vervolgonderzoek
Na de quickscans komen de vervolgonderzoeken. Natuurlijke Zaken en de adviesgroep hebben overlegd wat in aanmerking komt voor vervolgonderzoek.
Omdat de Noordse woelmuis en de Waterspitsmuis typische soorten zijn voor de natuur in de Kadoelerscheg willen we weten of die dieren al voorkomen in de scheg. Datzelfde geldt voor de marterachtigen zoals de Wezel en de Hermelijn. En de variatie aan insecten is natuurlijk altijd een must om te weten.
Daarom komt er een onderzoek naar marterachtigen en muizen. Twee weken lang worden camera’s geplaatst op diverse plaatsen in de scheg. Op de beelden zien we dan of deze dieren langs de camera zijn gelopen. Afhankelijk van wat er op de foto’s te zien is, wordt verder onderzoek naar de muizen gedaan, waarschijnlijk met eDNA. Daarbij worden grond- of watermonsters onderzocht op DNA-sporen van de muizen. Zo hoef je de dieren niet te vangen of te zien en weet je toch dat ze voorkomen in het gebied.
Ook wordt in verschillende delen van de scheg vervolgonderzoek naar libellen, vlinders en wilde bijen gedaan.
Zo ontstaat er meer inzicht in de biodiversiteit in de verschillende deelgebieden van de scheg: Wat zit er wel? Wat zit er niet, maar zou je wel verwachten of willen?
Nynke de Vries
Mooie en bijzondere eerste resultaten van de ecologische vervolgonderzoeken in de Kadoelerscheg
27 september 2024
In vervolg op de quickscans van alle deelgebieden van de Kadoelerscheg worden in deze maanden drie vervolgonderzoeken uitgevoerd. Een overzicht van de eerste resultaten.
Marterachtigen
In een van de vervolgonderzoeken wordt met behulp van cameravallen de aanwezigheid van kleine marterachtigen onderzocht. Een paar weken geleden konden we compleet met camerabeeld al melden dat de wettelijk beschermde hermelijn zich in de Kadoelerscheg ophoudt. Minstens zo leuk zijn de prachtige beelden van de steenmarter, die onlangs op camera zijn vastgelegd. Steenmarters komen alleen voor in gebieden waar ze voldoende dekking en schuilplaatsen vinden. Dat onderstreept nog eens het belang van goede ecologische verbindingen in de scheg.
Vleermuizen
Een tweede vervolgonderzoek gaat over de vleermuizen. Met behulp van batloggers op verschillende plaatsen in de Kadoelerscheg worden geluidsopnames gemaakt. Elke vleermuissoort maakt specifieke geluiden, waardoor zij aan de hand van geluidsopnames zijn te determineren. Tot nu toe zijn de gewone dwergvleermuis, de ruige dwergvleermuis, de rosse vleermuis, de meervleermuis en de watervleermuis vastgelegd. Een goed eerste resultaat. Het onderzoek en analyse van de geluidsopnamen lopen nog door.
Muizen
Het derde onderzoek wordt uitgevoerd met behulp van de relatief nieuwe eDNA methode. De ‘e’ staat voor environmental (= milieu, omgeving). Wat is dat voor methode? De eDNA methode wordt gebruikt om de aanwezigheid van soorten in een water aan te tonen. Alle in het water levende dieren laten via faeces, huidcellen en urine DNA in het water achter. Door het unieke oplossende vermogen van water verspreidt dit DNA zich over een groot oppervlak. Door (water)monsters te nemen en het DNA hieruit te halen (te extraheren) via een speciale methode is het mogelijk de aanwezigheid van een soort aan te tonen zonder dat de soort zelf gevangen hoeft te worden. (Tekst met dank aan RAVON).
We doen dit eDNA onderzoek in de Kadoelerscheg om na te gaan of de waterspitsmuis en de Noordse woelmuis in de scheg voorkomen. Beide soorten zijn wettelijk beschermd en de Noordse woelmuis is zelfs zo bijzonder en zeldzaam als de panda in China.
De (water)monsters zijn inmiddels genomen, de analyse is in volle gang, maar we moeten nog een paar weken geduld hebben voor de uitslag bekend is. We wachten in spanning af!
Harry Moeskops
Vervolgonderzoek: eDNA-monstering en meer
12 september 2024
Op woensdag 4 september kwamen Kim en Kevin van Natuurlijke Zaken vanuit Ilperveld aan met hun dienstboot naar de Nieuwe Gouw om op verschillende eilanden in de Kadoelerbreek eDNA-monsters te gaan nemen. Ook Tello van de Adviesgroep voer een eindje mee. In dit geval zijn de eDNA-monsters grondmonsters, die op een bepaald oppervlak worden genomen met handschoenen aan; de plukjes grond worden geconserveerd in alcohol. De monsters worden vervolgens onderzocht op sporen van dieren zoals bijvoorbeeld de Noordse woelmuis of Waterspitsmuis. Tello en Kevin vertellen over deze excursie.
Weekdieren, flora en kleine beestjes
We gingen ook op zoek of er een geschikte habitat was voor de Platte schijfhoren, een streng beschermde soort. Maar helaas, in de Nieuwe Gouw en Kadoelerbreek werd geen geschikte habitat gevonden, er werden sowieso maar weinig slakken gevonden. Vooral werden een paar Driehoeksmossels en wat Smurfslakjes aangetroffen. Het water heeft hoogstwaarschijnlijk een te wisselende saliniteit (zoutgehalte), daar kunnen maar weinig soorten zoetwaterslakken tegen. Er werden geen typische brakwatersoorten gevonden, behalve een schelpdeel van de Brakwaterstrandschelp. Er werden ook geen ondergedoken waterplanten gevonden, wel op een paar plekken de Waterlelie en een beetje kroos langs de kant. We hebben de muur van het oude gemaal van dichtbij kunnen bekijken. Prachtig om te zien, de bakstenen muur zat vol met mossen en korstmossen, een enkele pissebed en hooiwagen werden gezien maar die beesten waren te snel voor een foto.
Vogels en bomen
Kevin loodste ons de smalle sloot in van de Kadoelerbreek richting Kadoelenweg en het leek wel of we in de oerwouden van Brazilië zaten. Een IJsvogel scheerde langs en we vonden een flinke kist in de smalle sloot, we dachten aan een viskist, maar het bleek een open krat te zijn, misschien wel een grote oude hondenmand. Langs de oevers konden we grote groepen Staartmezen en andere soorten mezen zien en horen vliegen. Een overvliegende Buizerd werd achternagezeten door Zwarte kraaien en we zagen dat er veel soorten oeverplanten van voedselrijk water aanwezig zijn: Kleine lisdodde, Riet, Kattestaart, Wolfspoot, Moerasandoorn, bramen. Aan bomen zagen we o.a. de Eenstijlige meidoorn, de Zwarte els, de Zachte berk, wilgen en de Zomereik. Maar ook een Appel, die boom zat vol met grote geelgekleurde appels, we hebben er een stuk of vijftien geplukt voor eigen gebruik. Een echt moerasbos-habitat waarbij de Zomereiken en de Appel natuurlijk een beetje uit de toon vielen.
Het water
Het water in de Kadoelerbreek en Nieuwe Gouw was wel helder maar de donkergekleurde bodem bestaat uit een flinke laag modder waar weinig leven in zit. Bij het zeven van de modder wordt het water meteen flink troebel. We weten dat er voldoende vis zit en de aanwezigheid van Fuut en Kleine mantelmeeuw laten dat ook wel zien.
Hierna gingen Kim en Kevin samen door met hun ecologische observaties en onderzoek.
Een ‘onbewoond’ eiland
Wij, Kevin en Kim, zijn verder gevaren naar het eiland in de oksel van de IJdoornlaan en het Vikingpad. Dit eiland is goed bereikbaar vanaf het water van de Kadoelerbreek, maar niet vanaf de weg. Tijdens het ‘onderzoek’ op het eiland zijn we helaas geen veenmossen tegengekomen, maar wel andere leuke soorten als Melkeppe, Watermuur, Wimperzwammen en een Gekielde loofslak. Deze plantensoorten (en meer algemene soorten als Koninginnenkruid en Greppelrus) duiden op de aanwezigheid van veel water. Logisch natuurlijk, dus dit geeft aan dat het een moeraseilandje is. En dat midden in een stad! Vervolgens zijn we op zoek gegaan naar de aanwezigheid van muizen. Muizen verraden zich namelijk door bijvoorbeeld latrines, maar ook holletjes. Op het eiland zijn we een hoop holen tegengekomen. Van de holen en van de oevers zijn bodemmonsters genomen. Nu afwachten wat de resultaten gaan opleveren, welke soort(en) muizen of andere zoogdieren hier zitten.
Nog een paar eilandjes ....
Na onze uitvoerige inspectie van het eiland en de omgeving, zijn we verder door de Kadoelerscheg gevaren. We hebben verschillende eilandjes aangedaan die veelal zeer ruig waren, denk aan veel Bramen en Brandnetel. Op verschillende eilandjes kun je duidelijk merken dat er al een poos niemand is geweest. Het is er rustig en sereen. En dan opeens in al die rust, komt weer de IJsvogel langs, als een blauwe schicht, prachtig!
.... en sloten
Nadat we bijna alle eDNA-monsters genomen hadden zijn we nog langs verschillende bruggen en door verschillende sloten gevaren. Onder andere even De Bongerd op om gedag te zeggen en de blauwe verbindingen richting de Wilmkebreek te bekijken. Uiteindelijk hebben we de dag afgesloten op het eiland ten noorden van de Marssloot en de A10. Ook dit eiland is door zijn rust, een mogelijk geschikt leefgebied voor bijzondere soorten. Vanaf hier zijn we weer rustig terug richting het Ilperveld gevaren.
Resultaat van deze ochtend
Het is nu wachten op de uitkomsten van het e-DNA-onderzoek. Maar dat duurt nog even
Tello Neckheim en Kevin Raatjes
20 augustus 2024
Natuurlijke Zaken heeft bij één van de vervolgonderzoeken twee keer een Hermelijn gespot met een wildcamera, zie de foto hiernaast.
De Hermelijn in de Kadoelerscheg
Wat rent daar voor wits langs de slootkant speels en snel, in een witte jas door het groene gras? Deze winter zag ik hem in februari voorbijflitsen. Vol bewondering zag ik het diertje huppend door het lange gras de sloot in duiken en aan de overkant verdwijnen in het lange gras. Heel bijzonder dat de Hermelijn ook met een wildcamera is vastgelegd.
De Hermelijn
De Hermelijn (Mustela erminea) is een van de kleinste marterachtigen van Nederland. De soort kan voorkomen in verschillende soorten gebieden, waaronder weilanden, kleinschalig cultureel landschap, duinen en langs beken en rivieren in beboste gebieden. Hermelijnen geven de voorkeur aan een nattere boven een drogere omgeving. In gebieden met meer water komt namelijk hun favoriete maaltje het meest voor: woelratten. Zijn deze niet voldoende beschikbaar, dan staan onder andere muizen en konijnen op het menu. De Hermelijn mag dan klein zijn, het is een machtig en behendig roofdier. Ze hebben er geen probleem mee om een volwassen konijn of zelfs een haas aan te vallen, terwijl ze véél kleiner zijn!
In de winter draagt hij een dikke witte jas. Als er sneeuw ligt, biedt dit een uitstekende dekmantel voor zijn voedseltochten. Anders is het wanneer de grasvelden, zoals ook dit jaar, in de winter nog steeds groen kleuren. Dan is zijn ‘onzichtbaarheid’ overdag verdwenen, ook al is hij flitsend snel.
Waarom neemt het aantal Hermelijnen af?
Hoewel Hermelijnen sterke, kleine roofdieren zijn, hebben ze het erg moeilijk. Waarom is dat nou zo? Dit heeft er voornamelijk mee te maken dat geschikte leefgebieden voor de Hermelijn steeds schaarser worden. Het land wordt steeds grootschaliger ingericht, denk aan woningbouw, bedrijventerreinen, drukke verkeerswegen en intensiever gebruik door de landbouw. Doordat alles grootschaliger en kaler wordt, is er steeds minder plek voor de Hermelijn om dekking te vinden. Zonder dekking van overhoekjes, houtstapels, takkenrillen of dicht struikgewas, is het voor de Hermelijn niet interessant om in een gebied te blijven. Niet alleen omdat in grootschalige open landschappen weinig prooien te vinden zijn, maar ook omdat ze met weinig dekking erg kwetsbaar zijn voor predatie door bijvoorbeeld roofvogels of vossen. Verder maken het gebruik van muizen- en rattengif, de afname van de woelratten- en konijnenstand en verschraling en versnippering van het landschap het de Hermelijn moeilijk om te overleven.
De Hermelijn is één van de kleinste marterachtigen in Nederland; hij hoort van oudsher thuis in het Waterlandse landschap. Jammer genoeg neemt het aantal van deze elegante dieren sterk af. Om te voorkomen dat de Hermelijn volledig gaat verdwijnen is 2024 landelijk uitgeroepen tot het Jaar van de Hermelijn! Actie is nodig en wij kunnen daarbij helpen.
In het Waterland en rond en in de Kadoelerscheg kunnen we gelukkig nog af en toe een Hermelijn in levenden lijve zien. Huppelend over het weiland met sierlijke sprongen is hij op zoek naar zijn lievelingsmaal de veldmuis, maar ook een bruine rat versmaadt hij niet.
Wat kunnen wij betekenen voor dit mooie dier?
De Kadoelerscheg is een ideaal leefgebied voor de Hermelijn. Heeft u een tuin, dan liggen daar kansen. In de natuur bestaat afval niet: het snoeihout en de blad- en plantenresten kunt u op een achteraf plekje deponeren. Het barst er snel van het leven. Zorg voor een gevarieerde tuin met een takkenril en composthoop.
Ook in de verschillende landschappen in de Kadoelerscheg liggen kansen voor rommelhoekjes bij de maneges en takkenrillen op de Volkstuintuinparken, gecombineerd met ecologisch beheer.
Mijn eerste Hermelijn zag ik op mijn volkstuin. Bij de aanleg van mijn tuin dook hij weg in een tijdelijke hoop stenen. Een prachtige ervaring, zo’n nieuwsgierig koppie dat je heimelijk aanstaart.
Fred Haaijen


