Vogels in de Wilmkebreekpolder
De Wilmkebreekpolder
De Wilmkebreekpolder bestaat sinds 1636, het jaar waarin de 20 ha grote polder na drie jaren van droogmalen in gebruik kon worden genomen. De polder is nu dus bijna 400 jaar oud! Veel is er sinds de drooglegging niet veranderd. Het inrichtingspatroon van sloten en kavels is grotendeels hetzelfde gebleven en nog altijd wordt het agrarisch bedrijf uitgeoefend. Daarbij wordt al vele jaren agrarisch natuurbeheer toegepast. Dankzij dat beheer, de extensieve beweiding, en de vruchtbare, soms erg natte kleibodem is in de polder een gevarieerde, kruidenrijke grassenvegetatie ontstaan. Vooral de kleurrijke hooilandpercelen zijn in het voorjaar erg mooi om te zien. Ook is de polder een aantrekkelijk broed- en foerageergebied voor tal van soorten (weide)vogels. Dat is vooral te danken aan de rustige ligging van de polder en het gevarieerde aanbod aan voedsel (voor zowel oudervogels als kuikens). De laaggelegen polder ligt een beetje verstopt achter de huizen in de wijk Kadoelen, maar vanaf de hoge Landsmeerderdijk heb je een vrij uitzicht over het gehele gebied. Begrijpelijkerwijs is de polder niet vrij toegankelijk. Allereerst om verstoring van de vogels te voorkomen, maar ook omdat de grond in private handen is.
Vogelsoorten
De vogelstand in de polder wordt al vele jaren nauwgezet bijgehouden door actieve leden van de Vereniging tot Behoud van de Wilmkebreekpolder. Er is daarom veel kennis over de vogels in de polder opgebouwd. Op de website van de vereniging www.wilmkebreek.nl kunnen jaarrapporten over de flora en fauna in de polder worden ingezien en gedownload.
Sinds de eerste waarnemingsdatum 1 februari 1941 zijn zo’n 120 verschillende vogelsoorten gezien in de Wilmkebreekpolder en de naaste omgeving (de tuinen rondom de polder en de Landsmeerderdijk met Zijkanaal I). In de polder zelf gaat het om zo’n 50 soorten.
Wat kan je zoal verwachten wanneer je vanaf de hoge Landsmeerderdijk een blik werpt in de polder? Dat hangt wel af van het moment in het jaar. Het gehele jaar door kan je in ieder geval heel ‘gewone’ soorten als Blauwe Reiger, Kokmeeuw, Kauw, Spreeuw (grote aantallen in herfst en voorjaar), Houtduif, Wilde Eend, Meerkoet en Grauwe Gans (vaak in groot aantal) zien. In het najaar, de winter, en het voorjaar overwintert een grote groep Krakeend (tot zo’n 300 individuen), terwijl Smient, Wintertaling en Watersnip in deze periode in kleinere aantallen voorkomen (25 à 100 individuen). Zolang de vorst uitblijft is er ook dikwijls een groep Kievit (25 à 100 individuen) te zien. In voor- en najaar kan je doortrekkers zoals Kramsvogel, Koperwiek, Tapuit, Bontbekplevier, Kleine Plevier, Grote Gele Kwikstaart, Gele Kwikstaart, Graspieper en Witgat verwachten. De Putter, een zaadeter, maakt vooral in de zomer vanuit de tuinen uitstapjes naar de polder. De zaden van de daar groeiende Akkerdistel zijn een geliefde voedselbron voor hem. In de winter zit hij in de tuinen op de zaden van de Kaardenbol. In het voorjaar komen veel trekvogels terug naar de polder en breekt er zowel voor trekvogels als jaarvogels een intensieve periode van voortplanting aan.
Weidevogels Grutto, Kievit, Tureluur en Scholekster
Het broedsucces van weidevogels Grutto, Kievit, Tureluur, en Scholekster wordt sinds 2011 nauwkeurig bijgehouden. Uit de inventarisaties blijkt dat de Grutto het erg moeilijk heeft, maar gelukkig zit de Kievit – afwijkend van de landelijke trend – al enkele jaren in de lift. De Tureluur blijft redelijk stabiel, de Scholekster neemt iets toe.
Er zijn overigens goede en slechte kuikenjaren. Het gaat als regel goed met de kuikens wanneer er voldoende regen valt en het niet te koud is. Op de planten en de bodem zitten dan genoeg insecten en ander klein grut, het hoofdvoedsel voor de kuikens. Bij langdurige droogte echter, wordt de kleibodem hard en moeten vogels die met hun lange snavel op de tast in de bodem naar wurmen en larven zoeken (Grutto, Scholekster, Tureluur) uitwijken naar de langer vochtig blijvende drainage-greppels en slootkanten. Een zichtjager zoals de Kievit (geen lange snavel) heeft minder last van een harde bodem, maar ook deze soort zie je bij langdurige droogte vaak met hun jongen in de slootkanten staan. De kuikens hebben het wel moeilijk bij langdurige droogte.
Daarnaast worden veel kuikens opgegeten voordat ze in staat zijn om zich tegen aanvallers te verdedigen of weg te vliegen. Vooral de kleine kuikens zijn kwetsbaar omdat ze een geliefd hapje vormen voor het kraaienvolk en andere rovers. Kuikenverliezen horen echter bij het leven van de weidevogels; zolang zo’n 65% van de broedparen gemiddeld één jong per seizoen weet groot te brengen blijft de populatie in stand.
Andere broedvogels
Er broeden veel meer soorten in de polder. Niet te missen is de Grauwe Gans, een soort die ieder jaar een groot aantal jongen (rond de 300) weet groot te brengen. De Nijlgans en de Bergeend zijn met enkele broedparen veel minder dominant aanwezig. Typische vogels van water, oevers en vochtig land zoals Wilde Eend, Krakeend, Meerkoet en Waterhoen, komen ook elk jaar in de polder tot broeden. De Boerenzwaluw zoekt een dak boven zijn hoofd om een nest te maken; in het verleden was dat een paardenstal aan de rand van de polder. Mogelijk keert hij daar weer terug. De Witte Kwikstaart broedt als regel onder de dakpannen van de huizen rond de polder. In het voorjaar worden jonge kwikstaarten gezien die met hun ouders als voorbeeld proberen opvliegende insecten te vangen. De Lepelaar broedt elders maar komt in het voorjaar naar de polder om te foerageren; in de zomer zie je hem vaak weer terug in het gezelschap van één of meer bedelende jongen. De zeldzame Slobeend wordt gedurende een groot deel van het jaar gezien, maar tot een broedpoging lijkt het in de polder nog niet te zijn gekomen. Sinds 2021 is de Ooievaar terug als grote, de aandacht trekkende vogel. De Ooievaar broedt in de top van een boom aan de Kadoelenweg. In de polder zoekt hij met statige passen de bodem af naar voedsel; je ziet hem zelden aan de slootkant staan.
Roofvogels
Jaarrond worden verschillende roofvogels waargenomen. De Buizerd wordt het meest gezien, soms etend van een pas geslagen eend of jonge gans, maar ook Havik en Slechtvalk zijn actief boven de polder. De Sperwer wordt regelmatig jagend boven de tuinen rond de polder waargenomen; deze snelle en wendbare roofvogel richt zich vooral op de kleinere zangvogels, maar ook grotere vogels als Turkse Tortel zijn niet veilig. Een enkele keer komt de Bruine Kiekendief vanuit het nabije Waterland kijken of er jonge vogels te verschalken zijn. Ook zijn neef de Blauwe Kiekendief doet heel soms de polder aan. Net buiten de polder, aan de rand van volkstuincomplex De Bongerd, komt al enkele jaren een Ransuil met vliegvlugge jongen op bezoek.
Bijzondere waarnemingen
De meeste vogelsoorten worden elk jaar gezien, maar soms slaat het hart van de vogelaar wat sneller wanneer onverwacht een bijzondere soort voorbijkomt. Voorbeelden zijn de ‘blauwe flits’ de toepasselijke bijnaam voor de IJsvogel die in het Kadoelerscheg-gebied een broedplaats heeft, de Zeearend die ooit majestueus overvloog, en de Purperreiger die pardoes midden in de polder landde. In strenge winters blijken het vaakst ‘vreemde vogels’ te worden waargenomen: gedreven door honger en kou komen soorten als Waterral, Houtsnip en Bokje dan dichter bij de stedelijke bebouwing. Ook tijdens de trek landen vogels soms op goed geluk in de polder om bij te komen van de inspanningen. In het voorjaar zijn bijvoorbeeld een Kluut, een Oeverloper, en een Kemphaan waargenomen. Sommige soorten vliegen met andere soorten mee en komen op die manier in de polder; voorbeelden zijn Krooneend, Kolgans, Grote en Kleine Canadese Gans en Brandgans. Oeverzwaluwen worden zomers samen met Boerenzwaluwen gezien op jacht naar de vele insecten boven de polder. Ook in de tuinen rond de polder worden soms bijzondere en toevallige waarnemingen gedaan zoals een Groene Specht, een Zwarte Roodstaart, een Gekraagde Roodstaart, een groepje Ringmussen, een Vuurgoudhaan en een Paapje.
Het blijft verrassend en opmerkelijk dat zoveel vogels en zoveel soorten zich op hun gemak voelen in de Wilmkebreekpolder, een polder midden in Amsterdam-Noord. Het is daarmee beslist een uniek gebied, een gebied om te koesteren en te bewaren voor al diegenen die de natuur en de beleving van de natuur een warm hart toedragen.
Tom Jongeling