Serie: Kadoelerduin 2
Planten bij een safari door Kadoelerduin
Als je op safari gaat van zuid naar noord langs het water moet je laarzen aan en een lange broek, want het is nat en er staat veel Brandnetel. Dit duidt op zeer voedselrijke grond met veel stikstof. Op deze tocht vind je verschillende typen vegetatie.
Invasieve exoot
In het zuiden staat hier behalve Brandnetel veel Reuzenberenklauw en Reuzenbalsemien. Reuzenberenklauw is een invasieve exoot die wel 3 meter hoog kan worden en de plant bevat stoffen die op de huid ernstige brandwonden kunnen veroorzaken. Hij wordt daarom bestreden en weggemaaid, maar is nu niet meer gemakkelijk weg te krijgen. Ook de Reuzenbalsemien is een invasieve exoot en moet volgens de wet bestreden worden omdat hij de natuurlijke vegetatie verdringt.
Verstoorde vegetatie
Verder staat hier veel Braam, Brandnetel en Kleefkruid, alle indicatie voor zeer stikstofrijke en verstoorde vegetatie maar de planten zijn ook waardplanten voor veel insecten. Aan de waterkant staan vooral Schietwilgen en Vlier.
Struinen we verder naar het noorden door het struweel dan wordt het steeds natter en wordt de ondergroei voornamelijk bepaald door Oeverzegge met daartussen Gele lis. Valeriaan staat in de natte gedeeltes tussen het Riet. Ook vinden we hier naast Schietwilg meer Berkenbomen.
Van vochtig naar droog
Tenslotte wordt het nog natter aan de achterkant van het gemaal en de ondergroei wordt schaarser. Hier zien we als ondergroei ook enkele smalle Stekelvarens en Hondsdraf. Ook vinden we aan de zoom Rode kornoelje, Zomereik, Zwarte els, Appelbes en Rimpelroos.
Als we nu verder langs het water lopen waar geen struiken meer groeien, dan staan we weer in een vegetatie van kruidig en vochtig grasland met Grote ratelaar en Gewoon reukgras. Het is maar een klein stukje, maar plotseling een heel andere vegetatie. Uiteindelijk komen we bij het talud van de IJdoornlaan. Een talud van aangebrachte grond die droger is met soorten als Margriet en Gele kamille.
Lopen we weer terug over het fietspad naar het zuiden dan komen we door een mozaïek van verschillende typen vegetatie. Er staan ongemaaide stukjes met vochtige graslandvegetatie met daarin Echte koekoeksbloem, Glad walstro en zelfs Gele lis. Maar hier staan ook andere soorten die goed tegen maaien kunnen, zoals Groot streepzaad. Waar zand is opgebracht lijkt het meer op een duinvegetatie. Het gras is kort afgegraasd (door konijnen) met daartussen Jacobskruiskruid. Jacobskruiskruid is licht giftig voor konijnen en wordt door hen gemeden. Langs het fietspad staan verder Steenanjer en Veldsalie (beide zeldzaam, maar hier waarschijnlijk verwilderd) en het blauw bloeiende Slangenkruid, een pioniersplant die juist weer goed gedijt op droge en kalkrijke (zand)grond.
Zo valt er heel wat te zien en dan hebben we het nog niet gehad over het mooie uitzicht over de Kadoelerbreek.
Michiel de Goeje