Peter Wouterse
In 1968 ben ik vanuit de omgeving van het Hoofddorpplein in het gebied Kadoelen-Oostzanerwerf komen wonen en sinds 1991 woon ik in Kadoelen.
Eind jaren ‘70 ben ik als stedenbouwkundige afgestudeerd op het Amsterdam-Noordzeekanaal Gebied met als uitwerking een plan voor de ontwikkeling van de Kadoelerscheg. Deze uitwerking was nog gebaseerd op het Plan in Hoofdzaak uit 1958.
In die periode kreeg ik bij Stadsontwikkeling een Koninklijk besluit onder ogen waarin werd gesteld dat bij de aanleg van de Ringweg (die was er in die tijd nog niet) de onderdoorgangen zodanig moesten worden vormgegeven dat de weg geen ecologische barrière zou vormen. Het ging daarbij met name over verbinding langs het Twiske (de waterloop, niet te verwarren met het recreatiegebied).
Vanuit mijn stedenbouwkundige achtergrond en mijn bekendheid met processen en procedures bij de overheid ben ik na mijn pensionering gevraagd om lid te worden van de Groene Longen. Vanuit de Groene Longen heb ik meegewerkt aan de totstandkoming van de Ecologische Kaart voor Amsterdam-Noord. Daaropvolgend ben ik deel gaan nemen in het kernteam van het referendum over her ontwerp-raadsbesluit Beleidskader Hoofdgroenstructuur en ben ik lid geworden van de Strategiegroep Stadsnatuur van Red Amsterdam-Noord.
Toen, in vervolg op het onderzoek naar de ecologische waarden in de Schellingwoude Scheg de mogelijkheid zich voordeed om een vergelijkbaar - en meer uitgebreid - onderzoek te doen voor de Kadoelerscheg heb ik samen met Floor Hallema meteen de kans aangegrepen om de Adviesgroep Kadoelerscheg in het leven te roepen en als burgers een selectie op poten te zetten waarbij een deskundig adviesbureau werd ingeschakeld. Vervolgens hebben Floor en ik er voor gezorgd dat er geld voor het onderzoek werd vrijgegeven.
Wat mijn drijfveer bij het onderzoek van de Kadoelerscheg is dat ik, na alle ontwikkelingen en plannen waar ik sinds 1968 bij betrokken ben geweest en mee geconfronteerd ben, benieuwd ben naar welk effect het Koninklijk Besluit heeft gehad op het behoud van de toen bestaande ecologische structuren. Daarnaast maak ik mij ernstig zorgen over de druk die zowel vanuit de ontwikkeling van stedelijke voorzieningen als vanuit het exponentieel toenemend aantal gebruikers ontstaat op dit bijzondere historische en cultuurhistorische gebied.