Nachtvlinders bij het gemaal
Met mijn LED-emmer, een volle tas en paraplu ging ik naar het gemaal. Daar gingen we nachtvlinderen. Ik had afgesproken dat ik rond 12 uur thuis zou zijn, want een uurtje naar een wit doek staren en motten zoeken, leek me wel genoeg. Koen stond al te wachten. Edo en Floor kwamen al snel aangereden en tenslotte arriveerden ook Tello en Harry. De vallen werden opgezet. Dat zijn eigenlijk lakens met een felle lamp erop. Een kleiner laken werd iets uit het zicht in een verborgen hoek gezet. En twee kisten werden opgesteld. Dat zijn houten vallen met een plexiglas trechter vol met eierdoosjes, waar de nachtvlinders zich onder kunnen verschuilen. Tja, en waar kon ik dan met mijn LED-emmer heen? Bij al het geweld van felle lampen zou dit zwakke UV-licht niet opvallen. Dus heb ik het maar ergens tussen de struiken gezet, ervan uit gaande dat het wel niet veel zou opleveren.
Schemering
De lamp brandde al even en in no time zat het laken vol met dans- en steekmuggen, vliegjes en kleine kevertjes. Terwijl ik verbaasd naar dit snelle resultaat stond te kijken, werd bij het kleine laken geroepen dat er een Hopwortelboorder was waargenomen. Ik er naartoe en daar zat een prachtige en grote oranjeachtige vlinder. Een vrouwtje bleek later, want niet veel later was er op het andere laken een man gevonden. Deze is iets kleiner en witter. Deze nachtvlinders worden al in de schemering actief. De rups leeft van de wortels van de hop. Wat een specialisatie. Je weet het eigenlijk al als je de naam van het beestje kent. En de rest van de avond zou vaker blijken dat spanners, rollers of uilen monofaag kunnen zijn, dus gespecialiseerd op één waardplant. Zo vonden we later ook de Witkraagrietboorder. Dit is een vrij zeldzame uil waarvan de rups in stengels van oud riet leeft. Dus als je deze vlinder op je laken krijgt, dan betekent het dat er overjarig riet in de buurt moet zijn. Op zich is dat een goed teken, want dat is gunstig voor de biodiversiteit.
De vader en zus van Koen komen even kijken.Ook Marjolein komt langs, een buurtbewoonster uit de Banne die op dit moment actief is in de Nachtvlinderkaravaan en mooie foto’s maakt. Ze heeft hele kleine rupsen in haar tuin gevonden en kweekt ze nu op. Het blijken Groente-uilen te zijn.
Nacht
Natuurlijk kwamen we ook gewone motjes tegen. De meeste zijn vrij klein en niet zo spectaculair, zoals het Kroosvlindertje. Een zogenaamde micro(vlinder), een grasmot. Zodra er ergens Eendenkroos groeit, dan zie je dit motje zelfs overdag boven het kroostapijt dwarrelen. De rupsen leven van het kroos, maar ook van enkele andere waterplanten.
Omdat we bij het gemaal staan, een omgeving met water, riet en wilgen, is het voorspelbaar dat er nachtvlinders zullen zijn die zich er thuis voelen, zoals de Wilgenschors- en Wilgentandvlinder. De rupsen leven op de katjes en bladeren van de wilg. De Wilgentandvlinder is vrij zeldzaam en leeft naast Wilg ook van Berk en Populier. Op de website van de Vlinderstichting kun je helemaal onderaan de pagina van een soort precies zien wat de waardplant van de vlinder is.
Een andere spectulair beest was Groot avondrood. Soms vond ik de rups op Wilgenroosje in de tuin, maar nu zag ik eindelijk eens de vlinder.
De hele avond door verbaasden ik én de anderen ons over zoveel moois. We renden van het ene laken naar de andere kist. Ineens is het half drie! Ik ben moe. We gaan opruimen. Ik haal mijn LED-emmertje op en kijk samen met Edo naar de vangst. Edo reageert opgewonden. Hij ziet een Stippelsnuituil, een spinneruil. Ook deze komt niet zoveel voor. De rups leeft van Zegge en Veldbies. En Oeverzegge groeit hier wel, want Michiel heeft die enkele weken terug nog gezien tijdens zijn inventarisatie bij het Kadoelenpad. De reactie van Edo: "Na elke vijf meter vang je weer andere nachtvlinders".
We ruimen met zijn allen op. En het is nog steeds lekker weer. Weinig wind en zo'n 19-20 graden. Met zulk gunstig weer had je eigenlijk nog veel meer nachtvlinders kunnen vinden volgens de experts, maar ik was helemaal verblind door zoveel moois!
Henk van Alst