Serie: Kadoelerduin 3
Insecten in het Kadoelerduin
Ik loop op de Landsmeerderdijk langs het Zijkanaal I, sla voorbij het gemaal en de Kadoelerbreek linksaf naar beneden en ga de insecten inventariseren van het Kadoelerduin. Dit is een zelfbedachte naam omdat het een beetje op een duingebied lijkt. Niet van een duin aan zee, maar van een oude rivier. Er grazen konijnen en tot medio juni fluiten er Nachtegalen, net als in de duinen. Het staat er nu, begin juli, prachtig in bloei met overwegend Duinkruiskruid. Ik dacht eerst dat het Boerenwormkruid was, maar het blijkt een ondersoort van het Jacobskruiskruid te zijn: een tweejarige plant die veel in het kustgebied voorkomt. Hij staat op de Nederlandse rode lijst van planten. Hij is giftig voor de mens. En ook voor veel insecten die ervan zouden willen eten; de nectar kunnen ze wel drinken. De rups van in ieder geval één vlinder kan er wel van eten en dat is de Sint-jacobsvlinder. En die vond ik dan ook. Een prachtige en opvallende rups, die meteen laat zien dat je er beter van af kunt blijven. Hij slaat het gif uit de plant op en is daarom zelf ook giftig voor vogels. Ook de vlinder die er later uitkomt is giftig. De Sint-jacobsvlinder is een nachtvlinder, maar kan door zijn oneetbaarheid ook overdag rustig rondfladderen.
Inventarisatie van 5 juni
De vorige keer dat ik hier naar insecten zocht, begin juni, stonden de bramen massaal te bloeien. Het kruidenrijke grasland, ideaal om honden uit te laten, wordt richting de Kadoelerbreek eerst begrenst met een brede rij bramen. Die kan zo rijk groeien omdat er voldoende stikstof (hondenpoep?) voorhanden is. Honderden hommels zoemden daar toen rond. Ik had nog nooit zoveel hommels bij elkaar gezien: vooral Aardhommels, maar ook Steen- Akker-, Boom- en Weidehommels. Veel hommels waren ook groot. Dus ze hadden in hun larvestadium blijkbaar goed te eten gehad. Ik heb nog gezocht naar Koekoekshommels maar vond die niet. Wel de Roestbruine kromlijf, een vlieg die parasiteert op hommels. Naast hommels vliegen er ook zweefvliegen en een enkel koolwitje. Maar vooral de hommels zijn heel actief.
Inventarisatie van 8 juli
Vandaag is het een bewolkte dag, 23 graden, windkracht 2-3. Ik hoor nog een merel fluiten en ben benieuwd wat ik aan insecten ga zien. Onderweg ernaartoe zie ik al een mannetje Stadsreus, hij lijkt wel wat op een Hoornaar. Hij snoept van de Reuzenberenklauw. En ik zie heel veel andere zweefvliegen, waaronder veel algemene soorten bijvliegen. Dat zijn zweefvliegen, die lijken op een Honingbij in de hoop met rust gelaten te worden, terwijl de Hommelbijvlieg juist een hommel probeert te imiteren.
Een aantal soorten zweefvliegen bootst een wespachtig uiterlijk na om vogels te foppen, zoals pendelvliegen. Maar ook kleinere soorten doen daaraan mee. Ik vind de Snorzweefvlieg en het Grote langlijf.
Duinkruiskruid
De bramen zijn bijna uitgebloeid, maar het Duinkruiskruid, Slangenkruid, Zuring, Moerasrolklaver en Akkerdistel staan in volle bloei en trekken naast zweefvliegen veel andere insecten aan, zoals bijen, hommels, bladwespen, wantsen en de Gebandeerde Kruiskruidboorvlieg. Je ziet al aan de naam dat het niet veel goeds betekent voor het kruiskruid.
Net zoals je dat trouwens bij een Groefbijendoder kunt verwachten. Het vrouwtje van deze graafwesp maakt haar nest in de grond en bouwt een aantal nestcellen. In elke cel doet ze er een paar groefbijen bij. Dan nog een eitje, zodat haar kroost goed verzorgd is. Andere bijen die er voorkomen zijn de kleine Tronkenbijtjes, de Rosse metselbij (alleen bij de 1e inventarisatie van begin juni gevonden), een Bladsnijder op Moerasrolklaver (alleen heb ik hier geen mooie foto van kunnen maken) en er is een Wormkruidbij gezien.
De Gewone wesp, ook wel de limonadewesp genoemd, heb ik nog niet waargenomen, maar wel de Franse veldwesp, deze is wat rustiger dan de gewone wesp. De wespen leven ook van nectar en voeren hun larven insecten. Dat doet de Strontvlieg ook. Die leeft naast nectar en uitwerpselen ook van kleine vliegen. De larven van sluipvliegen eten rupsen van vlinders, larven van kevers en andere vliegen.
En tussen alle nectarbommetjes die al die insecten aantrekken, zit boven in de plant heel stilletjes een Gewone krabspin, een vrije jager. Die grijpt met zijn voorpoten een zweefvlieg. (Lees meer over deze spinnen op de website van Wilmkebreek.nl.) Lieveheersbeestjes zoeken naar bladluizen. Net als het Kleine rode weekschild als die zijn nectarmaaltje eens wil afwisselen. Rond deze tijd zie je ze vaak ‘in copula’.
Een typische soort voor droog en kruidenrijk grasland met composieten als Duinkruiskruid, Boerenwormkruid en Duizendblad is de Grijze glasvleugelwants. Ze leven oorspronkelijk in Zuid-Europa en komen steeds noordelijker voor. (Ook de Distelvlinder is zo’n zuidelijke soort.) De wants zuigt de zaden uit.
Een spanner die ik niet kende is de Klaverspanner. De rups leeft van klaver. De rups van de Bleke grasmot leeft van gras en die van de Aangebrande valkmot van kruisbloemigen, zoals Koolzaad. Deze plant stond ook her en der boven alle andere planten uit te pronken.
Ik ben twee soorten sprinkhanen tegengekomen: de Bruine sprinkhaan, een vegetariër en het Spitskopje, een flexitariër.
Kadoelerduin
Het Kadoelerduin is een gevarieerd gebied met voedselrijke en -arme gebieden, waardoor er veel verschillende soorten planten staan. Waarschijnlijk is er ooit kalkrijke grond aangebracht (uit zee?), want dat zou de uitbundige hoeveelheid aan Duinkruiskruid verklaren. Er is nog niet gemaaid zoals elders in de stad, dus voorlopig is het nog een eldorado voor insecten. Ga er ook eens kijken, zet je waarnemingen op waarneming.nl en geniet van een bijzonder stukje natuur in de Kadoelerscheg!
Henk van Alst