Monitoring & inspectie ecologie onderzoeksgebied Kadoelerbreek 2025 Waardenburg Ecologie

29-07-2026

Samenvatting rapport Monitoring & inspectie ecologie onderzoeksgebied Kadoelerbreek 2025 Waardenburg Ecologie (F.J. Derriks, J. Zwerver & G.J. Brandjes, 2025).

In dit rapport wordt verslag gedaan van de monitoring van de biodiversiteit en ecologische kwaliteit van de Kadoelerbreek & Buiksloterbreek, uitgevoerd in opdracht van de gemeente Amsterdam. Het omvat de inventarisatie van doelsoorten, beoordeling van structuurkwaliteit, verbindingszones en evaluatie van het beheer. De resultaten vormen de basis voor beleidsadvies en beheermaatregelen ter versterking van het ecologisch netwerk in Amsterdam-Noord.

 

De stichting Kadoelerscheg was onvoldoende op de hoogte van deze opdracht van de Gemeente Amsterdam, waardoor het rapport als een verrassing gezien werd.

In 2021-2024 zijn onderhavige onderzoeksgebieden voor het eerst onderzocht (0-meting). De tweede onderzoekscyclus loopt van 2025-2028 (en een 3e cyclus is beoogd voor 2029-2032). In de nu voorliggende rapportage worden de resultaten van 2025 gepresenteerd, waarin het onderzoeksgebied Kadoelerbreek & Buiksloterbreek opnieuw is onderzocht.

Door bureau Waardenburg zijn in 2025 soortinventarisaties uitgevoerd naar bijen, dagvlinders, libellen en grondgebonden zoogdieren. Op drie bijentracés zijn 46 soorten waargenomen, o.a. Rode Lijst-soorten. 
Het aantal soorten en individuen is tussen 2022 en 2025 toegenomen. Op de vlindertracés zijn 19 soorten dagvlinders vastgesteld, waaronder iepenpage en de zeldzaam wordende argusvlinder. Het aantal soorten en individuen van dagvlinders is gestegen ten opzichte van 2021. Zestien soorten libellen zijn waargenomen. Het aantal soorten en individuenhiervan is tussen 2021 en 2025 ook duidelijk toegenomen. Grondgebonden zoogdieren zijn slechts in beperkte mate waargenomen. Marterachtigen zijn in 2025 niet vastgesteld. Invasieve exoten zijn lokaal aanwezig: japanse duizendknoop is inmiddels succesvol bestreden; voor reuzenberenklauw en reuzenbalsemien worden aanbevelingen gedaan. 

De biodiversiteit in het onderzoeksgebied is toegenomen onder bijen, vlinders en libellen (maar het beeld voor [kleine] marterachtigen is onduidelijk), mede dankzij gerichte maatregelen zoals aanleg van zandhopen en gefaseerd maaibeheer. Kritische barrières (zoals de A10) beperken echter nog steeds het leefgebied van kwetsbare soorten. Het advies is om faunapassages te optimaliseren en beheermaatregelen uit te voeren die de kwaliteit van graslanden, oevers en ruigtes verhogen. Actieve bestrijding van invasieve exoten blijft noodzakelijk. Samenwerking met terreinbeheerders en stimulering van burgerinitiatieven zijn essentieel voor duurzaam behoud en versterking van natuurwaarden. Het rapport onderstreept het belang van continuering van monitoring en flexibel beheer, zodat het ecologisch netwerk in Amsterdam-Noord kan uitgroeien tot een robuust geheel met ruimte voor een hoge biodiversiteit. 

Tot zover de belangrijkste zaken uit het rapport Waardenburg.

De stichting Kadoelerscheg wil optreden als hoeder voor de scheg en haar omgeving. Bureau Waardenburg heeft veel kennis binnen hun bedrijf maar binnen de stichting Kadoelerscheg zijn bewoners actief, de bewoners die direct te maken krijgen met de eventuele uitgevoerde plannen gebaseerd op de adviezen van het bureau. In de huidige participatiemaatschappij is het dus logisch dat de stichting participeert. Dat doen wij door de plannen te inventariseren, te lezen, te analyseren en dan onze mening daarover te geven. 

De stichting is content met de opdrachten, die de gemeente Amsterdam geeft aan ecologische bureaus maar zou graag meer betrokken willen raken – als bewoners, als burgerwetenschappers – bij het uitvoeren van de inventarisaties en beschrijving daarvan. 

Stichting Kadoelerscheg

Klik op de afbeelding voor een grotere versie.