Vier het voorjaar met Tello
Verslag van de excursie met Tello door het Kadoelerduin.
Op woensdag 21 mei nam Tello de deelnemers van deze excursie mee door het Kadoelerduin. Michiel, Peter en Henk waren bepakt met verrekijker en macrolens om gewone en bijzondere planten en beesten te zoeken. Onderwijl vertelde Tello, een echte naturalist, over het gebied met zijn verschillende biotopen.
We begonnen op het Vikingpad bij het voetbalveldje en zouden de IJdoornlaan niet halen, want er was teveel om bij stil te staan. Wat natuurlijk als eerste vooral opviel was de enorme droogte. Hier en daar begon de aarde al scheuren te vertonen. Veel planten komen niet of slechts moeizaam op. Soorten die goed tegen droogte kunnen, doen het wel goed zoals Grote Centaurie, Gewone Margriet en Steenanjer. Ook de braam staat in volle glorie en zal binnenkort massaal bloeien. Daar zullen veel insecten dankbaar gebruik van gaan maken.
Op de voet van de Landsmeerderdijk staat een grote groep Grote Centaurie te bloeien tussen het bloeiende gras van Glanshaver.
Grote Centaurie
Grote Centaurie is een plant die eigenlijk hier niet zo vaak van nature voorkomt maar meer van het rivierengebied. Het wordt vaak in zaadmengsels gebruikt voor de inzaai van nieuwe dijken. In ieder geval heeft deze plant het hier naar de zin. Dat klopt ook wel als we naar de andere planten in de buurt kijken. De vegetatie heeft namelijk veel kenmerken van de 'glanshaver-associatie' die veel op dijken voorkomt. Groot Streepzaad hoort hier ook bij. Wel is het stuk nogal verruigd wat te zien is aan de talrijke braam die niet thuishoort in deze 'glanshaver-associatie'. Grote Centaurie is niet algemeen, maar de naaste verwant Knoopkruid (Centaurea jacea) is dat wel. Deze stond ook op de dijkhelling, maar nog niet in bloei.
Moerasbos
Tello vertelde ons over de Kaukasische Berenklauw, een exoot die een gebied snel ondoordringbaar maakt. De gemeente Amsterdam probeert dit tegen te gaan door er regelmatig te maaien. Dat zal deze snelle groeier wel vermoeien. Dankzij dit open gebied kunnen we door het moerasbos lopen, tussen de Buiksloterdijk en de bramenstruiken, waar je normaal niet goed kunt komen. En ondertussen horen we het mannetje van de Bosrietzanger prachtig fluiten.
En dan vinden we onder een pallet een bekerzwam. Michiel, onze paddestoelenkenner, veert helemaal op. Het vruchtlichaam van deze paddenstoel blijkt zo’n 7cm groot. Het lijkt het meest op de Vroege Bekerzwam. Op de bruine binnenkant worden de sporen gevormd, maar deze zijn zo klein dat je ze niet met het blote oog kan zien. Daarom heeft Michiel deze sporen even onder de microscoop gelegd, ook om vast te stellen of het echt om deze soort gaat. Dan blijkt het toch om een andere soort te gaan, namelijk de Grote Houtbekerzwam (Peziza varia); de sporenmaat geeft de doorslag. Deze paddenstoel behoort tot de zakjeszwammen (Ascomyceten). De sporen worden met acht stuks tegelijk gevormd in de sporenzakjes (asci). Aan de bovenkant schieten de sporen hier dan uit. De opening waardoor de sporen wegschieten kleurt mooi blauw met Melzer reagens, dat paddenstoelkundigen gebruiken bij het determineren. Zie de foto van een sporenzakje met daarin 8 sporen en de opening linksboven.
Meerdere Roodstippen, een soort miljoenpoot, een Platrug (soort duizendpoot) zaten ook onder de pallet en acht soorten landslakjes.
We lopen verder en passeren nog een Distelboktor en een Herfstvlieg, maar insecten zie je door het droge voorjaar weinig. Tello vindt onder een droge stronk een Grauwe Wegslak.
In het broekbos staan enkele Kale Jonkers. Deze soort houdt van natte, niet of weinig bemeste graslanden en vind je op vochtige plekken in loofbossen.
Er vliegt een Brandnetelmot voorbij en een Blauwe Goudtip, een langpootmug van vochtige en beboste gebieden en moerassen. Deze zit op een brandnetelblad met gal, veroorzaakt door de Brandnetelbladgalmug.
Iets verderop trekt Henk een verzonken houten plaat omhoog. Het is nog vochtig daaronder, regenwormen en iets zwarts [CN11] kronkelt daar: een Onechte Paardenbloedzuiger. Zij eten regenwormen, slakken en insectenmaden. Echte predatoren. Dat zijn trouwens ook de Kortnekloopkevers, waar er meerdere van rondliepen [CN12] en snel het donker weer opzochten.
Wij waren aan het eind van onze tocht, bedankten Tello voor zijn mooie excursie en zochten de zon weer op.
Henk van Alst (Foto's: Michiel de Goeje, Tello Neckheim en Henk van Alst)