Het Landkaartje
Het Landkaartje is een dagvlinder die het hele jaar in Nederland blijft, het is een standvlinder. Er zijn twee generaties per jaar. De voorjaarsgeneratie, een oranje vlinder met zwarte vlekken, vliegt van half april tot begin juni, de zomergeneratie, een zwarte vlinder met oranjerode en witte streep, vliegt van begin juli tot september. De lengte van het daglicht bepaalt welke variant vlinder uit de pop komt.
Het Landkaartje leeft in ruigte en rietland in de buurt van vochtige bossen, heggen en houtwallen, en ook in tuinen en parken. De vlinder vliegt in de vroege morgen en aan het eind van de middag. Ze houden dus niet van overmatige warmte en zon! Overdag rusten de mannetjes in groepen bij elkaar in de schaduw, bijen en andere vlinders worden weggejaagd door de hele groep. De mannetjes vliegen met zijn allen achter een passerend vrouwtje aan en jagen die spiraalsgewijs omhoog. (Vandaar de Latijnse naam Araschnia levana, spinnenweb(vlinder) die omhoogkomt.)
De eitjes worden in rijtjes gelegd aan de onderkant van jonge bladeren van de Grote brandnetel of (Gewone) berenklauw op vochtige plekken langs het water of in donkere bosranden. De rups blijft tot en met de verpopping in en bij de waardplant, de brandnetel of berenklauw dus.
Deze vlinder leeft in het voorjaar van de nectar van het Fluitenkruid en in de zomer van de nectar van de Akkerdistel, de (Gewone) berenklauw en het Koninginnenkruid.
Beheertip: laat brandnetels in de schaduw staan, ook in de winter, want daar zitten de eitjes en poppen van deze vlinder op.
Meer over deze vlinder kan je lezen op de website van de Vlinderstichting.
Dit paaltje (nr. 7) staat bij de Marssloot in de Kadoelerscheg.
Klik op de afbeelding voor een grotere versie.