Vroege herfst in de scheg

27-09-2024

Waar niet iedereen bij stil staat is het feit dat aan het begin van de herfst de omstandigheden lijken op die aan het einde van de lente. Het aantal lichturen, de temperatuur en de vochtigheid zijn nagenoeg hetzelfde. Vooral planten reageren op deze factoren. Planten denken niet na, zoals de mens, maar reageren gewoon op de omstandigheden. Het grote verschil tussen de lente en de herfst is dat in de lente de temperatuur en het aantal lichturen omhooggaan en in de herfst naar beneden. 


Nu zien we in de Kadoelerscheg op de natuurlijk beheerde plaatsen dat bepaalde planten weer gaan bloeien en dat bepaalde insecten daar weer van profiteren. De trekvogels komen niet maar gaan, maar ze zijn er dus wel. Vorige week hoorde ik een Tjiftjaf zingen. Slangenkruid en Vogelwikke bloeien weer en er zijn veel vlinders te zien, maar ook paddenstoelen. Voor de vlinders en paddenstoelen gelden verschillende regels, dat wel.

Mijn rondje scheg: beginnen in het Kadoelerduin ...

Mijn eerste stop was langs de zuidrand van het Kadoelerduin; opvallend daar is de bloei van Viltganzerik met een klein geel bloemetje. Ik dacht dat het Vijfvingerkruid was, maar Niels Eimers van Waarneming.nl corrigeerde mij. Het zonnetje scheen en het was vrijwel windstil en dan komen de zweefvliegen: Kervelgitje, Gewone pendelvlieg, Puntbijvlieg en Grote kommazweefvlieg werden op de foto genomen. Maar ook een dikke Weidehommel en een soort Smaragdgroefbij werden gezien.

... dan naar het ‘gat’ met de Berenklauw en de bramen

Een stukje naar het noorden ga ik altijd even het ‘gat’ in waar normaal de Reuzenbereklauw groeit, die flink wordt bestreden door de gemeente. Het open veldje, omringd door bramenstruiken, stond vol met Reuzenberenklauw, wel alleen maar zaailingen zonder bloemen, maar toch. Wel kon ik een Gewone berenklauw bloeiend waarnemen en daarop steevast allerlei zweefvliegen en ander gespuis. 
Ik hoorde kinderen praten, ze zaten tussen de braamstruiken, ik zag een hut in de bosjes. Toen ik erlangs liep waren er vijf kinderen en drie ouders een feestje aan het houden. Drie jongens hadden hun ouders uitgenodigd om het eenjarig bestaan van hun hut te vieren. Ze hadden slingers opgehangen en ik kreeg een rondleiding. In kamer één stonden een stoel en een tafeltje met daarop hun plannen wat te doen met hun hut, in kamer twee was hun klimboom met een echte uitkijkpost. De hut was niet veel soeps, gaven ze aan, en was in verval. Met trots vertelden de jongens over hun gebied en ze kenden de Reuzenbereklauw en wisten dat die plant niet uit te roeien was, want hij had zoveel zaadjes. Ik was het volledig met hun eens. Ik kon de ouders vertellen over onze adviesgroep en onze website. Ze reageerden enthousiast. Ik mocht foto’s maken van de kinderen voor op onze website. Eén jongen wilde niet op de foto, vertelde hij serieus.

... dan naar de noordrand van het duin

Vervolgens liep ik naar de noordzijde van het duin om langs de zoom te kijken naar planten. De gemeente had daar rigoureus gemaaid en dat was nog steeds te zien. Jammer. Er was daar vóór het maaien een bijzondere plantengemeenschap ontstaan. Wel kon ik op de nabloei van Duinkruiskruid de Tandzaadboorvlieg vinden. Ik had de soort al een keer gefotografeerd in Noordoogst maar dan telt de soort niet voor onze scheg; goed zoeken leverde toch de boorvlieg op en nu dus ook hier op Duinkruiskruid.

... vervolgens het talud van de IJdoornlaan

Toen nog meer naar het noorden gefietst en natuurlijk even stil gestaan bij het talud van de IJdoornlaan. Nu kon wel het Vijfvingerkruid worden gezien en leuk was een bloeiende Bieslook. Natuurlijk een spriet geplukt om op te kauwen: ja, het was Bieslook.

... langs de sportvelden

Het rondje ging verder langs de sloten en onder de bomen van het terrein waar al die sportverenigingen zitten. Gek eigenlijk dat op de voormalige plas-dras eilandjes, waarschijnlijk eerst flink opgehoogd met puin en zand, een manege, een roeiclub en sportvelden zijn gevestigd. Alsof het gebied zelf geen nut had. In deze tijd zijn we juist trots op die historische rafelrandjes van het veenweidegebied.

... en het orchideeenveld

Weer een stuk verder gefietst richting het orchideeënveldje. Even kijken hoe het ervoor staat na het maaien. Het maaien is twee weken te vroeg gedaan - weten de maaiers veel. Gelukkig bleef het maaisel wel een tijdje liggen, zodat zaden en sporen zich konden verspreiden. Aan de stoppels van de Moeraswespenorchissen te zien, zijn ze in hun kracht gemaaid en was het mes niet scherp. Gelukkig kon ik nog wat levende Bolle duinslakken vinden maar van de Kleine kartuizerslak geen spoor. Die zal er heus nog wel zitten maar het merendeel van de zeldzame huisjesslakken zullen zijn meegenomen met het afvoeren van het maaisel. Dat afvoeren is nodig om de orchideeën volgend jaar weer te zien bloeien. Op het talud bij het viaduct kon wel een leeg huisje van de Kleine kartuizerslak worden gefotografeerd.

... eindigen op Landsmeerderdijk

Als laatste stuk langs de Landsmeerderdijk even gekeken of de Gevlekte grasslak er nog zit, lege huisjes waren wel te vinden langs de grote legostenen voor het hek naast de loods.

... en langs het Zijkanaal I naar huis

Toen richting huis gefietst langs het Zijkanaal I om thuis de foto’s te downloaden en te kijken of er leuke plaatjes tussen zitten. Ik vind het aanbevelingswaardig om dit soort rondjes te doen, op safari in je eigen omgeving, wat een geluk. En als je goed kijkt zie je van alles, in dit verslagje heb ik maar een deel genoemd van wat er allemaal te zien was.

Tello Neckheim