heeft een indrukwekkend paringsritueel. Twee slakken (ze zijn tweeslachtig, dus ze mogen kiezen wie man of vrouw speelt) volgen elkaar eerst en kruipen dan op een boomstam of muur. Ze plakken aan elkaar vast en maken een dikke draad waar ze aan gaan hangen. Hun geslachtsorganen puilen uit hun kop en kunnen wel 30 cm lang worden. Deze geleiachtige lange draadvormige organen slingeren om elkaar heen en daar vindt de bevruchting plaats. Als de lange geslachtsorganen weer ingetrokken zijn gaat een van hen eieren leggen, 10 tot 30 witte kleine bolletjes onder een houtje of steen. Daar komen dan na een paar weken zeer kleine naaktslakjes uit.

De Egel-wegslak is klein, zo'n vier centimeter maximaal. Ze kunnen grijs- maar ook geelgekleurd zijn. Niet makkelijk, maar hun tuberkels (structuur op het lichaam dat lijkt op een wybertje) zijn enigszins stekelachtig. Als je dit eenmaal bewust gezien hebt, herken je de soort snel. 

Naaktslakken worden gegeten door lijsterachtigen, door egels, door muizen en ook door grote vogels als Gaai en kraaiachtigen. Ook kikkers en padden willen wel een klein naaktslakje verorberen.

Als je er veel last van hebt, leg dan ’s avonds in je tuin een natte krant of stuk karton neer of een natte boterham en de volgende ochtend zal je er dan tientallen slakken onder en op zien zitten. Doe dat een paar keer en zo kun je honderden naaktslakken vangen (in een emmertje doen met een handschoen aan) en ze dan ergens neerleggen op een grasveld of in bosjes ver van je tuin.

Tello Neckheim